RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 10944374 \ MB VERZ 24-122 CJIB-nummer : 6062 5422 5325 5805 uitspraakdatum : 8 oktober 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 8 oktober
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). De heer [naam] is als gemachtigde verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde op het stationsplein te Roosendaal op 2 september 2022 om 09:58 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet met de beslissing kan verenigen. Er was sprake van betaald parkeren en betrokkene heeft betaald via Parkmobile. Daarnaast is het CVOM overgegaan tot het niet-ontvankelijk verklaren van het door Appjection ingediende administratieve beroepschrift. Als reden voor het niet-ontvankelijk verklaren stelt het CVOM dat Appjection het verzuim, kenbaar gemaakt middels een verzuimbrief, niet heeft hersteld. Appjection stelt de verzuimbrief niet te hebben ontvangen en verzoekt het CVOM om de verzendadministratie aan haar te doen toekomen als een op de zaak betrekking hebbend stuk op grond van art. 7:18 lid 4 Awb. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en om die uitsluitend aan Appjection B.V. over te maken. Ter zitting heeft gemachtigde een volmachtiging overgelegd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Door de officier van justitie is een machtiging opgevraagd, maar deze is niet toegezonden. Dit maakt dat de niet-ontvankelijkheid bij de officier van justitie gegrond is. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat door het ontbreken van een machtiging het beroep in de beroepsfase bij de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Dat ter zitting wel een machtiging wordt overlegd doet hier niet aan af. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter verklaart: - het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober
- Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: