RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/5283 WIA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 augustus 2024 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres, (gemachtigde: mr. A.J.A.M. Hermans), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV, (gemachtigde: mr. N. Regragui). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar naar aanleiding van de bij besluit van 11 juli 2023 door het UWV per 12 september 2023 ingetrokken uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft volgens eiseres niet op tijd beslist op het bezwaar van 21 augustus 2023. 1.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond? Eiseres heeft het bezwaarschrift ingediend op 21 augustus 2023. Het UWV moest binnen dertien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken, beslissen op het bezwaarschrift. Het UWV heeft de termijn verlengd met zes weken en had dus uiterlijk op 2 januari 2024 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het UWV moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft het UWV op 1 februari 2024 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan. Welke beslistermijn moet aan UWV worden opgelegd? 4. Omdat het UWV nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV dit alsnog moet doen. 4.1 Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het UWV dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. Het UWV heeft in het verweerschrift gesteld dat door het tekort aan verzekeringsartsen een achterstand in de beoordeling van medische zaken is ontstaan. Evenwel is de verzekeringsgeneeskundige beoordeling in deze procedure afgerond. Bij de herbeoordeling in bezwaar zijn de eerder geduide functies vervallen en op 8 juli 2024 is aan eiseres een gewijzigde voorgenomen beslissing toegezonden. Eiseres is tot 22 juli 2024 in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen de voorgenomen beslissing. Aan de hand van de in te dienen zienswijze dient de verzekeringsarts bezwaar & beroep (b&
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.