RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummers: - C/02/417276 / JE RK 23-2235 (restant machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] ) - C/02/422674 / JE RK 24-950 (verlenging ondertoezichtstelling [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ) - C/02/422709 / JE RK 24-954 (machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 2] ) Datum uitspraak: 28 juni 2024 (Nadere) beschikking betreffende verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaken van STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, locatie Eindhoven, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI), betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2017 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. M.P. Kapteijn te Middelburg, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . 1Het (nadere) procesverloop 1.1 Het (nadere) verloop van de procedures blijkt uit: In de zaak met kenmerk JE RK 23-2235: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 10 januari 2024, en alle daarin opgenomen en vermelde stukken; - de aanvullende informatie van de GI van 24 mei 2024, ingekomen bij de rechtbank op 24 mei 2024. In de zaak met kenmerk JE RK 24-950: - het verzoekschrift van de GI van 17 mei 2024, met bijlagen, ontvangen op 24 mei 2024. In de zaak met kenmerk JE RK 24-954: - het verzoekschrift van de GI van 24 mei 2024, met bijlagen, ontvangen op 24 mei 2024. 1.2 Op 28 juni 2024 heeft de kinderrechter de voornoemde zaken gelijktijdig tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren (nader) behandeld. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI en een collega. 1.3 De kinderrechter heeft de minderjarige [minderjarige 1] gelet op zijn leeftijd in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Hier heeft [minderjarige 1] geen gebruik van gemaakt. 2De feiten 2.1 Het ouderlijk gezag over [minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de moeder. De vader heeft [minderjarige 3] erkend. Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders. 2.2 Bij beschikking van 22 januari 2021 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van de GI tot 22 januari 2022. De ondertoezichtstelling is bij beschikking van 10 januari 2024 voor de minderjarige [minderjarige 1] laatstelijk verlengd tot 22 januari 2025 en voor de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] laatstelijk verlengd tot 22 juli 2024. 2.3 Bij beschikking van 5 juni 2023 is het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling aangehouden tot de mondelinge behandeling van 14 juli 2023. 2.4 Bij beschikking van 14 juli 2023 is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 14 juli 2023 en tot 22 januari 2024 verleend. Het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is afgewezen. 2.5 [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder. [minderjarige 1] verblijft bij [zorginstelling] . 3. De verzoeken In de zaak met kenmerk JE RK 23-2235: 3.1 De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van één jaar. Daarnaast verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2 Op dit punt in de procedure moet de kinderrechter nog een beslissing geven over het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten van 22 juli 2024 en tot 22 januari 2025. In de zaak met kenmerk JE RK 24-950: 3.3 De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. In de zaak met kenmerk JE RK 24-954: 3.4 De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.5 Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de GI het verzoek (mondeling) gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing betreffende [minderjarige 2] te verlenen tot het einde van de duur van de ondertoezichtstelling. 4De standpunten 4.1 De GI handhaaft de voorliggende verzoeken. Ten aanzien van het restantverzoek tot machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 1] benoemt de GI dat [minderjarige 1] nu al enige tijd doordeweeks bij [zorginstelling] verblijft en daar enerzijds positieve stappen zet, bijvoorbeeld als het gaat om zijn zelfredzaamheid. Op sociaal-emotioneel gebied wordt bij [minderjarige 1] echter – mede vanwege zijn diagnose autisme – een (waarschijnlijk blijvende) beperkte leerbaarheid gezien. Zo is het [minderjarige 1] de afgelopen tijd niet gelukt om met de inzet van systeemtherapie stappen te zetten in het verbeteren van de interacties tussen en relatie met zijn moeder en broertjes. Als gevolg daarvan heeft [minderjarige 1] eigenlijk altijd iemand naast hem nodig om hem te begeleiden in zijn interacties met anderen. De voor [minderjarige 1] benodigde zorg en begeleiding kan hem in de thuissituatie niet worden geboden. De opties van een gezinsopname of een begeleider die de hele dag bij de moeder thuis aanwezig is behoren niet tot de mogelijkheden. Daarbij komt dat er met de aanwezigheid van [minderjarige 1] in de thuissituatie continu ruzie tussen de broertjes is, onder andere omdat [minderjarige 1] de schuld van zijn uithuisplaatsing bij zijn broertjes blijft leggen. De moeder beschikt niet over voldoende draagkracht om deze situaties (langdurig) het hoofd te bieden. Ook gelet daarop is het niet passend om [minderjarige 1] langer dan een weekend bij de moeder thuis te laten verblijven. [minderjarige 1] heeft toestemming gekregen om ondanks zijn leeftijd nu nog één jaar bij [zorginstelling] verblijven. Voor de periode daarna is er een passende en perspectief biedende plek voor [minderjarige 1] nodig in de buurt van de moeder, waar hij zo veel mogelijk kan worden ondersteund om zich te ontwikkelen naar een zo