← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:6869

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/3228 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2024 op het verzet van [opposanten] , uit [plaats] , opposanten, tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 juli 2024 in het geding tussen opposanten en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. Inleiding

  1. Deze uitspraak op het verzet van opposanten gaat over de uitspraak van de rechtbank van 19 juli 2024 waarin de rechtbank het beroep van opposanten niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.
  2. Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 19 juli 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de grond van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
  4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het beroep van opposanten
  5. Het beroep van opposanten ging over het besluit van 13 maart 2024 waarin het college een aangepaste omgevingsvergunning heeft verleend voor huisvesting van arbeidsmigranten aan de [adres] in [plaats] . De uitspraak van 19 juli 2024
  6. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposanten het griffierecht niet (op tijd) betaald hebben en hiervoor geen goede reden hebben. Hebben opposanten een goede reden voor het niet (op tijd) betalen van het griffierecht?
  7. Opposanten geven aan dat zij het griffierecht niet op tijd betaald hebben, omdat zij lange tijd in het buitenland verbleven. Zij willen alsnog het griffierecht betalen zodat de zaak in behandeling wordt genomen. 6.
  8. De rechtbank oordeelt dat opposanten geen goede reden hebben voor het niet (op tijd) betalen van het griffierecht. Het is ook bij langdurig verblijf in het buitenland de verantwoordelijkheid van opposanten om op tijd het griffierecht te betalen. Als opposanten zelf niet in staat zijn om hun post bij te houden door langdurig verblijf in het buitenland, is het aan opposanten om te regelen dat iemand anders hun post bijhoudt, opposanten van de inhoud van deze post op de hoogte stelt en eventueel voor opposanten het griffierecht betaalt/voorschiet. Het verzet van opposanten slaagt dan ook niet. Conclusie en gevolgen
  9. De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 juli
  10. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 9 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met opposanten wordt bedoeld de indieners van het verzetschrift. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). ECLI:NL:RBZWB:2024:4660.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.