RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/1689 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (gemachtigde: [naam 2] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser met betrekking tot de weigering van de door de gemeente Breda aangevraagde omgevingsvergunning voor het kappen van een boom ter hoogte van de [adres] in [plaats] . 1.1. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 juni 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 januari 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Het college heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 27 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, bijgestaan door zijn echtgenote, dochter, buurvrouw [naam 1] en zijn gemachtigde. Namens het college was mevrouw [naam 2] aanwezig, bijgestaan door mevrouw ing. [naam 3] en de heer ing. [naam 4] , beiden adviseur stedelijk groen en bomen bij de gemeente Breda. Totstandkoming van het besluit 2. In een gemeenteplantsoen in de [straat] in [plaats] staat ter hoogte van huisnummer [adres] een moeraseik met een monumentale status; nummer: BP567 (hierna: de boom). De boom staat op de ‘Bomenkaart; vergunningplichtige houtopstanden. 3. Eiser woont met zijn gezin aan de [straat] op nummer [adres] . Hij huurt de woning van woningstichting WonenBreburg. 4. In de afgelopen jaren heeft de gemeente Breda (hierna: de gemeente) diverse klachten/meldingen ontvangen van omwonenden over de (potentiële) overlast die de boom veroorzaakt. 5. Op 30 november 2022 heeft de gemeente een aanvraag ingediend bij het college voor een omgevingsvergunning voor het vellen van de boom. In de aanvraag is als reden voor het vellen/kappen van de houtopstand opgenomen: “De boom veroorzaakt schade aan achterstaande tuinmuur en voorgelegen trottoir en wegdek.” Er is daarbij een herplantplan ingediend om de waarde van de te vellen boom te compenseren. De ontvangst van de aanvraag is op 5 december 2022 bekendgemaakt. 6. Op 13 januari 2023 heeft de gemeente een ‘Breda Bericht’ verstuurd aan de bewoners van de [straat] nummers [huisnummers] met als onderwerp: “Kap boom en herplant [straat] ”. In dit bericht staat onder meer: “In het eerste kwartaal van 2023 kapt de Gemeente Breda één boom in de [straat] . Dit is nodig omdat de boom zorgt voor overlast en mogelijk onveilige situaties.” 7. Bij brief van 23 januari 2023 heeft het college de gemeente om een nadere onderbouwing gevraagd van het feit dat de boom schade aan het wegdek en de tuinmuur veroorzaakt, alsmede een onderbouwing dat het voorkomen van verdere schade zwaarder weegt dan het belang van behoud van deze waardevolle boom. 8. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente Crawford & Company Nederland B.V. (hierna: Crawford) gevraagd onderzoek te doen naar de scheurvorming aan de buitengevel van de woning van eiser. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in de rapportages van 20 april 2023 en 5 juni 2023. Crawford heeft B-Vier Boomspecialist ingeschakeld om graafwerkzaamheden te verrichten om zo de actuele wortelgroei in beeld te brengen. De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 14 juni 2023. In de rapportage van Crawford van 20 april 2023 is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “ Claim Wederpartij liet ons enkele scheuren zien in de buitengevel van de woning. Wederpartij verklaarde dat hij van mening is dat de scheuren hun oorsprong vinden in de wortelgroei van de boom. (…) Beoordeling claim Wij hebben de scheuren bekeken en vastgesteld dat sprake is van oude scheurvorming. Dit wordt vooral gekenmerkt door afgeronde hoeken van het breukvlak. De scheuren bevinden zich op de rechter uitwendige hoek van de rechter zijgevel, alsmede in de inwendige hoek van het gemetselde rookgaskanaal tevens gesitueerd in de rechter zijgevel. Wij achten het redelijk te stellen dat de scheuren, gelet op hun uiterlijke kenmerken, hun oorsprong vinden in reguliere constructieve spanning, dan wel bouwkundige staat van de materialen. Wij hebben geen causaliteit kunnen aantonen tussen de scheuren in relatie tot de boom.” In de rapportage van Crawford van 5 juni 2023 is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “(…) U heeft ons verzocht aanvullend onderzoek te laten verrichten naar de wortelgroei in verhouding tot de scheurvorming van de naastgelegen woning, [adres] te [plaats] . (…) Aanvullend onderzoek Op uw verzoek hebben wij B-Vier Boomspecialist te Breda opdracht gegeven voor het verrichten van graafwerkzaamheden en het in beeld brengen van de actuele wortelgroei. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 25 mei 2023. (…) Bevindingen expert Wij kunnen op basis van onze beide bezoeken, alsmede de uitkomst van het onderzoek door B-Vier, geen causaliteit aantonen.” Het rapport van B-Vier Boomspecialist van 14 juni 2023 luidt, voor zover hier van belang: “1.3 Adviesvraag Om na te gaan of gevelscheuren veroorzaakt worden door de boom is op de locatie waar de scheuren zich bevinden een wortelonderzoek gedaan. De vraag hierbij is of er, direct onder de gevelscheuren, wortels door de muur komen die de scheuren veroorzaken. (…) 3 Conclusies (…) Gedurende de graafwerkzaamheden is gebleken dat de wortels niet door het metselwerk van de woning zijn gegroeid. De wortels van de boom hebben derhalve geen schade veroorzaakt aan de gevel. De scheurvorming in de gevel heeft derhalve een andere oorzaak. De overlast van de boom voor de directe buren kan verminderd worden door het onderhoudsinterval te verhogen naar elk jaar. Er is nu licht dood hout waargenomen dat kan worden verwijderd. De boom heeft een goede conditie en een levensverwachting van meer van 15 jaar. Er is dus geen veiligheidsreden de boom te verwijderen. (…)” 9. In het besluit van 22 juni 2023 (primaire besluit) heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Daartoe heeft het college overwogen dat de boom een Waardevolle houtopstand betreft en dat het op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 (hierna: de APV) verboden is om Waardevolle houtopstanden te (doen) vellen. Volgens het college is geen sprake van één van de uitzonderingsgronden op grond waarvan een ontheffing kan worden verleend van dit verbod. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat niet is aangetoond dat de boom schade veroorzaakt of dusdanige gebreken vertoont dat moet worden gevreesd voor de veiligheid, aldus het college. 10. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 11. Op 12 september 2023 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de adviescommissie bezwaarschriften (hierna: de commissie). Tijdens de hoorzitting is door vertegenwoordigers van de gemeente met eiser afgesproken dat een locatiebezoek/gesprek zou plaatsvinden. Tijdens dat bezoek/gesprek zijn feiten en omstandigheden naar voren gekomen die aanleiding gaven voor nader onderzoek. Omdat de resultaten van dit onderzoek moesten worden afgewacht, heeft eiser desgevraagd door het college per e-mail van 7 december 2023 ingestemd met (nader) uitstel van de beslistermijn van zijn bezwaarschrift tot uiterlijk 4 januari 2024. 12. Op 2 november 2023 heeft het college een melding ontvangen van eiser en buurvrouw [naam 1] over uit de boom gewaaide takken. Op 8 november 2023 is de boom gesnoeid, volgens het BoomVeiligheidsControle(BVC)-rapport. 13. Bomenwacht Nederland heeft op verzoek van de gemeente een bewortelingsonderzoek uitgevoerd bij de boom. Op 18 december 2023 is een rapportage uitgebracht. Het advies luidt als volgt: “De boom heeft tijdens het plaatsen van de glasvezelkabel vermoedelijk wel schade ondervonden, maar buiten de theoretische stabiliteitskluit en aan fijne en dunne beworteling. De laatste graafwerkzaamheden hebben ongeveer 2 jaar geleden plaatsgevonden (volgens informatie van de opdrachtgever en de KLIC-melding). De boom heeft daarmee voldoende tijd gehad om te herstellen van eventuele schade. Momenteel is er geen aanleiding om aan te nemen dat bij de boom sprake is van een verhoogde kans op windworp. De bestratingsopdruk is op te lossen, waarbij de boom duurzaam kan worden behouden. Dit door de oppervlakkige beworteling te verwijderen, wat een minimale invloed zal hebben op de opnamecapaciteit van de boom. Deze beworteling zal in de toekomst naar verwachting regenereren.” 14. In het advies van 20 oktober 2023 heeft de commissie geconcludeerd dat de bezwaren van eiser ongegrond zijn en het college geadviseerd om het besluit van 22 juni 2023 in stand te laten. 