zelfstandig mogelijke volwassene. Daarbij is van groot belang dat het contact tussen [minderjarige 1] , zijn broertjes en zijn beide ouders behouden blijft. De komende tijd dient de systeemtherapie te worden voortgezet om verder te werken aan het verbeteren van de thuissituatie. Met dat doel is deze therapie ingezet. Voor wat betreft het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] benoemt de GI dat de ondertoezichtstelling voor beide minderjarigen moet worden verlengd, nu zij verschillende zorgbehoeftes hebben waar de moeder nog niet (voldoende) in kan voorzien. Bij [minderjarige 3] is dit met name gelegen in zijn jonge leeftijd en bij [minderjarige 2] is onder meer sprake van ernstige hechtingsproblematiek, loyaliteitsproblematiek en woedeaanvallen. Gelet daarop is het noodzakelijk dat de GI regie blijft voeren en passende hulpverlening kan inzetten en deze kan monitoren, zodat er zicht is op de ontwikkeling van de minderjarigen, de zorgen over hen kunnen worden weggenomen en er bij [minderjarige 3] met name kan worden voorkomen dat hij sociaal-emotionele problematiek ontwikkelt. Daarbij is ook van belang dat de omgang tussen de minderjarigen en de vader wordt gehandhaafd en de moeder zich blijft inzetten voor persoonlijke hulpverlening, waaronder het volgen van een traumabehandeling. Ten aanzien van [minderjarige 2] is nog aanvullend verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen, omdat de zorgen over hem sinds begin 2024 zijn toegenomen. Met name op school werd gezien dat [minderjarige 2] niet meer kon functioneren en vastliep in zijn ontwikkeling. Dit komt mogelijk voort uit zijn hechtingsproblematiek en doordat [minderjarige 2] in de thuissituatie niet kan zijn wie hij graag wil zijn, zoals uit de gesprekken op school is gebleken. Volgens de school moet er iets in de thuissituatie veranderen om de situatie van [minderjarige 2] te kunnen verbeteren. Daarom heeft de GI de mogelijkheid van een steungezin met de moeder besproken. De moeder stond daar niet voor open. Gelet op de toenemende zorgen vindt de GI het van belang dat [minderjarige 2] een plek kan worden geboden waar hij tot rust kan komen, kan werken aan zijn zelfbeeld en de recent ingezette therapieën en behandelingen kunnen worden voortgezet. Nu dit in de thuissituatie op dit moment niet voldoende lukt, is er een machtiging tot uithuisplaatsing nodig. Er is op dit moment nog geen passende plek voor [minderjarige 2] gevonden. 4.2 De moeder refereert zich ten aanzien van het restantverzoek tot machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige 1] aan het oordeel van de kinderrechter. Volgens de moeder kan [minderjarige 1] weer bij haar thuis komen wonen. Daar is de systeemtherapie immers voor ingezet. De momenten waarop [minderjarige 1] thuis is, verlopen bovendien goed. Er is dan hoogstens sprake van wat treiteren tussen de minderjarigen onderling. In de stukken wordt voorts niet ingegaan op de laatste ontwikkelingen van [minderjarige 1] nu het verslag vanuit [zorginstelling] ontbreekt. De moeder refereert zich ook ten aanzien van het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] aan het oordeel van de kinderrechter. Ten aanzien van het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] te verlengen wordt door en namens de moeder afwijzing bepleit. Volgens de moeder is er bij [minderjarige 3] geen sprake meer van een ontwikkelingsbedreiging. Het gaat al lange tijd goed met hem en er zijn geen zorgen meer over hem. De maatregel voor [minderjarige 3] is vorig jaar enkel verlengd omdat [minderjarige 1] toen weer volledig thuis zou komen wonen nadat zijn intensieve dagbehandeling bij Stichting Emergis was afgerond. In de thuissituatie ging het vervolgens bergafwaarts met [minderjarige 1] omdat er onvoldoende opvang voor hem was en de moeder er alleen voor stond. Dit heeft tot de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] geleid. Inmiddels is de situatie bij de moeder thuis verbeterd en rustiger geworden. Ook is enige tijd geleden gebleken dat er sprake is van goed genoeg ouderschap bij de moeder. Daarbij komt dat de moeder openstaat voor de hulpverlening en de aanwijzingen daarvan goed opvolgt. Er is dus geen reden om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] te verlengen. Ook ten aanzien van het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 2] te verlenen wordt verweer gevoerd. Door en namens de moeder wordt primair afwijzing van het verzoek bepleit. Subsidiair verzoekt de moeder om dit verzoek aan te houden tot het einde van de duur van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] . Volgens de moeder is de GI tot dit verzoek overgegaan omdat er op school zorgen waren over boos gedrag bij [minderjarige 2] . De school heeft de uitspraken van [minderjarige 2] daarover heel letterlijk genomen; [minderjarige 2] zegt al dat zijn moeder boos op hem is als hij zijn zin niet krijgt, en kwam daardoor tot de conclusie dat er iets moet veranderen in de thuissituatie. Incluzo heeft de afgelopen tijd echter geen negatieve verandering in de thuissituatie opgemerkt. Er zijn dan ook geen andere of nieuwe zorgen in de thuissituatie of over [minderjarige 2] anders dan die waarvoor zeer recent passende hulpverlening voor is ingezet. Zo zijn de systeemtherapie, de psycho-educatie en de speltherapie voor [minderjarige 2] net opgestart, evenals de gesprekken van de moeder met een psycholoog voor de hechtingsproblematiek. Ook wordt op korte termijn onderzoek gedaan naar de (oorzaken van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.