RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie: Breda Zaaknummer: C/02/418732 / FA RK 24-519 beschikking in de zaak van [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ( [land] ), wonende op een geheime woon- of verblijfplaats, hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] , voormeld, [de moeder] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de moeder, [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vader, STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI), gevestigd te Tilburg. De Raad voor de Kinderbescherming Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de procedure. 1. Het verloop van het geding 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken: - de brief van [minderjarige] van 24 januari 2024; - de mondelinge behandeling, met gesloten deuren, van 7 maart 2024. 1.2 De kinderrechter heeft op 26 februari 2024 met [minderjarige] gesproken over haar brief. De inhoud van dit gesprek is kort samengevat tijdens de mondelinge behandeling op 7 maart 2024. 1.3 Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen: de ouders van [minderjarige] bijgestaan door een tolk, een vertegenwoordigster van de GI en een vertegenwoordigster van de Raad. 2De feiten De ouders zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is [minderjarige] geboren. Het huwelijk tussen de ouders is ontbonden op [datum] 2023. De ouders wonen op dit moment weer samen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . [minderjarige] staat sinds 8 maart 2022 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is daarna telkens verlengd, laatstelijk tot 3 juni 2024. [minderjarige] verblijft sinds november 2021 niet meer bij haar ouders, maar elders. Op 8 maart 2022 is voor het eerst een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] afgegeven. Deze maatregel is steeds verlengd, laatstelijk tot 3 juni 2024. Sinds 29 juli 2023 verblijft [minderjarige] (wederom) in een veilige opvang op een geheime locatie. Bij verzoekschrift van 1 maart 2024 heeft de GI een verzoek ingediend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te verblijven voor de duur van zes maanden (bekend onder zaaknummer C/02/419872/ JE RK 24-408). Op dit verzoek moet nog worden beslist. De zaak zal op korte termijn op een mondelinge behandeling worden behandeld. 3De vraag [minderjarige] heeft gebruik gemaakt van de informele rechtsingang door een brief te sturen aan de kinderrechter van deze rechtbank. In haar brief heeft [minderjarige] de kinderrechter gevraagd om een bijzondere curator over haar te benoemen. Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] herhaald dat zij graag wil dat een bijzondere curator over haar wordt benoemd. 4De beoordeling 4.1 [minderjarige] heeft in haar brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter, kort samengevat, aangegeven dat zij sinds november 2021 niet meer bij haar ouders woont omdat zij niet meer veilig bij haar ouders was. [minderjarige] , maar ook haar jongere broertjes en zusjes, staan onder toezicht. [minderjarige] voelt zich onvoldoende gehoord en gezien door haar huidige jeugdzorgwerker. Volgens [minderjarige] worden er door haar jeugdzorgwerker beslissingen over haar genomen waar zij het vaak niet mee eens is en die zij ook niet begrijpt. Ook loopt het contact met haar jeugdzorgwerker stroef. [minderjarige] wil graag aan haar toekomst werken en niet telkens geconfronteerd worden met een beperking van haar vrijheden. Inmiddels ligt er een verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp, maar ook daar is [minderjarige] het niet mee eens. [minderjarige] zou graag een bijzondere curator over haar benoemd willen hebben om haar stem beter naar voren te brengen en om haar te vertegenwoordigen zowel binnen als buiten de rechtszaal. De relatie tussen [minderjarige] en haar beide ouders is zeer complex. Met haar vader heeft [minderjarige] geen contact en met haar moeder minimaal. Volgens [minderjarige] zijn ouders gescheiden, maar is inmiddels sprake van een herstel van de relatie. 4.2 De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het benoemen van een bijzondere curator over [minderjarige] . Zij refereren zich aan het oordeel van de kinderrechter. De ouders hopen dat [minderjarige] voor haar problematiek behandeling gaat krijgen en dat zij weer thuis komt te wonen. De huidige omgeving waar [minderjarige] nu verblijft heeft volgens de ouders geen goede invloed op het gedrag van [minderjarige] . 4.3 Omdat de vaste jeugdzorgwerker van [minderjarige] niet aanwezig kon zijn op de mondelinge behandeling, heeft zij zich tijdens de mondelinge behandeling laten vertegenwoordigen door een collega van haar. Door deze jeugdzorgwerker, betrokken bij het gezin omdat zij de jeugdzorgwerker is van de andere kinderen van ouders, is naar voren gebracht dat door de GI een verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] is ingediend omdat het op de huidige locatie waar [minderjarige] verblijft niet lukt om haar ontwikkeling te bevorderen. Er blijven zich onveilige situaties voordoen. De GI kan zich goed voorstellen dat [minderjarige] zich niet gehoord en gezien voelt. Er worden beslissingen over haar genomen die zij moeilijk vindt. De GI kan instemmen met de benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] . 4.5 De vertegenwoordigster van de Raad heeft aangegeven dat [minderjarige] zich in een complexe situatie bevindt. Een bijzondere curator zou [minderjarige] hierin kunnen ondersteunen. De Raad adviseert de kinderrechter om een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen. 4.6 Ingevolge 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als - in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van de minderjarige - de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.