RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-081588-24 vonnis van de meervoudige kamer van 3 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] raadsman mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van ongeveer 259.550 euro. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van het in de tenlastelegging opgenomen bedrag in contanten. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2024059931, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met
- De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op: het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2024 (p. 15 – 20); het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2024 (p. 25 – 28); de ter zitting van 3 oktober 2024 afgelegde bekennende verklaring van verdachte. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 8 maart 2024, te [plaats] tezamen en in vereniging met eenander een geldbedrag van ongeveer 259.550 euro- heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dit geldbedrag onmiddellijk of middelijk afkomstig was uit enig misdrijf. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 227 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast vordert zij een taakstraf voor de duur van 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging acht de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De aard en ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot contant geldbedrag door dit geldbedrag te ontvangen van een voor de rechtbank onbekend gebleven persoon en op een parkeerplaats in [plaats] over te dragen aan de [medeverdachte], terwijl hij wist dat de herkomst van dat geld niet legaal was. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Gelden zonder legale herkomst worden doorgaans weer in de bovenwereld uitgegeven of geïnvesteerd, waardoor er een vermenging van de boven- en onderwereld plaatsvindt. Dit heefteen ontwrichtende en ondermijnende werking op de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte aan. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 19 augustus 2024, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld. Deze veroordeling dateert van augustus 2007 en ziet op een andersoortig feit. Verdachte wordt daarom gezien als een first offender. Ter zitting heeft verdachte spijt betuigd en dit komt op de rechtbank oprecht over. Daarnaast heeft verdachte ter zitting gedeeltelijk openheid van zaken gegeven, in de zin dat hij over zijn uitvoerende rol heeft verklaard. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte eraan gewerkt om zijn leven terug op de rit te krijgen, waarin hij lijkt te zijn geslaagd. De strafmaat Ingeval van witwassen van grote geldbedragen is het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. Gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank redenen om hiervan af te wijken. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis stabiliteit opgebouwd, waardoor de rechtbank het in dit geval met het oog op preventie niet wenselijk acht dat verdachte opnieuw naar de gevangenis moet. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde eis van de officier van justitie passend en geboden is en zal bij de strafoplegging de eis volgen. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: medeplegen van witwassen - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 227 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen; Voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. P.B. van Onzenoort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk en K. Verdult, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 oktober
- Mr. W.A.H.A Schnitzler-Strijbos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen Bijlage I De tenlastelegging hij op of omstreeks 8 maart 2024, te [plaats] tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen(van) een geldbedrag van (ongeveer) 259.550 euro, althans een of meer voorwerpenSub a- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of deverplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /dievoorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhandenhad(den) Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,en/of- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond bWetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )