← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6173

Beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg parketnummer :02-024327-24 beslissing op verzoek schorsing van de voorlopige hechtenis van de raadkamer van 3 september 2024 (artikel 80 Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] . Inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] . Nu gedetineerd in Justitieel Complex [plaats 1] . Raadsvrouw mr. J T. Brassé. Procedure Op 28 augustus 2024 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen (lat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsvrouw gehoord. Beoordeling De rechtbank heeft ter zitting van 2 augustus 2024 vastgesteld dat het dubbel-PO niet op korte termijn gereed zal zijn. De uitkomsten van dat onderzoek zijn noodzakelijk om meer zicht te krijgen op de persoon van verdachte. Mede gelet hierop en de jonge leeftijd van verdachte heeft de rechtbank opdracht gegeven aan de officier van justitie om de reclassering te laten rapporteren over de (on)mogelijkheden van een eventuele schorsing (onder voorwaarden) van de voorlopige hechtenis. De mogelijkheden van elektronische monitoring en huisarrest moeten in het rapport van de reclassering worden betrokken. De rechtbank stelt vast dat genoemde rapportage naar verwachting op 25 september aanstaande beschikbaar zal zijn. Dit betekent dat de rechtbank vooralsnog niet ziet hoe het recidiverisico met het stellen van voorwaarden tot een voor de maatschappij aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht. De reclasseringsrapportage moet worden afgewacht. Dit is aanleiding om het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen. Ter zitting is gebleken dat verdachte bij een plaatsingsbeslissing van 26 augustus 2024 vanuit [forensisch centrum] te [plaats 2] is overgeplaatst naar het Justitieel Complex [plaats 1] . Dit is voor de rechtbank aanleiding tot het volgende. Destijds is besloten tot plaatsing van verdachte in [forensisch centrum] . Het staat niet vast of het volwassenenstrafrecht van toepassing zal zijn. Het gaat om een net 19-jarige verdachte. Naar de rechtbank begrijpt heeft het openbaar ministerie in de betreffende overweging van de reclassering in het rapport van 19 februari 2024 aanleiding gezien inmiddels van opvatting te zijn dat het volwassenenstrafrecht van toepassing is en dit is kenbaar gemaakt aan de selectiefunctionaris van het ministerie. Dit heeft geleid tot genoemde plaatsingsbeslissing. De rechtbank is door deze gang van zaken verrast en heeft met verbazing kennis genomen van de overplaatsing van verdachte. Gelet op de overwegingen van de rechtbank ter zitting van 2 augustus 2024 is de plaatsingsbeslissing voor de rechtbank niet te begrijpen. Naar het oordeel van de rechtbank doet de beslissing geen recht aan de positie van verdachte. De rechtbank vraagt de officier van justitie dan ook het er toe te leiden dat de plaatsingsbeslissing van 26 augustus 2024 zo spoedig mogelijk wordt heroverwogen. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 3 september 2024 door: mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. H.H. Skalonjic en rnr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van J.A. de Visser-Koster, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.