← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:739

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/9380 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2024 op het verzet van [opposante] , te [plaats] , opposante. Procesverloop

  1. Opposante heeft tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland (het college) van 26 april 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. 1.
  2. Bij uitspraak van 3 november 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. 1.
  3. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. 1.
  4. Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen
  5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante haar beroepschrift niet tijdig heeft ingediend en dat niet is gebleken van een verontschuldiging voor dat verzuim.
  6. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
  7. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de oorzaak van het niet tijdig indienen van het beroepschrift niet bij opposante lag, maar bij het college. Volgens opposante heeft het college haar niet in kennis gesteld over de afloop van het bezwaarschrift. Pas na het verstrijken van de beroepstermijn heeft het college opposante geïnformeerd over het besluit. Het college heeft aangegeven dat de beroepstermijn inmiddels was verstreken en dat opposante de TOZO-uitkering moest terugbetalen.
  8. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit is gedateerd op 26 april
  9. Het college stelt dat dit besluit op 26 april 2023 aan opposante is bekend gemaakt middels plaatsing op haar persoonlijke internetpagina en verzending naar haar e-mailadres. Opposante betwist dat zij het bestreden besluit op haar persoonlijke internetpagina of e-mailadres heeft ontvangen. Vaststaat dat het bestreden besluit in ieder geval op 15 juni 2023 per post aan opposante is toegezonden. Voor zover dit voor opposante de eerste mogelijkheid was om kennis te nemen van het bestreden besluit, heeft zij niet binnen zes weken vanaf die datum (27 juli 2023), maar pas op 28 augustus 2023 beroep ingesteld.
  10. Opposante voert aan dat zij lang heeft geaarzeld om beroep in te stellen omdat zij, gelet op de mededeling van een medewerker van de gemeente, in de veronderstelling verkeerde dat de beroepstermijn was verstreken. De rechtbank ziet hierin geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Uit de gedingstukken blijkt niet dat namens het college de mededeling is gedaan dat de beroepstermijn was verstreken, zoals opposante stelt. Voor zover daarvan zou moeten worden uitgegaan, heeft deze mededeling opposante er niet van weerhouden om beroep in te stellen. Ook in het geval het besluit pas op 15 juni 2023 voor het eerst op de juiste wijze aan opposante bekend is gemaakt, is sprake van een niet geringe termijnoverschrijding. De enkele aarzeling rechtvaardigt niet een termijnoverschrijding van tenminste een maand. Er mag redelijkerwijs van opposante worden verwacht dat zij bij twijfel zich laat informeren of advies inwint. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die opposante al die tijd hebben verhinderd om beroep in te stellen.
  11. In wat opposante heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 3 november
  12. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
  13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 2 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.