RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/073917-24, 02/343123-23 (gev.ttz), 02/137308-22 (tul), 02/040280-22 (tul), 02/138664-22 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 21 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ( [land] ), wonende te [woonadres] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Grave, raadsman mr. I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. E.E. de Feijter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte 02/073917-24: een hek heeft vernield; 02/343123-23: bij McDonalds is binnengedrongen, terwijl hem de toegang was ontzegd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide feiten bewezen. Verdachte heeft deze feiten bekend. 4.2 Het standpunt van de verdediging Voor de bewezenverklaring van beide feiten refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02/073917-24 op 2 maart 2024 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een hekwerk, dat geheel of ten dele aan [club] toebehoorde, heeft vernield; 02/343123-23 op 30 december 2023 te Tilburg in het besloten lokaal aan het [adres] bij de Mc'Donalds wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 19 december 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van twaalf maanden. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt aan verdachte geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Verdachte staat niet achter de maatregel. Hij is wel gemotiveerd om zijn leven op een andere manier te veranderen. Verdachte pleegt strafbare feiten wanneer hij zijn medicatie niet inneemt en verdovende middelen gebruikt. Een voorwaardelijke straf of een voorwaardelijke ISD-maatregel met daaraan gekoppeld de voorwaarden dat verdachte zijn medicatie moet innemen en geen verdovende middelen mag gebruiken, heeft een grotere kans van slagen dan een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte is al meerdere keren veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Ook nu is hij weer de fout ingegaan. Op 30 december 2023 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk door de McDonalds binnen te gaan, terwijl hij een toegangsverbod had. Ook heeft verdachte op 2 maart 2024 een hek vernield van [club] . Dit zijn ergerlijke feiten die de slachtoffers overlast en (bij het hek) schade opleveren en ook anderen die er getuige van zijn overlast bezorgen. Uit het reclasseringsadvies van 24 mei 2024 volgt dat bij verdachte sprake is van complexe problematiek. Alle leefgebieden zijn instabiel en er zijn geen beschermende factoren. Er is geen zicht op huisvesting, dagbesteding en inkomen. Het psychosociaal functioneren (gebrek aan zelfinzicht en lage leerbaarheid) en de houding van verdachte zijn delictgerelateerde risicofactoren. Ook zijn middelengebruik is een risicofactor. Volgens de reclassering is een behandeling nodig, maar dit lijkt niet haalbaar te zijn door verdachte zijn lage IQ, het gebrek aan zelfinzicht en zijn afwijzende houding richting hulpverlening. Verdachte staat niet open voor begeleiding en wil enkel hulp bij het vinden van huisvesting. Hij wil niet meewerken aan andere interventies voor zijn gedrag. Vanwege terugkerend delictgedrag en de houding van verdachte ziet de reclassering geen mogelijkheden om in een voorwaardelijk kader te werken aan gedragsverandering. Het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden is hoog. Daarom adviseert de reclassering om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen. Hoewel aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is voldaan, zal de rechtbank die nu nog niet opleggen. De rechtbank stelt voorop dat de ISD-maatregel een ingrijpende en verstrekkende maatregel is en daarom geldt als ultimum remedium. Daarnaast wil verdachte absoluut niet dat aan hem de ISD-maatregel wordt opgelegd. Nu verdachte de druk van een ISD-maatregel die hem boven het hoofd hangt nog niet heeft ervaren, zal de rechtbank hem eerst nog een voorwaardelijke ISD-maatregel opleggen. De rechtbank benadrukt dat de op te leggen voorwaardelijke ISD-maatregel een laatste kans is voor verdachte om te laten zien dat hij met de geboden hulp en begeleiding geen overlast veroorzaakt voor de maatschappij en geen nieuwe strafbare feiten meer pleegt. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de ISD-maatregel van twee jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. Aan de proeftijd zal de rechtbank de volgende voorwaarden verbinden: geen strafbare feiten plegen; een meldplicht bij de reclassering; een alcohol- en drugsverbod en meewerken aan onderzoek naar de naleving van dit verbod; een behandeling bij een door de reclassering nader te bepalen zorgverlener. Hierbij is een kortdurende klinische opname mogelijk, nadat dit door een rechter is bevolen; medicatie innemen en zich houden aan afspraken met de reclassering. 7De vordering tot tenuitvoerlegging 02/040280-22 De officier van justitie heeft bij vordering van 21 april 2024 gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 90 dagen ten uitvoer zal worden gelegd, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 3 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.