← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6764

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 10984991 \ MB VERZ 24-188 CJIB-nummer : 1062 5422 5809 1537 uitspraakdatum : 5 augustus 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] [adres] [woonplaats] ( [land] ) hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 5 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 7 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart (ter hoogte van [huisnummer] ) te Kapellebrug (gemeente Hulst) op 21 mei 2023 om 21:45 uur. Betrokkene heeft in het beroepsschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de constatering van de verweten gedraging. De persoon die het voertuig huurt is verantwoordelijk voor de gedraging die zijn verricht met het voertuig ten tijde van de huurperiode. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat betrokkene heeft nagelaten een geldig huurcontract te overleggen. Overwegingen Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder (

  1. a)niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of (
  2. b)een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of (
  3. c)ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was. Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling echter onvoldoende met bewijzen onderbouwd en heeft nagelaten een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Hierdoor is niet komen vast te staan dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. Het beroep daarop wordt dan ook verworpen. De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; draagt de officier van justitie op aan betrokkene terug te betalen het bedrag van € 65,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2024. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.