RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/297683-22 rk-nummer: 24-006429 Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 29f Sv van: [verzoeker] geboren op [geboortedag] 2002,wonende te [woonadres],woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.B.M. Poppelaars, baronielaan 95, 4818 PC Breda 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ontvangen op de griffie op 11 maart 2024. Het verzoek is behandeld op 27 augustus 2024. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. R.B.M. Poppelaars als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoeker wordt aangevoerd dat er tegen verzoeker strafrechtelijke vervolging is ingesteld door de officier van justitie binnen het arrondissement Zeeland-West-Brabant op verdenking van misdrijven aangaande de Opiumwet. Verzoeker is op 2 juli 2022 aangehouden, verhoord en in vrijheid gesteld. Verzoeker betwist enig strafbaar feit inzake de Opiumwet te hebben gepleegd. Uit het dossier valt voldoende op te maken dat verzoeker geen enkele wetenschap dan wel betrokkenheid had bij hetgeen waarvan hij nu verdacht wordt. In november 2023 is er namens verzoeker een verzoek tot sepot ingediend nadat er anderhalf jaar lang geen onderzoekshandelingen zijn verricht. De officier van justitie heeft niet gereageerd op dit verzoek. Er is tevens meerdere malen telefonisch contact gezocht hetgeen niet tot enig resultaat heeft geleid. De officier van justitie heeft de strafzaak thans nog altijd niet bij de rechtbank aangebracht. Gelet op deze inactiviteit en de termijn die daarbij is verstreken na de laatste onderzoekshandelingen, alsmede het gebrek aan enig wettig en overtuigend bewijs maken het dat verzoeker de rechtbank verzoekt zijn strafzaak als beëindigd te verklaren. Daarbij voert verzoeker aan een groot persoonlijk belang bij die beëindiging te hebben nu deze strafrechtelijke verdenkingen zwaar op verzoeker drukt, er een geldbedrag van € 1.960,00 onder verzoeker in beslag is genomen en verzoeker geen enkele betrokkenheid heeft gehad in de strafbare feiten die hem worden verweten. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk dan wel ongegrond moet worden verklaard. Er is op 26 augustus 2023 een beslissing tot dagvaarding van de strafzaak tegen verzoeker genomen en er is een (definitieve) tenlastelegging opgesteld. Verzoeker wordt verdacht van overtreding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.