RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-119757-23 vonnis van de meervoudige kamer van 14 augustus 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 juli 2024, waarbij de officier van justitie mr. J. Castelein en verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon of dat hij met (een) ander(en) die persoon heeft mishandeld. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen. Het gaat daarbij voor verdachte alleen om het geven van meerdere vuistslagen tegen het gezicht van aangever bij de deur/in de hal van zijn woning. De zoon van verdachte, medeverdachte, heeft aangever daar met een honkbalknuppel tegen het lichaam geslagen, maar dat kan niet aan verdachte worden toegerekend. Op basis van het dossier kan namelijk niet vastgesteld worden dat verdachte wist dat zijn zoon de honkbalknuppel uit de kofferbak van de auto had gepakt waarmee ze samen naar de straat van aangever waren gereden. 4.2 Het standpunt van verdachte Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij aangever bij de voordeur van zijn woning een paar tikken heeft gegeven tegen nek en oor. Hij heeft niets meegekregen van (slaan met) een knuppel. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte thuis was toen hij gebeld werd door zijn dochter die vertelde dat zij door aangever in elkaar was geslagen. Hij is toen samen met zijn zoon in één auto naar de straat van aangever gereden. Zij zijn daar allebei uitgestapt en naar aangever gelopen die in de deuropening van zijn woning stond, om daar vervolgens geweld tegen aangever te plegen. Vader heeft aangever in het halletje van de woning meermalen tegen het hoofd geslagen en meteen daarna heeft zijn zoon aangever meermalen met een honkbalknuppel tegen het lichaam geslagen. Door de open voordeur was dat geweld te zien vanaf de openbare weg. Gelet op de hiervoor geschetste feitelijke gang van zaken kan het slaan met de knuppel door zijn zoon wel wettig en overtuigend bewezen worden als onderdeel van het door verdachte in vereniging (met zijn zoon) gepleegde openlijk geweld. Wetenschap bij verdachte van (het gebruik door zijn zoon van) de knuppel is daarvoor niet vereist. Het moet verdachte in ieder geval duidelijk zijn geweest dat zijn zoon, net als verdachte zelf, niet naar aangever ging om hem aan te spreken, maar om geweld tegen aangever te gebruiken. Daarom is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn zoon ten aanzien van het (openlijk) plegen van geweld en verdachte heeft daar een wezenlijke bijdrage aan geleverd. Dat is voldoende om ook het geweld van zijn zoon aan hem toe te rekenen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde schoppen. Dat is alleen gebeurd bij het kort na het geweld in het halletje gepleegde geweld tegen aangever op de oprit. Daar was verdachte niet meer bij. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte primair op 3 juni 2022 te [plaats] , gemeente Rucphen , openlijk, te weten aan de [straat] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , door die [slachtoffer] : - meermalen tegen het hoofd en het lichaam te slaan en - meermalen met een honkbalknuppel tegen het lichaam te slaan. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren. 6.2 Het standpunt van verdachte Verdachte vindt een werkstraf van tachtig uren een te hoge straf. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De ernst van het feit Verdachte heeft op 3 juni 2022 samen met zijn zoon openlijk geweld gepleegd tegen de ex van zijn dochter met wie zij twee kinderen heeft. Bij dat geweld is het slachtoffer door de zoon van verdachte met een honkbalknuppel geslagen. Dit geweld was een reactie op de mishandeling van de dochter van verdachte door het slachtoffer kort daarvoor, waarbij de dochter letsel had opgelopen. Dit verklaart de boosheid bij verdachte, maar verontschuldigt het gedrag van hem en zijn zoon niet. Een dergelijke vorm van eigenrichting kan niet worden getolereerd. Het gepleegde geweld heeft bovendien plaatsgevonden bij de woning van het slachtoffer en buurtgenoten zijn daar getuige van geweest. Erger nog is dat de jonge kinderen van het slachtoffer en de dochter van verdachte op dat moment in de woning waren. Nadat zij getuigen waren van de mishandeling van hun moeder door het slachtoffer, hebben zij vermoedelijk ook het een en ander meegekregen van de wraakhandelingen van hun opa en oom. Zij zullen na het geweld tegen hun vader in ieder geval zijn letsel hebben gezien. Te verwachten is dat dit alles diepe indruk op de kinderen zal hebben gemaakt en verdachte is daar medeverantwoordelijk voor. De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van de rechtspraak geven als oriëntatiepunt bij openlijk geweld tegen een persoon met lichamelijk letsel als gevolg een taakstraf van honderdvijftig uur. De rechtbank kijkt ook naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet degene is die de honkbalknuppel daadwerkelijk heeft gebruikt. Bovendien heeft hij op zitting oprecht spijt betuigd en is hij sinds dit incident in juni 2022 niet meer met justitie in aanraking geweest. Uit zijn strafblad blijkt dat eerdere contacten met justitie van lang geleden zijn. Wel is op zitting gebleken dat er nog steeds familierechtelijke spanningen en emoties zijn. Daarom vindt de rechtbank dat een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk moet zijn om verdachte te stimuleren in de toekomst voor een andere oplossing dan geweld te kiezen. Straf Alles afwegende vindt de rechtbank een taakstraf van honderd uur passend en geboden, waarvan vijftig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Die taakstraf is hoger dan door de officier van justitie geëist, maar het onvoorwaardelijke deel is een stuk lager. 7De benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] vordert voor het feit een schadevergoeding van € 3.551,64, bestaande uit € 701,64,- aan materiële schade en € 2.850,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Materiële schade De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 701,64,-, bestaande uit het eigen risico over 2022 en het eigen risico over
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.