← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6265

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/5626 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres, en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 10 november 2023 om kwijtschelding van haar studieschuld (levenslanglerenkrediet) op medische gronden. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep kennelijk gegrond?
  4. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 10 november
  5. In de wet is geen termijn opgenomen waarbinnen de minister op deze aanvraag moet beslissen. In zo’n geval geldt een beslistermijn van acht weken. De minister had dus uiterlijk op 4 januari 2024 moeten beslissen. De termijn waarbinnen de minister moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft de minister op 27 juni 2024 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan. Welke beslistermijn moet aan de minister worden opgelegd?
  6. Omdat de minister nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de minister dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de minister dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. Welke dwangsom wordt aan de minister opgelegd?
  7. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de minister. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen
  8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, de minister de onder
  9. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de minister de onder
  10. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
  11. Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de minister op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; - bepaalt dat de minister het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Dit staat in de artikelen 4:13 en 4:14 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.