RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/419299/ JE RK 24-289 Datum uitspraak: 31 mei 2024 Beschikking van de kinderrechter over een schriftelijke aanwijzing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, locatie Middelburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 te [geboorteplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. R. Wouters te Middelburg, [de vader] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. Ph. Van Kampen te Goes. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek met bijlagen van de GI van 29 februari 2024, ingekomen bij de griffie op 29 februari 2024; - de brief van mr. Van Kampen van 30 april 2024, met bijlagen; - de tijdens de mondelinge behandeling door mr. Wouters overgelegde pleitaantekeningen. 1.2 Op 3 mei 2024 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:- de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. Bij beschikking van 12 juli 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 12 juli 2021 en tot 12 april 2022. 2.4. Bij beschikking van 31 maart 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 12 april 2023 en tot 12 oktober 2023. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 oktober 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd met ingang van 12 oktober 2023 en tot 12 juli 2024. 2.6. De gecertificeerde instelling heeft op 29 december 2023 een schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen: - U volgt de aanwijzingen die u van Jeugdbescherming west ontvangt m.b.t. de omgang en overnachting op. Dit houdt in dat u meewerkt aan de onbegeleide overnachtingen van [minderjarige] bij vader; - U belast [minderjarige] niet met negatieve uitspraken over vader, de onbegeleide overnachting, Jeugdbescherming west, de kinderrechter, hulpverlening, of soortgelijke instanties. - U werkt mee aan de ingezette hulpverlening van Agathos (IPT). Dit houdt in dat u meewerkt aan het maken en nakomen van afspraken en dat u de aanwijzingen die u vanuit hulpverlening krijgt, opvolgt; - U neemt deel aan de evaluaties die Jeugdbescherming west organiseert. 3Het verzoek 3.1 De GI verzoekt op grond van artikel 1:263, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.1 De GI handhaaft het verzoek. Er is voor en tijdens de ondertoezichtstelling veel hulpverlening ingezet. De ingezette hulpverlening heeft ertoe geleid dat de (onbegeleide) omgang tussen de vader en [minderjarige] vanaf februari 2022 stapsgewijs is uitgebreid. Het is de ouders ook gelukt om onderling betere afspraken te maken en elkaar beter te begrijpen. De moeder blijft echter, ondanks alle inzet van hulpverlening, weigeren om mee te werken aan onbegeleide overnachting van [minderjarige] bij de vader. Tijdens de evaluatie op 21 september 2023 heeft de GI aangegeven dat ze wil toewerken naar onbegeleide overnachting. De moeder heeft aangegeven dat ze niet wil meewerken aan onbegeleide overnachtingen van [minderjarige] bij de vader. Bij pogingen van de GI om met de moeder in gesprek te gaan over onbegeleide overnachtingen van [minderjarige] bij de vader geeft de moeder niet thuis. De moeder stelt dat het onveilig is voor [minderjarige] om bij de vader te overnachten. De GI is van mening dat de veiligheid van [minderjarige] niet in het gedrang komt zodra zij bij haar vader gaat overnachten. Als de vader echt kwaad met [minderjarige] wil dan heeft hij hier overdag al ruim voldoende mogelijkheden voor gehad. [minderjarige] geeft zelf ook aan dat ze graag bij haar vader wil gaan overnachten. De GI heeft op 29 december 2023 een schriftelijke aanwijzing gegeven die inhoudt dat de moeder moet gaan meewerken aan overnachtingen van [minderjarige] bij haar vader. Ondanks de gegeven schriftelijke aanwijzing blijft de moeder aangeven dat ze niet wil meewerken aan (onbegeleide) overnachtingen van [minderjarige] bij vader. Ook geeft de moeder aan dat ze het in gesprekken of evaluaties met de jeugdbeschermer niet over dit onderwerp (de overnachting) wil hebben. Bij de vorige geplande overnachting heeft de moeder [minderjarige] bij de vader opgehaald. Het onderwerp overnachtingen zorgt voor spanningen tussen de ouders. Daarom is het belangrijk om IPT in te zetten in de situatie van de moeder. Er is aan de kant van de moeder al heel veel ingezet om te werken aan haar wantrouwen richting de vader. Er zijn sinds 2021 vijf verschillende vormen van hulpverlening ingezet, zonder resultaat. De GI verwacht niet dat het opnieuw inzetten van hulpverlening zal helpen om het wantrouwen bij de moeder weg te nemen. De moeder laat zich onvoldoende sturen in haar gedrag en de dingen die ze hierover doet en zegt met betrekking tot [minderjarige] . Zo blijft de moeder aangeven dat ze achter haar gemaakte beslissing blijft om [minderjarige] op te halen bij haar vader zodra zij bij haar vader moet overnachten. De moeder lijkt daarnaast onvoldoende in te zien wat het met [minderjarige] doet wanneer zij negatieve uitspraken over de vader uit in haar bijzijn of [minderjarige] belast met volwassenzaken. Moeder ziet dit als noodzakelijk om de (fysieke) veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Los van de discussie en de problemen rondom de overnachtingen ziet de GI eigenlijk verder geen ontwikkelingsbedreiging (meer) bij [minderjarige] . De GI acht het in het belang van [minderjarige] dat de zorgregeling wordt uitgebreid in die zin dat zij ook bij haar vader gaat overnachten. Om die reden verzoekt de GI de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing van 29 december 2023 te bekrachtigen. 