RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 10828096 \ CV EXPL 23-5016 Vonnis van 12 juni 2024 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] B.V. IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [rechthebbende], te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [rechthebbende] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: a. het tussenvonnis in deze zaak van 10 april 2024 met de daarin genoemde processtukken; b. de akte bewijslevering van 8 mei 2024 met 1 productie van [eiser] ; c. de antwoordakte van [rechthebbende] . 1.
- Hierna is de uitspraak van het vonnis op vandaag bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- Volhard wordt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 10 april
- 2.
- In voormeld tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat tussen haar en [rechthebbende] een geldleningsovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij [eiser] een bedrag van € 400,- aan [rechthebbende] heeft verstrekt. 2.
- Thans dient beoordeeld te worden of [eiser] in het aan haar opgedragen bewijs is geslaagd. 2.
- Bij akte van 8 mei 2024 heeft [eiser] een kopie van Whatsappgesprekken overgelegd. Zoals [rechthebbende] terecht aanvoert, is de door [eiser] overgelegde Whatsapp-correspondentie reeds door haar bij dagvaarding en bij conclusie van repliek in het geding gebracht. Hieruit blijkt niet dat [rechthebbende] het door [eiser] gestelde bedrag van € 400,- daadwerkelijk heeft ontvangen. Uit de overgelegde Whatsapp-correspondentie valt ook niet op te maken of deze verstuurd zijn of afkomstig zijn van het mobiele nummer van [rechthebbende] . Door [eiser] zijn op dit punt geen nieuwe bewijsmiddelen overgelegd noch getuigen naar voren gebracht die zien op de bewijsopdracht. In feite herhaalt [eiser] de stellingen die zij eerder in de procedure heeft ingenomen. 2.
- Evenmin is [eiser] in haar akte ingegaan op de stelling van [rechthebbende] dat de Whatsappgesprekken dateren van september en oktober 2022, zodat deze onmogelijk betrekking kunnen hebben op de door [eiser] gestelde lening, die volgens haar stelling zou zijn verstrekt op 17 oktober
- 2.
- De kantonrechter stelt daarom vast dat [eiser] met de door haar overgelegde stukken niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. Nu zij geen ander bewijs heeft aangeboden, zal de kantonrechter de vordering van [eiser] afwijzen. 2.
- [eiser] krijgt ongelijk in deze procedure en moet de proceskosten van [rechthebbende] betalen. De bewindvoerder van [rechthebbende] procedeert in persoon, zodat de kantonrechter de proceskosten tot vandaag vaststelt op nihil. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [rechthebbende] tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.