RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummer: 02/296867-23 vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] . wonende aan de [woonadres] , raadsman mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Houten. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 september 2024, waarbij de officier van justitie, mr. E.E. de Feijter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte drie personen heeft bedreigd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 14 januari 2022 tot en met 21 augustus 2023 in Nederland [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door die [benadeelde 1] dreigend de woorden toe te voegen:- ''ik maak jou dood zometeen ik laat niks van je over, kankerhoer'' en- ''ik snijd je keel door, ik rijd je dood met de auto” endoor die [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen:- ''breek ik je handen, vieze kankerlijder, ik ga je vinden ik sla je tandenuit je kankerbek'', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekkingendoor die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen:- ''kom ik nu naar jou toe met een honkbalknuppel en sla ik je dood''en- ''ik maak een einde aan je kankerleven'' en- ''voor elke leugen die je mij geeft krijg jij met de vuist'' en- ''als je nog 1 keer liegt rijd ik naar huis en sla ik je tegen de vlakte'',althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uur met aftrek van het voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar. Daarbij heeft de officier van justitie verzocht om hieraan de voorwaarden zoals geformuleerd in de gedragsaanwijzing te koppelen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de eis van de officier van justitie. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft meermalen de moeder en de oma van zijn ex-partner alsmede de vriend van de moeder van zijn ex-partner bedreigd over een langere periode. Blijkens de geluidsopnamen heeft verdachte de bedreigingen op een zeer agressieve manier geuit. Uit de slachtofferverklaringen volgt dat deze bedreigingen ingrijpend zijn geweest voor de slachtoffers. Het is kwalijk dat verdachte hier niet bij stil heeft gestaan. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor bedreiging. Dit is echter dusdanig lang geleden dat de rechtbank hiermee geen rekening houdt bij het bepalen van de straf. Gelet op de ernst en aard van de bedreigingen, en de duur van de periode waarbinnen hij deze heeft geuit, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 120 uur op zijn plaats is. De rechtbank acht het naast een onvoorwaardelijke taakstraf van belang dat de rust die lijkt te zijn teruggekeerd, behouden blijft. Dit is niet alleen in het belang van de slachtoffers, maar ook van verdachte zelf. De rechtbank ziet hierin reden om naast de taakstraf een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op te leggen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals deze waren opgelegd bij de gedragsaanwijzing. Alles overwegend zal de rechtbank een straf opleggen conform de eis van de officier van justitie. 7De benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 1.000,-- aan immateriële schade voor het feit. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. De door de benadeelde gevorderde vergoeding van immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente van 21 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu (de omvang van) de schade onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 1000,-- aan immateriële schade voor het feit. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. De door de benadeelde gevorderde vergoeding van immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente van 21 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, gelet op de onderbouwing en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.