← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:7560

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/7310 uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 november 2024 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker (gemachtigde: mr. P.R. Botman), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] B.V. uit [plaats 2] (vergunninghouder). Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het verlenen van een vergunning om een schuur (gedeeltelijk) om te bouwen en te gebruiken voor de opvang van Oekraïners. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 1.
  2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. 1.
  3. Het college heeft de vergunning met het besluit van 12 september 2024 verleend. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Verzoeker heeft aangegeven dat het spoedeisend belang er in gelegen is dat hij er geen vertrouwen in heeft dat het college een voor hem gunstig advies van de commissie bezwaarschriften op zal volgen. Het college vindt het te belangrijk dat er opvang voor Oekraïners komt. Een uitspraak van de voorzieningenrechter kan dan gewicht in de schaal leggen om wel het juiste besluit te nemen. De procedure waarbij om een voorlopige voorziening wordt gevraagd is bedoeld voor situaties waarin er sprake is van een spoedeisend belang waarbij direct ingrijpen door de rechtbank is vereist. Deze procedure is niet bedoeld als steun voor of tegenwicht tegen het advies van de commissie bezwaarschriften. Verzoeker heeft niet gemotiveerd aangegeven dat er een situatie is waarin hij de beslissing op bezwaar van het college niet af kan wachten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de gebruikelijke procedure gelopen kan worden en ziet geen reden om hier door middel van een voorlopig inhoudelijk oordeel al op in te grijpen. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is. Conclusie en gevolgen
  5. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr.drs. R.J. Wesel, griffier op 6 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.