4.2 Door en namens de vader is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de vader achter de schriftelijke aanwijzing van de GI staat. De vader heeft in de afgelopen jaren heel veel geduld gehad en heeft aan alle hulpverlening meegewerkt. De verstandhouding tussen hem en de moeder is de afgelopen jaren flink verbeterd. De spanningen zijn een stuk verminderd. De ouders zijn in staat om met elkaar te overleggen over [minderjarige] en ook over het ruilen van omgangsmomenten. De vader wil nu heel graag dat de zorgregeling wordt uitgebreid in die zin dat [minderjarige] bij hem blijft overnachten. Er staat ook niets aan overnachtingen in de weg. Het hof heeft in de beschikking van 9 juni 2022 bepaald dat het aan de GI is om de omgang vorm te gaan geven en daar passen ook overnachtingen bij. De overnachtingen van [minderjarige] zijn echter het hete hangijzer tussen de ouders. [minderjarige] heeft aan haar vader aangegeven dat ze graag bij haar vader wil overnachten. Op momenten is [minderjarige] over dit onderwerp erg gesloten omdat ze merkt dat haar moeder hier erg verdrietig van wordt. Afgelopen december is er een poging gedaan om [minderjarige] bij de vader te laten overnachten maar toen is zij voor het overnachten door de moeder opgehaald. Momenteel verblijft [minderjarige] op maandag en dinsdag na de BSO tot en met het avondeten, op woensdagochtend voor school, op donderdag na de BSO tot het avondeten en op zaterdag en zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur bij de vader. De vader ziet [minderjarige] alleen op de vrijdag niet. Soms komt het voor dat [minderjarige] veel later dan 19.00 uur teruggaat naar haar moeder en dan begint het bijna op een overnachting te lijken. Daar heeft de moeder dan geen problemen mee. Als de schriftelijke aanwijzing wordt bekrachtigd en er wordt gestart met overnachtingen van [minderjarige] bij hem dan kan de vader zich voorstellen dat deze overnachtingen worden opgebouwd. Er zou dan bijvoorbeeld gestart kunnen worden met een overnachting van dinsdag op de woensdag. 4.3 Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling het navolgende aangevoerd. Tussen de vader en [minderjarige] is geen concrete zorgregeling vastgesteld. Bij beschikking van 9 juni 2022 heeft het hof een zorgregeling bepaald waarbij de vorm, de frequentie en de duur aan de GI is die hierin de regie heeft. Dit is geen concrete regeling maar eigenlijk een opdracht of aanwijzing aan de GI om het contact te stimuleren en de regie hierin te nemen. De GI wil middels een schriftelijke aanwijzing een omgangsregeling bepalen maar dat is niet de juiste weg. Artikel 1:265g BW bepaalt dat als een GI een zorgregeling wil vaststellen of wijzigen, zij hiertoe een verzoek ex artikel 1:265g moet indienen. En dat heeft de GI hier niet gedaan. De moeder verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2018. De Hoge Raad kent terecht veel gewicht toe aan de rechtsbescherming die de ouders op grond van artikel 1:265g BW toekomt. In het geval van een schriftelijke aanwijzing dienen de ouders zich hieraan te houden tenzij de kinderrechter op hun verzoek de schriftelijke aanwijzing vervallen verklaart. Hiervoor wordt hen de uiterst korte termijn van twee weken geboden. In het geval van een verzoek op grond van artikel 1:265g BW hebben de ouders de tijd en ruimte om zich naar behoren te verweren en zich op de vaststelling van een contactregeling voor te bereiden. Ook hebben de ouders dan de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie. De moeder is van mening dat de aanwijzingsbevoegdheid van de GI op grond van artikel 1:263 BW zich niet uitstrekt tot het vaststellen of wijzigen van contactregelingen. De moeder verwijst hiervoor naar diverse jurisprudentie. De GI heeft haar bevoegdheid tot het geven van een schriftelijke aanwijzing misbruikt en daarmee ook het verbod van détournement de pouvoir geschonden. De moeder heeft er geen vertrouwen in dat het goed gaat met [minderjarige] als zij bij haar vader gaat overnachten. De moeder vertrouwt er niet op dat de vader de juiste behandelingen heeft gehad voor zijn verslaving. De vader liegt nog steeds als hij zegt dat hij van zijn verslaving af is. Het verzoek van de GI moet worden afgewezen. 5De beoordeling Wettelijk kader 5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, eerste lid, BW kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.