15. In het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank 16. De rechtbank beoordeelt of het college de aangevraagde omgevingsvergunning voor het kappen van de boom op goede gronden heeft geweigerd. Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 17. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Wettelijk kader 17.1 Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 30 november 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. 17.2 De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Beroepsgronden 18. Eiser stelt zich op het standpunt dat de gevraagde omgevingsvergunning ten onrechte is geweigerd door het college, zodat de boom gekapt kan worden. Primair betwist eiser daartoe dat de boom een Waardevolle houtopstand is die niet zonder meer gekapt kan worden. Subsidiair doet eiser een beroep op het vertrouwensbeginsel. Meer subsidiair stelt eiser dat zijn belangen en de belangen van de buurtbewoners, de overlast en de onveilige situatie die de boom volgens hem veroorzaakt, zwaarder dienen te wegen dan het algemeen belang van behoud van de boom. Volgens eiser is sprake van een uitzonderingssituatie zodat op grond van artikel 4:11 van de APV een ontheffing van het kapverbod kan worden verleend. Beoordelingswijze 19. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS), de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, moet een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand worden getoetst aan de lokaal van toepassing zijnde verordening. Die verordening is in dit geval de APV. Bij de beslissing om een omgevingsvergunning te weigeren moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden die vóór en tegen het kappen van de boom pleiten. Het college moet het belang van de noodzaak van de kap van de boom afwegen tegen het behoud van de waarde van de boom. Het college heeft bij die belangenafweging beleidsruimte. De rechtbank toetst het besluit van het college daarom terughoudend, waarbij de rechtbank de vraag moet beantwoorden of het college in redelijkheid de omgevingsvergunning voor het kappen van de boom heeft kunnen weigeren. Is sprake van een waardevolle houtopstand? 20. Eiser heeft primair betwist dat de boom een Waardevolle houtopstand is waar een kapverbod voor geldt. 21. Op grond van artikel 4:8, eerste lid, van de APV kan het college houtopstanden aanwijzen als Waardevolle houtopstanden, mits de conditie en de groeiruimte van de houtopstand aanvaardbaar zijn en de houtopstand beschikt over één of meer van de in dit artikel genoemde waarden. Het college heeft toegelicht dat de waarden ‘Cultuurhistorie’ en ‘Stedenbouw en/of landschap’ voor deze boom van toepassing zijn. De boom is aangeplant omstreeks 1950 en dus ruim 70 jaar oud. Door zijn afmetingen is de boom beeldbepalend in het straatbeeld. De boom staat in een omgeving die verder weinig groen is en veel bebouwing en verharding kent. De boom verhoogt volgens het college de fysieke leefomgevingskwaliteit. De boom is, conform artikel 4:8, derde lid, van de APV, in 2016 opgenomen op de ‘Bomenkaart; vergunningplichtige houtopstanden’. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de concept Bomenkaart is gepubliceerd, zodat er gelegenheid was om daarop te reageren. Tegen het plaatsen van deze boom op de Bomenkaart is destijds geen bezwaar gemaakt. 22. De rechtbank overweegt dat het besluit tot aanwijzing van de boom als Waardevolle houtopstand in deze procedure niet ter discussie staat. Dat de boom volgens de Bomenkaart een Waardevolle houtopstand is, zodat op grond van artikel 4:10, eerste lid, van de APV een kapverbod geldt, is dus een gegeven waar de rechtbank in deze procedure vanuit moet gaan. De primaire beroepsgrond van eiser faalt. Is er reden voor het verlenen van een ontheffing van het kapverbod? 23. Eiser stelt dat de boom zorgt voor overlast en een onveilige situatie, zodat op grond van artikel 4:11, eerste lid, van de APV een ontheffing van het kapverbod dient te worden verleend. 24. Op grond van artikel 4:11, eerste lid, van de APV kan het college ontheffing verlenen van het kapverbod door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van een Waardevolle houtopstand. Een ontheffing wordt op grond van het tweede lid van dit artikel slechts bij uitzondering verleend als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.