← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:7034

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 10865867 \ CV EXPL 24-33 Vonnis van 16 oktober 2024 in de zaak van [naam 1] , handelend onder de naam [eiser], gevestigd te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen [naam 2] , handelend onder de naam [gedaagde], gevestigd te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties- het mondelinge antwoord - het aanvullende schriftelijke antwoord met producties- de conclusie van repliek met producties- de conclusie van dupliek met producties- de akte van [eiser] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [eiser] exploiteert een onderneming die goederenvervoer over de weg (geen verhuizingen) verzorgt. [gedaagde] exploiteert een koeriersbedrijf. 2.
  4. [eiser] heeft werkzaamheden voor [gedaagde] verricht. Deze werkzaamheden bestonden uit het vervoeren van PostNL pakketten. [gedaagde] heeft drie door [eiser] aan hem gezonden facturen tot een totaalbedrag van € 641,77 onbetaald gelaten. 3Het geschil en de beoordeling daarvan 3.
  5. [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 641,77, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt dat hij voor [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht en dat [gedaagde] drie facturen niet heeft betaald. [gedaagde] is daardoor terkortgeschoten in het nakomen van de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomst. 3.
  6. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . [gedaagde] beroept zich op verrekening. [gedaagde] stelt dat hij wegens schadevergoeding een vordering op [eiser] heeft tot een hoger bedrag dan het bedrag van de facturen waarvan [eiser] betaling vordert. 3.
  7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  8. [gedaagde] betwist niet dat hij de facturen waarvan [eiser] betaling vordert verschuldigd is. De vordering van [eiser] kan dus in principe worden toegewezen. Dat is alleen anders als het beroep van [gedaagde] op verrekening slaagt. 4.
  9. [gedaagde] vordert verrekening van de vordering die hij wegens schadevergoeding op [eiser] stelt te hebben. Volgens [gedaagde] heeft hij schade geleden doordat [eiser] zich niet gehouden heeft aan de door hem in acht te nemen opzegtermijn. [gedaagde] heeft als gevolg daarvan een bus met een chauffeur moeten huren. Aan de chauffeur heeft hij, omdat hij hem op het laatste moment heeft moeten inhuren, meer moeten betalen dan hij aan [eiser] zou hebben betaald. Daarnaast had [eiser] de aan hem door [gedaagde] , verstrekte bedrijfskleding terug moeten geven. Dat heeft hij nagelaten. 4.
  10. [eiser] heeft de vordering die [gedaagde] op hem wegens schadevergoeding stelt te hebben gemotiveerd weersproken. 4.
  11. Gelet op de gemotiveerde betwisting door [eiser] van de vordering die [gedaagde] op hem stelt te hebben is die vordering niet op eenvoudige wijze vast te stellen. In dat geval kan de rechter een vordering, ondanks een beroep van de verweerder op verrekening, toewijzen (verg. art. 6:136 BW). De kantonrechter zal de vordering van [eiser] dan ook toewijzen. 4.
  12. [gedaagde] heeft de vordering voor wat betreft de door [eiser] gevorderde wettelijke rente niet betwist. De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.
  13. [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft die vordering niet betwist. De kantonrechter zal € 96,27 toewijzen. 4.
  14. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 641,77 - buitengerechtelijke incassokosten € 96,27 + totaal € 738,04 - betalingen € 0,00 -/- Totaal € 738,04 4.
  15. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 110,55 - griffierecht € 218,00 - salaris gemachtigde € 337,50 (2,5 punten × € 135,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 733,
  16. 4.
  17. De kantonrechter zal het meer of anders gevorderde afwijzen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  18. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 738,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 641,77 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, 5.
  19. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 733,55, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, 5.
  20. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.