RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-216682-24, 02-213409-24, 02-186329-24 (ter zitting gevoegd) vonnis van de meervoudige kamer van 22 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Alphen aan den Rijn raadsman mr. D.C.O. Ayinla, advocaat te Rotterdam 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlasteleggingen met parketnummers 02-216682-24 en 02-213409-24 zijn gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte parketnummer 02-216682-24 feit 1: een woninginbraak heeft gepleegd en daarbij € 380,00, twee autosleutels, een iPad en twee opladers heeft gestolen;feit 2: een auto heeft gestolen door gebruik te maken van een gestolen sleutel;feit 3: een woninginbraak heeft gepleegd en daarbij € 300,00 en een oplader heeft gestolen;feit 4: een fiets heeft gestolen; parketnummer 02-213409-24 feit 1: een auto heeft gestolen door gebruik te maken van een gestolen sleutel;feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan heling van een kentekenplaat; parketnummer 02-186329-24 feit 1: heeft geprobeerd in te breken in twee woningen;feit 2: een iPad, sieraden en een fiets heeft gestolen uit/bij een woning, dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die voorwerpen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van feit 2 onder parketnummer 02-213409-24 en van de bij parketnummer 02-186329-24 onder feit 1 ten laste gelegde poging tot inbraak in de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] . De overige feiten acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Bij feit 2 van parketnummer 02-186329-24 kan de primair ten laste gelegde woninginbraak wettig en overtuigend bewezen worden. 4.2 Het standpunt van de verdediging parketnummer 02-186329-24 feit 1 Naar de mening van de raadsman is er onvoldoende bewijs aanwezig voor de poging tot woninginbraak aan de [adres 1] in [plaats 1] . Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken. Voor het overige heeft de raadsman zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. feit 2 De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de primair ten laste gelegde woninginbraak. Het enkele voorhanden hebben van goederen die ontvreemd zijn bij die inbraak is onvoldoende om deelneming aan die inbraak te bewijzen, te meer nu het forensisch onderzoek geen link met verdachte heeft opgeleverd. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de onderdelen ‘verwerven’ en ‘overdragen’. parketnummer 02-213409-24 feit 1 Er dient vrijspraak te volgen voor dit feit, nu de door verdachte verrichte handelingen niet gekwalificeerd kunnen worden als diefstal. Er is eerder sprake van joyriding, omdat niet kan worden uitgesloten dat verdachte het voertuig slechts gebruikt heeft om daar een ritje mee te maken. Subsidiair moet verdachte worden vrijgesproken van inklimming. feit 2 Nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte op zijn minst redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de kentekenplaat van misdrijf afkomst was, moet er vrijspraak volgen voor dit feit. parketnummer 02-216682-24 feit 1 Verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit, nu er onvoldoende bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen. Er is geen sprake van een zelfde modus operandi als bij de inbraak in [plaats 2] (feit 3) en de beelden zijn van onvoldoende kwaliteit om een conclusie te trekken. Het enkele uitstralen van de iPad in de straat waar de moeder van verdachte woont, is niet redengevend. feit 2 In het verlengde van feit 1, is er onvoldoende bewijs aanwezig voor een bewezenverklaring van dit feit. Ook hiervan dient vrijspraak te volgen. feit 3 en 4 Ten aanzien van deze feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs parketnummer 02-186329-24 feit 1 De rechtbank acht op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde poging tot inbraak in de woning aan [adres 2] te [plaats 3] heeft gepleegd. Met de officier van justitie en verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot inbraak in de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] , nu daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. feit 2 Gezien de korte tijdspanne tussen de inbraak in de woning aan de [adres 3] te [plaats 4] en het aantreffen van de bij die inbraak gestolen goederen onder verdachte, waarvoor verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven, staat voor de rechtbank vast dat verdachte degene is geweest die deze goederen heeft gestolen en dus de ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen. parketnummer 02-213409-24 feit 1 Gelet op de verklaring van verdachte ter zitting en de aangifte van [benadeelde 1] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de Opel Karl van aangever [benadeelde 1] heeft gestolen. Verdachte heeft verklaard de auto gebruikt te hebben om mee naar zijn familie in de regio Rotterdam te rijden en was weer op de terugweg. Uit de verklaring van verdachte blijkt niet dat hij van plan was de auto terug te brengen naar aangever. De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte naar de uiterlijke verschijningsvormen als heer en meester over de auto heeft beschikt. feit 2 Met de officier van justitie en verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. parketnummer 02-216682-24 feit 3 en 4 Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde inbraak in de woning aan de [adres 4] in [plaats 2] en de diefstal van de fiets van aangeefster [benadeelde 2] . feit 1 en 2 De rechtbank stelt op grond van de aangifte van [benadeelde 3] en de camerabeelden vast dat er op 3 juli 2024 is ingebroken in haar woning aan de [adres 5] in [plaats 5] (feit 1) en dat daarbij de in de tenlastelegging genoemde goederen zijn weggenomen. Daarnaast is - met de bij die inbraak weggenomen autosleutel ‑ haar auto van het merk Audi weggenomen, die geparkeerd stond op de oprit van de woning (feit 2). Uit de processen-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden van dit feit worden vergeleken met de beelden van de hierboven bewezen verklaarde inbraak in de woning aan de [adres 4] in [plaats 2] (feit 3), volgt dat de dader bij beide feiten meerdere gelijkenissen vertoont. Zo is er sprake van hetzelfde signalement, waaronder een kaal hoofd, een gelijkende broek en dezelfde schoenen, en droeg de dader bij beide feiten een grote lichtkleurige tas bij zich met daarop een groot blauw vlak. De rechtbank stelt op grond van deze bevindingen in combinatie met haar eigen waarneming van de beelden vast dat de persoon op deze camerabeelden verdachte is. Daarnaast volgt uit de camerabeelden van deze feiten dat er slechts een zeer kort tijdsbestek zit tussen het moment dat verdachte op de camerabeelden is te zien en het moment dat de weggenomen auto van de oprit af rijdt. Verder straalt de bij de inbraak weggenomen iPad de dag na de inbraak uit in de omgeving van de woning van de moeder van verdachte, waar verdachte toen verbleef. Ook de weggenomen Audi is in die omgeving aangetroffen. Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de inbraak aan de [adres 5] te [plaats 5] heeft gepleegd en de auto van aangeefster heeft weggenomen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte parketnummer 02-216682-24 feit 1 op 3 juli 2024 te [plaats 5] in een woning gelegen aan de [adres 5] 380 euro en een autosleutel (behorende bij een Audi met [kenteken 1] ) en een autosleutel (behorende bij een Renault met [kenteken 2] ) en een iPad en twee (Apple) opladers, die aan mevrouw [benadeelde 3] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; feit 2 op 3 juli 2024 te [plaats 5] een auto (merk: Audi met [kenteken 1] ), die aan mevrouw [benadeelde 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met behulp van een bijbehorende (eerder weggenomen) autosleutel genoemde auto te starten en daarmee weg te rijden; feit 3 op 4 juli 2024 te [plaats 2] in een woning gelegen aan de [adres 4] 300 euro en een (telefoon)oplader en sieraden, die aan mevrouw [benadeelde 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; feit 4 op 4 juli 2024 te [plaats 6] een fiets (merk: Gazelle), die aan mevrouw [benadeelde 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; parketnummer 02-213409-24 feit 1 in de periode van 30 juni 2024 tot en met 1 juli 2024 te [plaats 5] een voertuig (personenauto, merk/type Opel Karl, [kenteken 3] ) dat aan [benadeelde 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door daarbij onbevoegd gebruik te maken van een sleutel waarmee dat voertuig kon worden gestart; parketnummer 02-186329-24 feit 1 op 5 juni 2024 te [plaats 3] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning gelegen aan [adres 2] te [plaats 3] , alwaar hij zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen naar zijn gading die aan [benadeelde 5] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming, een raam (van de voornoemde woning gelegen aan [adres 2] ) heeft vernield en vervolgens deze woning is ingeklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2 primair op 5 juni 2024 te [plaats 4] in een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar hij zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een Apple iPad en sieraden en een fiets (merk: Gazelle), die aan [benadeelde 6] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging is in feit 1 en 3 van parketnummer 02-216682-24 in de eerste regel het woord ‘in’ weggevallen. De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Daarnaast zijn kennelijke taal- en/of schrijffouten, voor zover die in de tenlastelegging voorkomen, in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft hierbij meegewogen dat er sprake is van strafverzwarende omstandigheden. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman is van mening dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf te hoog is. Naar de mening van de raadsman is er geen sprake van strafverzwarende omstandigheden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich in zeer korte tijd schuldig gemaakt aan drie voltooide woninginbraken, een poging daartoe, twee autodiefstallen en de diefstal van een fiets uit een tuin bij een woning. Aan het plegen van dit soort feiten tilt de rechtbank zwaar. Deze feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning of op hun erf is geweest, hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht en vervolgens zelfs hun auto heeft meegenomen. Door zo te handelen heeft verdachte bijzonder weinig respect getoond voor andermans eigendom. Hij heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers door in hun woningen in te breken. Verdachte heeft kennelijk niet stilgestaan bij de vervelende gevolgen voor de bewoners, louter in het belang van zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft verdachte met deze feiten gevoelens van ergernis, onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving. De rechtbank neemt hem dit alles zeer kwalijk. Doordat de feiten veelal zijn gepleegd in de nachtelijke uren, soms wanneer de bewoners gewoon thuis waren, en er in het geval van aangeefster [benadeelde 4] zelfs een confrontatie heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van strafverzwarende omstandigheden. Ondanks dat verdachte voor de oudste feiten tot tweemaal toe in voorlopige hechtenis heeft gezeten, is hij deze feiten blijven plegen. Daarnaast heeft verdachte niet willen meewerken aan het opstellen van een reclasseringsadvies om te kunnen beoordelen op welke gebieden hulp of begeleiding voor verdachte gewenst zou zijn om het gevaar van recidive in de toekomst te verminderen. Ook ter zitting heeft verdachte geen openheid van zaken willen of kunnen geven over de vraag waarom hij na zich na een lange tijd zonder justitiecontacten toch weer is gaan bezighouden met het plegen van strafbare feiten. Gelet op al deze omstandigheden en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is alleen een lange gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Zij zal aan verdachte dan ook een gevangenisstraf opleggen van 20 maanden, met aftrek van voorarrest. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 7De benadeelde partijen 7.1 [benadeelde 3] De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van € 821,39 aan materiële schade voor feit 1 en 2 van parketnummer 02-216682-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.