← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6267

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02-337841-22 vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2024, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen zes woninginbraken en één poging daartoe heeft gepleegd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij met name op de aangiftes, de bakengegevens van de Opel Vectra [kenteken] , de herkenning van de inzittenden van die auto, de mast- en tapgegevens van de telefoons van de verdachten en de modus operandi van de manier waarop is ingebroken. Deze bewijsmiddelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. In die zin is ook sprake van schakelbewijs. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. In de eerste plaats zijn de herkenningen door drie verbalisanten van verdachte als inzittende van de Opel Vectra [kenteken] niet betrouwbaar. De stills van de camerabeelden zijn van een matige kwaliteit. Slechts één van hen heeft verdachte ooit, jaren geleden, fysiek ontmoet, waarbij onduidelijk is hoe toen verdachtes identiteit is vastgesteld. Verder zijn de verbalisanten tijdens het onderzoek mogelijk beïnvloed geraakt, hetgeen kan hebben bijgedragen aan de herkenning. De herkenning wordt bovendien niet ondersteund door ander bewijs. Als verdachte al één van de personen in de auto was, dan kan nog niet worden bewezen dat hij de woninginbraken heeft gepleegd. Er is op basis van de bakengegevens van de Opel Vectra niet met voldoende mate van zekerheid vast te stellen wie betrokken is bij de woninginbraken, omdat die gegevens in een te ver verwijderd verband staan tot de inbraken. Redengevende ondersteuning van die gegevens ontbreekt. Gelet op het voorgaande heeft de verdediging vrijspraak van alle feiten bepleit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Het dossier bevat bewijsmiddelen met betrekking tot de woninginbraken in de vorm van aangiftes en in sommige zaken forensisch onderzoek op de plaatsen delict. Voorts bevat het dossier bewijsmiddelen betreffende de locatiegegevens van een voertuig dat in gebruik lijkt te zijn bij één van de medeverdachten en op de dagen van de woninginbraken in de buurt van die woningen is geweest. Het vorenstaande maakt echter niet dat de (mogelijke) inzittenden van dat voertuig dus de woninginbraken hebben gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat de resultaten van het onderzoek onvoldoende basis vormen om tot het oordeel te kunnen komen dat er sprake is van wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal verdachte daarom van al die feiten vrijspreken. 5De benadeelde partij In deze zaak hebben zich tweebenadeelde partijen gevoegd, te weten: [benadeelde 1] , feit 1, zaak 9, en [benadeelde 2] , feit 1, zaak

  1. Verdachte wordt vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 6De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 en 2 tenlastegelegde feiten; Benadeelde partijen - verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de door hen ingediende vorderingen; - veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september
  2. Mr. D.H. Hamburger en mr. F.L. Donders zijn niet in de gelegenheid het vonnis te ondertekenen. Bijlage I De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meer goederen in een woning, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, te weten: - op of omstreeks 10 december 2022 in een woning aan [adres 1] te [plaats] , sieraden en/of een kluis met inhoud en/of een bankpas, die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 1] en/of - op of omstreeks 10 december 2022 in een woning aan de [adres 2] te [plaats] , sieraden en/of scheerapparaten die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 3] en/of - op of omstreeks 15 december 2022 in een woning aan [adres 3] te [plaats] , sieraden die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 4] en/of - op of omstreeks 15 december 2022 in een woning aan [adres 4] te [plaats] , een geldbedrag dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 2] en/of - op of omstreeks 16 december 2022 in een woning aan [adres 5] te [plaats] , sieraden die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 5] en/of - op of omstreeks 16 december 2022 in een woning aan [adres 6] te [plaats] , een geldbedrag dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; (zaak 9&10, 11&12, 13, 15) ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om - op of omstreeks 16 december 2022 in een woning gelegen aan [adres 7] te [plaats] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer goederen van zijn gading, die aan een ander dan aan verdachte toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen - het (achter)terrein van voornoemde woning heeft betreden en vervolgens via een achterraam/de achterdeur van voornoemde woning de woning heeft betreden en vervolgens door voornoemde woning is gelopen en kasten en lades heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 14) ( art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.