← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3937

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/047777-24 vonnis van de meervoudige kamer van 7 juni 2024 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2001 te [plaats] ( [land] ), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, raadsman: mr. M. Jonk, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als Bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er -kort en feitelijk weergegeven- op neer dat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging uitvoeren, vervoeren dan wel aanwezig hebben van 3.823,65 gram cocaïne. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de verlengde uitvoer van 3.823,65 gram cocaïne. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit en heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de verdediging, van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van, en beschikkingsmacht heeft gehad over, de verdovende middelen in het voertuig. Verdachte heeft als passagier in een auto gezeten waarin een verborgen ruimte is aangebracht, waar cocaïne in lag. De enkele aanwezigheid van verdachte in de auto, kan evenwel, bij gebreke van een vast te stellen relatie tot die auto, niet zonder meer tot de conclusie leiden dat verdachte ook van de verborgen ruimte en de zich daarin bevindende cocaïne op de hoogte is geweest. De gegevens van de telefoon van verdachte bevatten evenmin voldoende aanknopingspunten om die wetenschap uit af te leiden. De enkele omstandigheid dat hij één met de bestuurder van de auto gemeenschappelijk contact in zijn telefoon had staan, acht de rechtbank onvoldoende. Ook overigens biedt het dossier onvoldoende bewijs voor wetenschap van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Er kan van verdachte ook geen enkele uitvoeringshandeling in relatie tot de verdovende middelen worden vastgesteld, die om een nadere uitleg vraagt. Dat de verklaring van verdachte over zijn verblijf in Nederland en zijn aanwezigheid in de auto weinig aannemelijk is, is gelet op deze omstandigheden daarom onvoldoende om anders te oordelen. De rechtbank acht, bij deze stand van zaken, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken. 5De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, mr. L.W. Louwerse en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.C. Admiraal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 juni 2024. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.