← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:4971

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/419236 / FA RK 24-754 Datum uitspraak: 16 juli 2024 Beschikking betreffende opschorting c.q. schorsing zorgregeling in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. P.R. Klaver te Bergen op Zoom, tegen [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. C.G. Huijsmans te Goes. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 19 februari 2024 ontvangen verzoek, met bijlagen; - de brief van mr. Klaver van 22 april 2024; - het F9-formulier d.d. 16 mei 2024 van mr. Huijsmans inhoudende een verzoek tot plannen van een mondelinge behandeling; - de brief van mr. Klaver van 18 juni 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 18 juni 2024; - het F9-formulier van mr. Klaver van 28 juni 2024. 2De feiten 2.1 Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats] . 2.2 De minderjarigen verblijven bij de vrouw. 2.3 De man heeft de minderjarigen erkend. Partijen hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarigen. 2.4 Bij beschikking van 27 januari 2020 van deze rechtbank, locatie Breda, (kenmerk C/02/363914 FARK 19-5088) is bepaald dat de man en de minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact zoals onder 4.7 van die beschikking was overwogen, inhoudende dat de minderjarigen voorlopig één keer per veertien dagen in de oneven weken van vrijdag 18:30 uur tot zondag 18:30 uur bij de man verblijven. Tevens is een voorlopige regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen afgesproken, waarbij door partijen op basis van 50/50 een verdeling wordt gemaakt in de even en oneven jaren. 2.5 Bij beschikking van 18 juni 2021 van deze rechtbank, locatie Middelburg, (kenmerk C/02/363914 FARK 19-5088) is bepaald dat – gelet op de overeenstemming van partijen – de minderjarigen in de oneven weekenden bij de man verblijven. De man haalt de minderjarigen op vrijdag om 15.15 uur op bij de vrouw en de vrouw haalt hen zondag om 18.30 uur weer op bij de man. 2.6 Bij beschikking van 25 oktober 2022 van deze rechtbank, locatie Middelburg, (kenmerk C/02/398072 / FA RK 22-2379) is bepaald dat de beschikking van 18 juni 2021 wordt gewijzigd in die zin dat de minderjarigen voortaan in de oneven weken bij de man verblijven gedurende één keer per veertien dagen van donderdag 14:30 uur tot zondag 18:30 uur en in de even weken één keer in de veertien dagen van woensdag na school tot 19:00 uur bij de man verblijven. 3Het verzoek en de beoordeling 3.1 De vrouw verzoekt: I. Te bepalen dat de vastgestelde zorgregeling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] per direct wordt opgeschort c.q. geschorst zoals deze regeling is vastgelegd bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 oktober 2022 onder kenmerk 22/2379; II. Te bepalen dat de vrouw, als er weer contact komt tussen vader en de kinderen, de kinderen aan de man zal overdragen op een openbare plek alweer de man de kinderen ook weer aan de vrouw overdraagt na de omgang. 3.2 Per brief van 18 juni 2024 heeft mr. Klaver het verzoek namens de vrouw ingetrokken, omdat partijen hebben afgesproken dat zij gaan proberen er samen uit te komen door zich in te gaan zetten voor begeleiding en hulpverlening in het vrijwillig kader. De betrokken hulpverlening heeft voorts laten weten dat zij bereid zijn om partijen hierbij te begeleiden. 3.3 Nu het verzoek is ingetrokken, behoeft dit geen inhoudelijke beoordeling en beslissing meer. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen. 4De beslissing De rechtbank: 4.1 wijst het verzoek van de vrouw af; Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2024 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier. Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.