RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/2596 beslissing als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Het verzoek 1. De inspecteur heeft, met dagtekening 20 juli 2023, een verweerschrift ingediend. In het verweerschrift heeft hij een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb gedaan. In het verweerschrift is het verzoek om geheimhouding ook door de inspecteur toegelicht. Bij het verweerschrift heeft de inspecteur een gesloten envelop overgelegd met daarin passages uit stukken die volgens hem volledig geheimgehouden moeten worden (de geschoonde passages). De rechtbank heeft een afschrift van het verweerschrift aan belanghebbende verstrekt en haar in de gelegenheid gesteld om op het verzoek om geheimhouding van de inspecteur te reageren. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 1.1. De stukken met de geschoonde passages zijn te omschrijven als: de uitslag van een monsteronderzoek van het Douanelaboratorium; een niet gepubliceerde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch; een e-mailbericht van een medewerker van de Belgische Douane. 1.2. De inspecteur beroept zich op geheimhouding van persoonsgegevens van de medewerkers van het Douanelaboratorium en de Belgische Douane en op geheimhouding van de persoonsgegevens van de belanghebbende in de uitspraak van het Gerechtshof ’sHertogenbosch. Volgens de inspecteur wegen de privacybelangen van deze personen bij bescherming van de gegevens aanzienlijk zwaarder dan het belang dat belanghebbende en de rechtbank hebben bij kennisneming daarvan. Verder is de inspecteur van mening dat de gegevens over deze personen voor de beslissing van de hoofdzaak niet van belang zijn. Overwegingen Geen zitting 2. De geheimhoudingskamer heeft besloten een mondelinge behandeling ter zitting achterwege te laten. Reden daarvoor is dat de aard van de geheimhoudingsprocedure meebrengt dat een behandeling ter zitting in dit geval naar het oordeel van de geheimhoudingskamer niet geschikt is om het verzoek om geheimhouding van de inspecteur te behandelen. De geheimhoudingskamer heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat belanghebbende niet heeft verzocht om een zitting, nadat de rechtbank hem de mogelijkheid had geboden om te melden of hij prijs stelt op een zitting. Kader voor beoordeling artikel 8:29 van de Awb 3. De omstandigheid dat stukken met geschoonde passages behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb brengt niet automatisch mee dat die stukken (volledig) aan de andere partij ter kennis moeten worden gebracht. Het bepaalde in artikel 8:29 van de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of de rechtbank mede te delen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming). 3.1. Het verschil tussen het honoreren van een verzoek om geheimhouding en het honoreren van een verzoek om beperking van kennisneming is als volgt: a. Geheimhouding: (delen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.