← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:5683

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 10991975 \ CV EXPL 24-918 Vonnis van 14 augustus 2024 (bij vervroeging) in de zaak van STICHTING STADLANDER, gevestigd te Bergen op Zoom, eisende partij, hierna te noemen: Stadlander, gemachtigde: mr. S.J. Houweling, tegen [gedaagde] BEWINDVOERINGEN BV, in hoedanigheid van bewindvoerder in het bewind van [rechthebbende] , gevestigd te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] en [rechthebbende] , gemachtigde: mr. J. Verheij. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 juni 2024 met de daarin genoemde stukken, - de mondelinge behandeling van 5 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de door mr. Houweling ter zitting overgelegde specificatie van de huurachterstand. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [rechthebbende] huurt van Stadlander per 10 juli 2023 de woning aan de [adres] (hierna te noemen: de woning). De huurprijs bedraagt thans € 590,36 per maand. 2.
  4. Bij beschikking van 22 november 2023 is [gedaagde] benoemd tot bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] . 2.
  5. [rechthebbende] heeft een huurachterstand laten ontstaan. 3Het geschil 3.
  6. Stadlander vordert, samengevat en na vermindering van eis ter zitting: - ontbinding van de huurovereenkomst voor de woning, - ontruiming van de woning met afgifte van de sleutels, - betaling van de huurachterstand, vermeerderd met rente, - betaling van de huurpenningen tot de datum van ontbinding van de huurovereenkomst, en - betaling van een gebruiksvergoeding vanaf de datum van ontbinding tot de datum van de ontruiming van de woning, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.
  7. Stadlander legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [rechthebbende] vanaf september 2023 een huurachterstand heeft laten ontstaan. Bij dagvaarding bedroeg de huurachterstand € 2.805,
  8. Gedurende de maanden september tot en met april 2024 is in het geheel geen huur betaald. De huurachterstand rechtvaardigt een ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen. Omdat niet tijdig is betaald, is rente verschuldigd over de huurpenningen. 3.
  9. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Stadlander, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Stadlander, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Stadlander in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert hiervoor aan dat de hoogte van de huurachterstand niet klopt. [rechthebbende] heeft financiële problemen gehad. Zij staat echter inmiddels onder bewind en er is een maandelijks stabiel inkomen. Het is in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de huurovereenkomst te ontbinden, gelet op de persoonlijke omstandigheden van [rechthebbende] . Subsidiair verzoekt [gedaagde] om een terme de grâce. De gevorderde rente dient te worden afgewezen, omdat [rechthebbende] , althans [gedaagde] , niet in verzuim verkeert. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak op 5 augustus 2024 heeft Stadlander een actuele specificatie overgelegd van de inmiddels tot € 5.101,90 opgelopen huurachterstand, berekend tot en met augustus
  12. [gedaagde] heeft de juistheid van dit overzicht niet betwist. De kantonrechter zal daarom de vordering tot betaling van de huurachterstand van € 5.101,90 toewijzen. 4.
  13. Nu de hoogte van de huurachterstand niet langer wordt betwist, is daarmee ook vast komen te staan dat [rechthebbende] , althans [gedaagde] , met de betaling van de huur in verzuim verkeert. De kantonrechter zal daarom ook de gevorderde rente toewijzen. 4.
  14. De huurachterstand bedraagt 9 maanden. [rechthebbende] komt de huurovereenkomst dus al langere tijd niet na. Stadlander vordert dan ook terecht de ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter zal deze vordering en de vordering tot ontruiming van de woning toewijzen. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden van [rechthebbende] komen, hoe vervelend ook, voor haar rekening en risico. 4.
  15. De kantonrechter wijst het verzoek om een terme de grâce af. Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat [rechthebbende] ondanks toezeggingen tot op heden nalaat om gelden op de bewindrekening te storten. Daar komt bij dat dat de huurachterstand tijdens de gerechtelijke procedure verder is opgelopen. [gedaagde] heeft niet, laat staan voldoende, onderbouwd dat het reëel is dat de huurachterstand, of een substantieel deel daarvan, alsnog binnen afzienbare tijd zal kunnen worden ingelopen. Aannemelijk is dat het verlenen van een terme de grâce alleen maar zal leiden tot het verder toenemen van de huurachterstand. 4.
  16. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat Stadlander niet verplicht is van het vonnis tot ontruiming gebruik te maken. Een goede betalingsregeling, die stipt wordt nagekomen, en tijdige betaling van de lopende huur leiden er vaak toe dat het niet tot een ontruiming van het gehuurde komt. Voor het treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] contact op te nemen met de gemachtigde van Stadlander. 4.
  17. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten en de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) betalen. De proceskosten van Stadlander worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,39 - griffierecht € 496,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 + Totaal € 1.446,39 5De beslissing De kantonrechter 5.
  18. ontbindt met ingang van de dag na vandaag de huurovereenkomst tussen Stadlander en [rechthebbende] betreffende de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te [adres] , 5.
  19. veroordeelt [gedaagde] in de hoedanigheid van bewindvoerder om de woning binnen twee weken na de betekening van dit vonnis met al de haren en het hare te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Stadlander te stellen, 5.
  20. veroordeelt [gedaagde] in de hoedanigheid van bewindvoerder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Stadlander te betalen: - een bedrag van € 5.101,90 aan achterstallige huur, berekend tot en met augustus 2024, en € 69,54 aan wettelijke rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.805,55 vanaf 28 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, - een bedrag van € 590,36 per maand of gedeelte daarvan aan gebruiksvergoeding vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van de woning, 5.
  21. veroordeelt [gedaagde] in de hoedanigheid van bewindvoerder in de proceskosten van € 1.446,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  22. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.