RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-078656-21 vonnis van de meervoudige kamer van 24 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] raadsman mr. F. Bajrami, advocaat te Breda waarnemend raadsman mr. T. Polat, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met een ander zijn beroep heeft gemaakt van cardsharing. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van aangifte en het Irdeto technisch onderzoek. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 10 juni 2024; - het proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde] BV d.d. 14 juli 2017; - het Irdeto Technisch Onderzoek Rapport ‘ [naam] ’. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 6 september 2011 tot en met 22 mei 2018 te Etten-Leur tezamen en in vereniging met een ander zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk uit winstbejag openlijk ter verspreiding aanbieden van gegevens die kennelijk bestemd waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers hebben hij en zijn medeverdachte (telkens): - voorwerpen, te weten een of meer (gemodificeerde) ontvanger(s)/dreambox(en), inclusief de benodigde programmatuur, en meerdere computerconfiguratie(
- s)– zogenaamde c-lines - en een computerprogramma genaamd “CCcam” en een of meer smartcard lezer(
- s)en een of meer smartcard(
- s)van (een) aanbieder(
- s)van abonneetelevisie, ter verspreiding voorhanden gehad en/of bewaard en/of vervaardigd, en - onder de naam [naam] advertenties geplaatst op de website www.marktplaats.nl, waarin die/deze computerconfiguratie(
- s)werden aangeboden en/of verkocht, en - door een of meer technische ingre(e)p(
- en)en/of valse signa(a)l(
- en)middelseerdergenoemde gemodificeerde ontvanger(s)/ dreambox(en), en/ofcomputerconfiguratie(
- s)– zogenaamde c-lines - en/of smartcard lezer(
- s)en/ofcomputerprogramma en/of smartcard(s), via het internet abonneetelevisie terbeschikking gesteld aan ongeveer 400 gebruikers en - voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie (telkens) geld ontvangen De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis als deze niet naar behoren wordt verricht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt primair verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Subsidiair verzoekt de verdediging een werkstraf op te leggen waarvan een deel voorwaardelijk. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft samen met een ander zijn beroep gemaakt van cardsharing. Gedurende een periode van zeven jaar heeft verdachte aan honderden consumenten televisieabonnementen aangeboden middels cardsharing en hiervoor ook geld ontvangen. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan stelselmatige benadeling van een leverancier van content voor televisie. Hij heeft misbruik gemaakt van het netwerk en de diensten van [benadeelde] en deze firma hierdoor (financieel) benadeeld. Het betreft een forse fraude die jarenlang heeft voortgeduurd. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden zou gelet op de ernst en de duur van het feit op zijn plaats zijn. De rechtbank zal echter geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer opleggen. Het tenlastegelegde feit heeft plaatsgevonden van 2011 tot en met 2018. Met de officier van justitie en de verdediging stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn in ruime mate is overschreden. Op grond van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft iedere verdachte het recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Deze omstandigheid en het gegeven dat verdachte inmiddels een aantal jaren een vaste baan heeft en schuldenvrij is, maakt dat de rechtbank de eis van de officier van justitie passend acht. Gelet op het voorgaande legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis als verdachte deze niet naar behoren verricht. 7Het beslag 7.1 De verbeurdverklaring De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 326c van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: Medeplegen van het uit winstbejag een beroep maken van het opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het in het eerste lid van artikel 326c van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijf openlijk ter verspreiding aanbieden. - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren; - beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen; Beslag - verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 tot en met 20. Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. P.A.M. Wijffels en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bles, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 juni 2024. Bijlage I De tenlastelegging hij in of omstreeks de periode van 6 september 2011 tot en met 22 mei 2018 te Etten-Leur en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk uit winstbejag bewaren en/of vervaardigen en/of openlijk ter verspreiding aanbieden van (een) voorwerp(
- en)en/of (een) gegeven(
- s)dat/die kennelijk bestemd was/waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(
- n)(telkens): - een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (gemodificeerde) ontvanger(s)/dreambox(en), inclusief de benodigde programmatuur, en/of meerdere computerconfiguratie(
- s)– zogenaamde c-lines - en/of een computerprogramma genaamd “CCcam” en/of een of meer smartcard lezer(
- s)en/of een of meer smartcard(
- s)van (een) aanbieder(
- s)van abonneetelevisie, ter verspreiding voorhanden gehad en/of bewaard en/of vervaardigd, en/of - ( onder de naam [naam] ) een of meer advertentie(
- s)geplaatst op de website www.marktplaats.nl, waarin die/deze computerconfiguratie(
- s)werden aangeboden en/of verkocht, en/of - door een of meer technische ingre(e)p(
- en)en/of valse signa(a)l(
- en)middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvanger(s)/ dreambox(en), en/of computerconfiguratie(
- s)– zogenaamde c-lines - en/of smartcard lezer(
- s)en/of computerprogramma en/of smartcard(s), via het internet abonneetelevisie ter beschikking gesteld aan (ongeveer) 400, althans een groot aantal gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en), en/of - voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie (telkens) (abonnements)geld ontvangen en/of nieuwe en/of betalende gebruikers/afnemers/klanten aangeleverd gekregen, althans een vergoeding gevraagd en/of verkregen van voornoemde gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en),althans een of meer ander(en), aan wie hij/zij deze abonneetelevisie ter beschikking heeft/hebben gesteld; (art 326c lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)