RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 10813548 \ CV EXPL 23-4851 Vonnis van 29 mei 2024 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. J.J.H. Siebelt, tegen [gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam], te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 17 januari 2024 met de daarin genoemde stukken, de brief van 29 maart 2024 aan de zijde van [eiser] , met twee producties, de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 10 april 2024 (hierna: de zitting) en de op die mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [eiser] . 2De beoordeling 2.
- Tijdens de zitting hebben partijen afspraken gemaakt. [eiser] heeft zijn vorderingen tot betaling van de huurachterstand, contractuele boete, buitengerechtelijke incassokosten en rente beperkt, in die zin dat voor deze vorderingen [gedaagde] een totaalbedrag van € 10.000,00 is verschuldigd en dat dit bedrag in twee termijnen betaald zal worden. Een bedrag van € 4.000,00 uiterlijk op 30 april 2024 en een bedrag van € 6.000,00 uiterlijk op 10 juli
- [gedaagde] heeft ter zitting hiermee ingestemd. Ook is de afspraak gemaakt dat de proceskosten van partijen voor eigen rekening komen en dat de maandelijkse huur voortaan door [gedaagde] tijdig betaald zal worden. Daarnaast wijzigt [eiser] zijn vordering in die zin dat hij nu nog verzoekt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, en de daarmee samenhangende – gewijzigde – nevenvorderingen, voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals besproken tijdens de zitting. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat deze vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, toewijsbaar zijn. 2.
- De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte indien en zodra [gedaagde] in strijd met de hierna te noemen voorwaarden handelt: a. [gedaagde] betaalt een bedrag van € 10.000,00 aan huurachterstand (tot en met 18 maart 2024), contractuele boete, buitengerechtelijke incassokosten en rente, waarvan - uiterlijk 30 april 2024 een bedrag van € 4.000,00, - uiterlijk 10 juli 2024 een bedrag van € 6.000,00, [gedaagde] komt zijn betalingsverplichting met betrekking tot de maandhuur stipt na, dat wil zeggen dat huurbetalingen telkens vóór de eerste kalenderdag van de betreffende maand moeten zijn betaald. 2.
- Daarbij geldt dat, als [gedaagde] in strijd handelt met één van de bovenstaande voorwaarden tot ontbinding van de huurovereenkomst, aan [gedaagde] een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt geboden om het gehuurde te ontruimen. Verder gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser] niet langer dan gedurende een periode van twee jaar gebruik zal maken van deze voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. 2.
- Daarnaast zijn partijen ter zitting overeengekomen dat iedere partij de eigen kosten zal te dragen. 3De beslissing De kantonrechter indien en zodra [gedaagde] handelt in strijd met één of meerdere van de onder rechtsoverweging 2.2 opgenomen voorwaarden 3.
- ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] met al het zijne volledig ontruimd en bezemschoon op te leveren en te verlaten, en indien [gedaagde] het gehuurde niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis heeft verlaten [eiser] gerechtigd is om de ontruiming te bewerkstelligen middels een deurwaarder, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 10.000,00, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de huurpenningen ad € 1.371,60 per maand over de maanden vanaf 1 april 2024 tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst, 3.
- bepaalt dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.