← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6076

vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Locatie Breda Cluster II Handelszaken zaaknummer / rolnummer: C/02/ 423825 / KG ZA 24-308 Vonnis in kort geding van 15 augustus 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAES LAW B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Breda aan de Princenhagelaan 7a, e i s e r e s, advocaat mr. Y. Koudstaal, en de naamloze vennootschap SR8 OFFSHORE LIMITED, gevestigd te Unit 4 Fairfield Business Park Longsight Road, Clayton Le Dale,Blackburn, England, BB2 7 JA, g e d a a g d e, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 juli 2024 met producties, de mondelinge behandeling op 14 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2IPR 2.
  2. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 9.
  3. van de algemene voorwaarden bevoegd. Op grond van artikel 10.
  4. van de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing. 3Het geschil 3.
  5. Eiseres vordert als voorlopige voorziening:
  6. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 43.984,80 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 15 maart 2024 tot en met de dag der algehele voldoening;
  7. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding. 4De beoordeling 4.
  8. De wettelijke termijn voor dagvaarden is overeenkomstig het bepaalde in artikel 117 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op mondelinge last van de voorzieningenrechter verkort. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet (Rv) en het Haags Betekeningsverdrag van 15 november 1965 voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek wordt verleend. 4.
  9. De voorzieningenrechter dient in deze procedure te beoordelen of eiseres een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. Eiseres heeft tijdens de mondelinge behandeling in dit verband gesteld dat het gevorderde bedrag gedeeltelijk betrekking heeft op betalingen die zij ten behoeve van gedaagde aan derden heeft gedaan en dat de vordering een aanzienlijk deel van de maandomzet van eiseres betreft en daardoor grote invloed heeft op de cashflow. Eiseres heeft hiermee het spoedeisend belang voldoende onderbouwd. 4.
  10. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen 4.
  11. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld: − dagvaarding € 127,22 − griffierecht € 2.889,00 − salaris advocaat € 1.107,00 − nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.301,22 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  12. verleent ten aanzien van gedaagde verstek, 5.
  13. veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen een bedrag van € 43.984,80 (zegge: drieënveertigduizend negenhonderdvierentachtig euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ad 6:119a BW vanaf 15 maart 2024 tot en met de dag der algehele voldoening, 5.
  14. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 4.301,22 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 5.
  15. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. Van den Heuvel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 15 augustus 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.