RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 10995765 \ CV EXPL 24-998 Vonnis van 18 september 2024 in de zaak van DE VERENIGING MET VOLLEDIGE RECHTSBEVOEGDHEID LAURENTIUS, gevestigd en kantoorhoudende te Breda, eisende partij, hierna te noemen: Laurentius, gemachtigde: mr. S.E. Roeters van Lennep, advocaat te Rotterdam, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [adres 1] , gedaagde partij sub 1, hierna te noemen: [gedaagde 1] , niet verschenen, en 2 2. [gedaagde 2] , wonende te [adres 2] , gedaagde partij sub 2, hierna te noemen: [gedaagde 2] , gemachtigde: mr. R.W. de Pater, advocaat te Breda. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 29 mei 2024 met de daarin genoemde stukken; - het op 8 augustus 2024 ter griffie ontvangen bericht van Laurentius met producties; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 19 augustus 2024. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten Tussen partijen staat het volgende vast: - Laurentius is een toegelaten instelling, zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, en eigenaar van de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te [adres 2] (verder: het gehuurde); - Laurentius verhuurt het gehuurde sinds 4 mei 2015 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Laurentius van toepassing (versie 27 mei 2014); - vanaf 5 oktober 2018 tot en met 7 maart 2019 worden door Laurentius regelmatig klachten ontvangen over [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van hun directe buren (huisnummers [huisnummer 1] en [huisnummer 2] ). De klachten bestaan uit schreeuwen (ook ’s nachts) en ongedierte (wespen), die vermoedelijk uit de schuur bij het gehuurde komen; - op 9 juli 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Laurentius, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en hun buren. In het gesprek is afgesproken dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] proberen de overlast in de avond en nacht zoveel mogelijk weg te nemen en de tuin op orde te brengen; - vanaf 27 augustus 2021 tot en met 7 juni 2022 ontvangt Laurentius meerdere klachten van de buren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Het gaat om overlast (van de kinderen) van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de avond en nacht en van ongedierte, die op het afval in de tuin en schuur van het gehuurde afkomen; - op 16 mei 2022 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen Laurentius, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , de buren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hulpverleners. Laurentius heeft in dat gesprek aangezegd dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] één maand de tijd krijgen om de overlast in de avonduren weg te nemen, de tuin op te ruimen en een afspraak te maken om naar de douche van het gehuurde te laten kijken. De na het gesprek verzonden brief, waarin de inhoud van het gesprek is weergegeven, is aangemerkt als een gedragsaanwijzing, die door [gedaagde 2] ondertekend retour is gezonden; - op 5 juli 2022 heeft de gemachtigde van Laurentius nogmaals een gedragsaanwijzing toegestuurd aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ; - op 7 februari 2023 wordt er melding gemaakt van afval in de tuin van het gehuurde en overlast van ongedierte en van de barbecue van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ; - op 11 april 2023 heeft Laurentius [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gesommeerd de schuur bij het gehuurde leeg te ruimen; - op 24 april 2023 berichten buren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat er afval in de tuin van het gehuurde is geplaatst; - op 25 april 2023 heeft Laurentius een huisbezoek bij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aangezegd op 5 mei 2023. De medewerker van Laurentius is op 5 mei 2023 geweigerd. In de tuin en schuur van het gehuurde lag nog steeds een grote hoeveelheid afval; - vanaf mei 2023 tot en met september 2023 ontvangt Laurentius klachten van de buren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] over geluidsoverlast, het gooien van speelgoed over de schutting door de kinderen, de staat van de tuin van het gehuurde en de daaruit voortvloeiende overlast van ongedierte; - op 5 oktober 2023 heeft de gemachtigde van Laurentius [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aangeschreven met betrekking tot de ervaren geluidsoverlast en de staat van de tuin en de schuur van het gehuurde, waarbij een laatste kans wordt gegeven de overlast te stoppen; - op 17 oktober 2023 bericht een medewerkster van Laurentius dat bij het huisbezoek