RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/200470-23, 02/273904-23 (gev.ttz) vonnis van de meervoudige kamer van 17 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ( [land] ), wonende te [woonadres] , raadsman mr. W.B. Lisi, advocaat te Utrecht. 1Onderzoek van de zaak Overeenkomstig artikel 369 van het wetboek van strafvordering heeft de politierechter op 22 december 2023 de zaken naar deze meervoudige kamer verwezen. De zaken zijninhoudelijk behandeld op de zitting van 3 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. G. Smid, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte parketnummer 02/200470-23 feit 1: [benadeelde 1] heeft mishandeld; feit 2: [benadeelde 1] heeft beledigd; feit 3: [benadeelde 2] heeft bedreigd; feit 4: [benadeelde 1] heeft bedreigd. parketnummer 02/273904-23 [benadeelde 3] heeft aangerand. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Parketnummer 02/200470-23 Op grond van de verklaringen [benadeelde 2] , [benadeelde 1] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 6] acht de officier van justitie de feiten 1, 2 en 4 bewezen. De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 3, omdat geen sprake is van een bedreiging met zware mishandeling of de dood. Parketnummer 02/273904-23 De officier van justitie acht het feit bewezen. De verklaring van aangever [benadeelde 7] is voldoende specifiek en wordt ondersteund door de verklaring van [getuige] . 4.2 Het standpunt van de verdediging Parketnummer 02/200470-23 De verdediging volgt het standpunt van de officier van justitie. Parketnummer 02/273904-23 De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van dit feit, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de billen van [benadeelde 7] heeft aangeraakt. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte geen opzet heeft gehad op het plegen van een ontuchtige handeling. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Parketnummer 02/200470-23 Feit 1 Op grond van de aangifte van [benadeelde 1] en de getuigenverklaringen van [benadeelde 4] en [benadeelde 5] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 1] heeft mishandeld. Feit 2 Op grond van de aangifte van [benadeelde 1] , zijn aanvullend verhoor en de getuigenverklaring van [benadeelde 4] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 1] heeft beledigd door op hem te spugen. Feit 3 Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte tegen [benadeelde 2] heeft geschreeuwd en meerdere malen met zijn vinger in de richting van haar gezicht heeft gewezen. Ook heeft verdachte haar telefoon uit haar handen geslagen en gezegd ‘Ik ben van de politie, ik mag doen wat ik wil en je moet niet met mij fucken’. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat deze situatie geen bedreiging oplevert in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De inhoud van de bewoordingen ziet namelijk niet op een bedreiging met enig misdrijf als genoemd in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van dit feit. Feit 4 Op grond van de aangifte van [benadeelde 1] en de getuigenverklaring van [benadeelde 5] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 1] heeft bedreigd. Parketnummer 02/273904-23 Op grond van de aangifte van [benadeelde 7] en de getuigenverklaring van [getuige] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de billen van [benadeelde 7] heeft aangeraakt en daarin heeft geknepen. [benadeelde 7] is onverhoeds aangeraakt op een intieme plek. Hierdoor werd zij gedwongen de handeling te dulden. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een ontuchtige handeling. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Parketnummer 02/200470-23 1 op 9 augustus 2023 op het traject van Rotterdam naar Breda [benadeelde 1] heeft mishandeld door die [benadeelde 1] meerdere malen (met gebalde vuist) te slaan tegen het hoofd; 2 op 9 augustus 2023 op het traject van Rotterdam naar Breda opzettelijk [benadeelde 1] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd, door op die [benadeelde 1] te spugen; 4 op 9 augustus 2023 op het traject van Rotterdam naar Breda, [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door - met zijn, verdachtes, hand een pistoolgebaar te maken in de richting van het hoofd van die [benadeelde 1] en tegen het hoofd van die [benadeelde 1] en - met zijn hand naar zijn, verdachtes, zak te gaan en te grijpen en daarbij (vervolgens) dreigend de woorden toe te voegen: "pistola, pistola". Parketnummer 02/273904-23 op 28 september 2023 te Breda door een andere feitelijkheid, te weten door het onverhoeds aanraken, [benadeelde 3] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het betasten van en knijpen in de billen. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Zowel de officier van justitie als de verdediging concluderen dat het bewezenverklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend en dat verdachte om die reden moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Bij de beoordeling of verdachte strafbaar is, heeft de rechtbank acht geslagen op de pro-justitiarapportage van 8 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.