RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/1300 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, (gemachtigde: mr. S.M. Bothof), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 januari 2023. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van € 8.452 (de naheffingsaanslag). Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur een verzuimboete van € 845 opgelegd. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] als waarnemer van de gemachtigde en namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] . Van hetgeen op de zitting is besproken, is een proces-verbaal opgemaakt waarvan de rechtbank gelijktijdig met deze uitspraak een afschrift naar partijen heeft verzonden. 1.5. Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag en de verzuimboete terecht en tot de juiste bedragen aan belanghebbende zijn opgelegd. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. 2.1. De rechtbank vernietigt de verzuimboete en oordeelt dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag aan belanghebbende heeft opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Feiten 3. Belanghebbende heeft in het buitenland een gebruikte personenauto van het merk en type Dodge Challenger (hierna: de auto) gekocht. De auto is voor het eerst op 1 januari 2017 in het buitenland toegelaten tot het verkeer op de weg. De auto is voor de keuring bij invoer bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer aangeboden waarna de auto op 19 januari 2022 een ‘Wachten op keuring’ (WOK) status heeft verkregen. 3.1. Belanghebbende heeft ter zake van de registratie van de auto op 25 januari 2022 een aangifte bpm ingediend naar een te betalen bpm van € 5.073. De verschuldigde bpm is berekend met behulp van een taxatierapport van [taxateur] BV (het taxatierapport). Volgens de aangifte bedraagt de handelsinkoopwaarde, de historische nieuwprijs en bruto bpm van de auto respectievelijk € 9.780, € 99.945 en € 51.847. In het aangiftebiljet staat, voor zover relevant: “8c Welke methode kiest u voor de vermindering (afschrijving)? Voor gebruikte motorrijtuigen is een vermindering van de bpm mogelijk (zie de ‘Toelichting Aangifte/melding/opgaafbpm’ [ ] Koerslijst (…) [ ] Taxatierapport. Vermeld de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde.(…) [ ] Forfaitaire afschrijvingstabel. Afschrijvingspercentage (…)” 3.2. De taxateur van belanghebbende heeft de auto op 25 januari 2022 bekeken. Het taxatierapport is eveneens op 25 januari 2022 opgesteld. In het taxatierapport is bij de staat van de auto opgemerkt dat er geen sprake van een WOK-status. Uit het taxatierapport blijkt voorts dat de taxateur van belanghebbende de handelsinkoopwaarde heeft vastgesteld door de handelsinkoopwaarde zonder schade van € 27.545 (‘koerslijstwaarde’) te verminderen met een door de taxateur bepaald bedrag aan schade van € 17.765. De handelsinkoopwaarde zonder schade van € 27.545 is gebaseerd op de waarde uit de koerslijst van Eurotaxglass van het merk en type auto, Nissan 370 Z Coupe V6. 3.3. De inspecteur heeft bij kennisgeving van 22 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat het doen van aangifte bpm waarbij de afschrijving is bepaald aan de hand van een taxatierapport niet mogelijk is. De auto heeft bij het doen van aangifte "essentiële gebreken" en voldoet daarom niet aan de wettelijke eisen om aan het verkeer op de openbare weg deel te nemen, aldus de inspecteur. 3.4. Met dagtekening 25 maart 2022 is de naheffingsaanslag vastgesteld. De inspecteur heeft voor de bepaling van de verschuldigde bpm de forfaitaire afschrijvingstabel gehanteerd. Daarnaast heeft de inspecteur de boete opgelegd. Overwegingen 4. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat de belastingplichtige die stelt recht te hebben op een vermindering van belasting, de daarvoor benodigde feiten moet stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken. De belastingplichtige die bij het vaststellen van de vermindering van bpm uitgaat van de handelsinkoopwaarde uit een koerslijst en stelt dat die handelsinkoopwaarde moet worden verminderd vanwege niet in deze koerslijst verwerkte beschadigingen aan de te registreren personenauto, draagt bij betwisting dan ook de last te bewijzen dat en in hoeverre beschadigingen een waardedaling ten opzichte van de uit die koerslijst volgende waarde tot gevolg hebben. 4.1. Belanghebbende bestrijdt als zodanig niet dat met ingang van 1 januari 2022 het niet de bedoeling is om voor voertuigen met een WOK-status aangifte bpm te doen met behulp van een taxatierapport. Volgens belanghebbende kan het taxatierapport desondanks niet terzijde worden geschoven omdat de deskundige taxateur met de foto’s uit het taxatierapport de waardevermindering van € 9.641 wegens het schadeverleden heeft willen onderbouwen. Rekening houdend met deze waardevermindering wegens het schadeverleden dient de handelsinkoopwaarde van de auto op € 17.904 (€ 27.545 minus € 9.641) te worden vastgesteld. 4.2. De inspecteur heeft aangevoerd dat het voor auto’s met een WOK-status met ingang van 1 januari 2022 niet mogelijk is om middels een taxatierapport de hoogte van de afschrijving voor de bpm te bepalen. De schade aan de auto met de WOK-status was geenszins hersteld op het moment dat het taxatierapport werd opgesteld. Het is dan ook verbijsterend en onjuist dat de taxateur van belanghebbende heeft geconstateerd dat er geen sprake is van een WOK-status. Daarnaast is een koerslijstwaarde van een Nissan 370 Z niet geschikt voor de auto. De Nissan 370 Z is niet te vergelijken met een Dodge Challenger (Amerikaanse ‘Muscle car’). De Kw, de cilinderinhoud en het aantal zitplaatsen verschillen teveel van elkaar. Deze voertuigen zullen zich niet in een concurrentieverhouding bevinden met elkaar, aldus nog steeds de inspecteur. 4.3. De rechtbank stelt voorop dat voor de handelsinkoopwaarde dient te worden aangesloten bij de koerslijst van het motorvoertuig waarvan de eigenschappen en de kenmerken (zoals merk en model, type aandrijving, uitrusting, leeftijd en kilometrage, en de staat van onderhoud) het dichtst aanleunen bij die van de te registreren auto. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gemotiveerde betwisting van de inspecteur een Nissan 370 Z geen vergelijkbaar voertuig is om de handelsinkoopwaarde vóór schade van de onderhavige auto te bepalen en dat dus de koerslijstwaarde uit het taxatierapport niet kan worden gevolgd. Belanghebbende heeft geen gegevens ingebracht van een koerslijstwaarde van een soortgelijk motorvoertuig. Ook niet nadat hij door de inspecteur in de gelegenheid is gesteld om een adequate koerslijst te verstrekken. 4.4. De wet- en regelgever heeft in de volgende drie manieren voorzien waaruit kan worden gekozen om de reële waardedaling (de afschrijving) van een gebruikt voertuig (bij benadering) te bepalen (kort gezegd):
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.