← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3798

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 10062515 \ MB VERZ 22-792 CJIB-nummer : 3062 5422 4671 3878 uitspraakdatum : 15 mei 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] [adres] [plaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [naam] ( [bedrijf] ) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 30 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Prof. Cobbenhagenlaan te Tilburg op 18 december 2021 om 15.14 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet kan heugen langs een bord H1 te zijn gereden. Er is ook geen schouwrapport dat de borden zijn gecontroleerd. Volgens de handleiding van de Gatso apparatuur moet het kenteken tussen twee gele lijnen staan, dat is hier niet het geval. Er is geen sprake van dat de officier van justitie zich heeft gehouden aan een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De foto is juist, alleen het voertuig van betrokkene staat op de foto. Er is geen reden om te twijfelen aan de meting. De bebording stond geplaatst, de zittingsvertegenwoordiger toont dit door middel van prints uit Google Maps, die worden overgelegd aan de kantonrechter. Er is geen reden om aan te nemen dat de bebording in de tussentijd weg zou zijn geweest. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Het gaat hier om overtreding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. Betrokkene betwist dat hij een bord H1 (bebouwde kom) is gepasseerd. Volgens vaste rechtspraak geldt voor gedragingen binnen de bebouwde kom dat slechts behoeft te worden vastgesteld dat deugdelijke bebording aanwezig was op de toegangsweg die de bestuurder heeft gevolgd. Daartoe moet de betrokkene aangeven welke route de bestuurder heeft gevolgd om zijn bestemming te bereiken (zie ECLI:NL:GHARL:2020:1803, overweging 8). Uit het dossier blijkt dat betrokkene heeft aangegeven “van de N282 richting Tilburg Centrum” te zijn gereden. Hierbij heeft betrokkene echter de mogelijkheid om via diverse routes naar de pleeglocatie, te weten Prof. Cobbenhagenlaan te Tilburg, te rijden, waarbij op verschillende plaatsen de bebouwde kom kan worden binnengereden. Nu betrokkene dus geen duidelijk omschreven gevolgde route heeft aangegeven, hoeft de officier van justitie geen nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van de bebording. Het verweer faalt daarom. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.