is geconstateerd dat de woning en tuin er beter uitzagen, maar dat de geluidsoverlast niet is verminderd. Er worden weer klachten ontvangen van de buren; - per brief van 7 november 2023 is een verslag toegestuurd aan [gedaagde 2] van het huisbezoek, waarin gewezen wordt op de aanhoudende geluidsoverlast. Ook wordt melding gemaakt van een huurachterstand; - in de periode november 2023 tot en met februari 2024 worden door Laurentius klachten ontvangen van de buren van [gedaagde 2] over geluidsoverlast en afval in de tuin; - op 23 november 2023 heeft Laurentius de huurachterstand gemeld bij de gemeente Alphen-Chaam; - op 27 november 2023 heeft er een gesprek met [gedaagde 2] plaatsgevonden, waarin deze procedure is aangekondigd; - op 26 januari 2024 is er een onderzoek gedaan naar de geluidsoverlast uit het gehuurde. In het rapport van 19 februari 2024 wordt geconcludeerd: “Op basis van de onderzochte resultaten kan worden geconcludeerd dat er sprake is van hinderlijke geluiden afkomstig van de naast gelegen woning. Echter valt bijna al dit geluid onder de norm, zoals gesteld in de Wgh (Wet Geluidhinder), beoordeeld volgens het activiteitenbesluit. De geluiden komen niet boven de in dit besluit gestelde norm en vallen dus onder leef geluiden. Het is alleen wel heel erg veel. De contactgeluiden van slaande deuren komen wel boven de norm evenals het stuiteren met een bal. Het praten en schreeuwen is bijna continue aanwezig. (…)”; - [gedaagde 1] is inmiddels uit het gehuurde vertrokken en sinds 16 februari 2024 door Laurentius ontslagen uit zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst; - in de periode maart 2024 tot en met mei 2024 ontvangt Laurentius klachten. Het gaat om geluidsoverlast, vervuiling van het gehuurde en de tuin, de verzorging van de kinderen, de staat van de tuin en de (achtergebleven) kat van [gedaagde 2] ; - [gedaagde 2] en haar kinderen verblijven op dit moment op de crisisafdeling van Sterk Huis tot eind september 2024. De kinderen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn onder toezicht gesteld. Incidenteel mag [gedaagde 2] terugkeren naar de woning. Op die momenten ontvangt Laurentius weer overlastklachten. 3Het geschil 3.1. Laurentius vordert, na vermindering van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: De huurovereenkomst met [gedaagde 2] te ontbinden; [gedaagde 2] te veroordelen het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen; [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.695,84 aan achterstallige huur tot 1 april 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente; [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van toekomstige huur, dan wel gebruiksvergoeding, van € 580,98 per maand of gedeelte daarvan, te vermeerderen met de wettelijke rente; [gedaagde 2] te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente daarover. 3.2. Als onderbouwing van haar vordering stelt Laurentius dat zij al sinds 2018 overlastklachten ontvangt over (het gezin van) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Tot laat in de nacht is er regelmatig sprake van ernstige geluidsoverlast en de tuin en schuur van het gehuurde ligt vol met afval. Laurentius heeft diverse stappen ondernomen om de overlast tegen te gaan. Er zijn diverse gesprekken met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gevoerd, de schuur en tuin bij het gehuurde zijn op initiatief van Laurentius leeggehaald en er is hulp gezocht voor (de kinderen van) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Uiteindelijk was Laurentius genoodzaakt een gedragsaanwijzing voor te leggen. Die is alleen door [gedaagde 2] ondertekend. De situatie heeft zich meerdere malen in beperkte mate en voor korte duur verbeterd, waardoor Laurentius steeds geen verdere (juridische) stappen heeft ondernomen. De overlast blijft steeds terugkeren, zodat Laurentius thans genoodzaakt is een procedure op te starten. Naast de overlast is er sprake van een huurachterstand van € 1.014,86 tot en met augustus 2024. 3.3. Op het verweer van [gedaagde 2] voert Laurentius aan dat het voor [gedaagde 2] duidelijk is welke partij zij tegenover zich heeft. De partijaanduiding in de dagvaarding is verkeerd weergegeven. Zij vraagt dit aan te passen naar “Laurentius”. 3.4. [gedaagde 1] is, hoewel behoorlijk gedagvaard met inachtneming van de voorgeschreven termijn en formaliteiten, niet in de procedure verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd of om uitstel verzocht; daarop is tegen hem verstek verleend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Laurentius haar vordering op [gedaagde 1] ingetrokken. 