RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/2114 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] uit [plaats 1] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar. Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 2 maart 2023 tegen de hem op opgelegde aanslag forensenbelasting 2021 voor de woning [adres] te [plaats 2] . 1.
- De heffingsambtenaar heeft de aanslag na het instellen van beroep vernietigd op 10 november
- 1.
- De rechtbank heeft het beroep ter zitting behandeld op 2 oktober
- Belanghebbende heeft een bericht van verhindering gezonden. Namens de heffingsambtenaar is niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank
- Nu de heffingsambtenaar de in geschil zijnde aanslag heeft vernietigd, behoeft de juistheid van de aanslag geen beoordeling meer en is het beroep in zoverre niet ontvankelijk. Belanghebbende heeft nog verzocht om een uitspraak van de rechtbank om een vergoeding van de kosten voor de bezwaar- en de beroepsprocedure en een beoordeling van de handelwijze van de heffingsambtenaar.
- Op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan een vergoeding van de kosten voor de behandeling van een bezwaar of beroep uitsluitend betrekking hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (en enkel andere omschreven kosten). Belanghebbende heeft zelf bezwaar en beroep ingesteld zodat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in kosten voor de behandeling van het bezwaar of beroep (afgezien van het griffierecht). Het feit dat de heffingsambtenaar, naar belanghebbende stelt, onzorgvuldig is overgegaan tot het opleggen van de aanslag en het ongegrond verklaren van het bezwaar is geen reden voor een ander oordeel. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk; bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van de Langerijt-Suurmeijer, griffier, op 3 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.