RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummers: BRE 22/1011 tot en met 22/1023, 22/1031 t/m 22/1035 en 22/1036 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats], Spanje, belanghebbende (gemachtigde: mr. F.A. Piek), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft deze verzoeken gedaan bij de intrekking van haar beroepen. Zij heeft de beroepen ingetrokken omdat de inspecteur op 15 december 2023 tegemoet is gekomen. Het beroep zag op belastingaanslagen loonbelasting en omzetbelasting over verschillende tijdvakken. 1.1. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op de verzoeken om veroordeling in de proceskosten. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling. Procesverloop 2. Belanghebbende heeft bezwaren gemaakt tegen de hierboven bovengenoemde belastingaanslagen. 2.1. De inspecteur heeft met één brief de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft belanghebbende beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op een regiezitting behandeld. De rechtbank heeft met tussenuitspraak van 30 juni 2023 de inspecteur in de gelegenheid gesteld om gebreken te herstellen en de rechtbank te laten weten of en in hoeverre er reden is voor wijziging van de uitspraken op bezwaar. 2.3. De inspecteur heeft vervolgens op 15 december 2023 bij uitspraken op bezwaar de bezwaren gegrond verklaard en de belastingaanslagen alsmede de beschikkingen belastingrente en boeten vernietigd. Tevens zijn bezwaarkostenvergoedingen en vergoedingen voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn toegekend. 2.4. Belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak op bezwaar van 15 december 2023 de beroepen ingetrokken en verzocht om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten voor de bezwaar- en beroepsprocedure, vergoeding van het griffierecht alsmede vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. Belanghebbende maakt tevens aanspraak op vergoeding van rente bij het niet tijdig uitbetalen van die bedragen. Beoordeling rechtbank Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Gelet op de uitspraken op bezwaar is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen. Welk bedrag aan proceskosten moet de inspecteur aan belanghebbende vergoeden? 5. De rechtbank kent belanghebbende alleen een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase toe. De inspecteur heeft in de uitspraken op bezwaar beslist op de verzochte bezwaarkostenvergoedingen. Door het intrekken van de beroepen zijn die beslissingen onherroepelijk vast komen te staan. De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van die proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. Omdat er sprake is van samenhang wordt slechts eenmaal een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij wel een factor 1,5 wegens samenhang wordt toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.625. 6. Om de volgende reden is volgens de rechtbank sprake van samenhang tussen alle genoemde zaken van belanghebbende. In beroep is voor alle belastingsoorten in dezelfde algemene bewoordingen een rechtsmiddel ingesteld door dezelfde gemachtigde. , en zijn de verschillende beroepen (nagenoeg) gelijktijdig behandeld. Zoals de rechtbank ook in haar tussenuitspraak heeft vastgesteld, lijkt de gang van steeds erg op elkaar en zijn steeds algemene stellingen ingenomen. Dat geldt zowel voor het inhoudelijke geschilpunt (over de vraag of belanghebbende belastingplichtig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.