3.5. [gedaagde 2] voert verweer. Zij concludeert primair en subsidiair tot niet-ontvankelijkheid van Laurentius, dan wel meer subsidiair tot afwijzing van de vorderingen van Laurentius of een verlenging van de ontruimingstermijn, met veroordeling (primair, subsidiair en meer subsidiair) van Laurentius in de proces- en nakosten. 3.6. Primair stelt [gedaagde 2] zich op het standpunt dat de procedure is gestart door een niet-bestaande partij. “Woningbouwvereniging Laurentius” komt niet voor in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Laurentius is dan ook niet-ontvankelijk, waarbij de proceskosten ten laste van de gemachtigde van Laurentius dienen te komen, nu de kosten niet op een bestaande partij kunnen worden verhaald. Aanpassing van de dagvaarding is niet meer mogelijk. Deze is gebrekkig en gelet op de hoeveelheid aan mogelijke partijen, die de procedure hadden kunnen beginnen, is rectificatie in strijd met de goede procesorde. 3.7. Subsidiair stelt [gedaagde 2] dat onduidelijk is met welke partij de huurovereenkomst is gesloten. Op de huurovereenkomst staat vermeld “Laurentius in Breda”, maar er zijn tien ondernemingen geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met de handelsnaam “Laurentius” in de naam in Breda. De in de dagvaarding genoemde eisende partij is in ieder geval geen partij bij de huurovereenkomst, omdat deze partij niet bestaat. 3.8. Meer subsidiair voert [gedaagde 2] aan dat zij zich van geen kwaad bewust is. Zij heeft zich altijd welwillend opgesteld richting Laurentius. De gestelde geluidsoverlast werd bovendien met name door [gedaagde 1] en de kinderen veroorzaakt. [gedaagde 1] verblijft thans niet meer in het gehuurde. [gedaagde 2] is door buren nooit aangesproken op de overlast. In de schuur hebben alleen spullen gelegen, die [gedaagde 2] wilde bewaren. Dit was geen afval. Zij is zich er niet bewust van geweest dat er afval lag, dat ongedierte aantrok. Daarbij wijst zij erop dat haar privacy is geschonden door het maken van foto’s van haar tuin en de woning. Zij betwist dat er sprake was van geluidsoverlast. De klachten komen alleen van haar directe buren en niet van andere omwonenden. Als de overlast zo ernstig zou zijn als wordt gesteld, waren meer klachten te verwachten. Uit de conclusie van het rapport van het onderzoek dat naar de overlast is gedaan volgt ook dat het te horen geluid binnen de normen blijft. Ook zijn de politie en burgemeester niet ingeschakeld. Voor zover overlast wordt ervaren komt dit doordat de muren van de woningen dun zijn. Het ligt dan ook op de weg van Laurentius om een andere, beter geïsoleerde, woning aan te bieden aan [gedaagde 2] . De gevorderde huurachterstand is niet gespecificeerd, zodat het voor [gedaagde 2] niet duidelijk is welke maanden aan huur nog open staan. Deze is ontstaan door het vertrek van [gedaagde 1] uit het gehuurde. Inmiddels is zij de huurachterstand aan het inlopen. De huurachterstand is bovendien niet ten grondslag gelegd aan de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst. In de ogen van [gedaagde 2] is er geen sprake van onrechtmatige overlast, zodat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen moet worden afgewezen. Voor zover de vordering wordt toegewezen vraagt [gedaagde 2] de ontruimingstermijn te verlengen. 3.9. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 2] aangevuld veel te hebben geleerd bij Sterk Huis, zodat zij verwacht weer terug te kunnen naar de woning. De bij de laatste producties van Laurentius overgelegde foto’s geven geen goed beeld van de situatie in de tuin van het gehuurde, nu [gedaagde 2] op dat moment het gehuurde aan het opruimen was en de spullen uit de woning in de tuin had geplaatst. De goederen zijn inmiddels door Laurentius verwijderd. 4De beoordeling Primair en subsidiair – verkeerde partijaanduiding: 4.1. In de dagvaarding staat Laurentius als “Woningbouwvereniging Laurentius” aangeduid. [gedaagde 2] stelt dat geen van de in het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgenomen ondernemingen met de naam “Laurentius” deze handelsnaam hanteert, zodat sprake is van een niet bestaande rechtspersoon. Laurentius is daardoor niet-ontvankelijk volgens [gedaagde 2] . Laurentius heeft erkend dat de verkeerde naam is opgenomen in de dagvaarding en heeft gevraagd de naam te rectificeren naar “Laurentius”. 4.2. De kantonrechter overweegt dat een vergissing in de partijaanduiding in dagvaardingszaken volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad door een rectificatie kan worden hersteld indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.