← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3863

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 10917386 \ MB VERZ 24-108 CJIB-nummer : 3062 5422 5183 9643 uitspraakdatum : 3 mei 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] [adres] [plaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 3 mei

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid op dagen/uren waarop volgens onderbord verboden op het Chasséveld te Breda op 21 augustus 2022 om 03:24 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat de gemeente Breda op het laatste moment heeft besloten om de start van de Vuelta voor haar deur te laten beginnen. Normaliter worden de bewoners van die straat voorafgaande een evenement op de hoogte gesteld dat zij hun auto’s niet op het plein mogen parkeren. In dit geval had niemand van de bewoners een waarschuwing per brief, sms of op een andere manier gekregen. De handhavers beweren dat door hen gewaarschuwd is door aan te bellen, maar betrokkene was de hele dag thuis en heeft niks gehoord. De tijdelijke waarschuwingsborden zijn amper zichtbaar en soms zelfs verstopt achter de reguliere borden. Op de pleegdatum is de auto van betrokkene met vijfenveertig andere auto’s van de buurtbewoners weggesleept. Betrokkene stelt de wegsleepkosten met de andere vijfenveertig bewoners aan te gaan vechten. Betrokkene heeft kwijtschelding op de wegsleepkosten en overige kosten vanuit de gemeente Breda gekregen, behalve op de boete van het CJIB. Ter zitting heeft betrokkene haar standpunten uit het beroepschrift herhaalt. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de e-mail van de gemeente Breda stelt de gemeente Breda dat de bebording ter plaatste onjuist was. Aangezien de gemeente Breda dit meedeelt, neemt de zittingsvertegenwoordiger aan dat er op de pleegdatum sprake was van onjuiste bebording. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de gemeente Breda stelt dat de bebording ter plaatste onjuist was. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.