beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg/ Zaaknummer: C/02/411242 / FA RK 23-3060 datum uitspraak: 7 februari 2024 beschikking over (wijziging) zorgregeling in de zaak van [de man] , hierna te noemen de man, wonende in [plaats 1] , advocaat mr. E. Sijnesael te Middelburg, tegen [de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, wonende in [plaats 2] , advocaat mr. N. Wouters te Middelburg. Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt: - Stichting Jeugdbescherming West, regio Zeeland, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te Middelburg. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg. hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1Het procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: het verzoekschrift van man met bijlagen, ingekomen op 3 juli 2023; het door de Raad overgelegde rapport en advies met bijlagen van 25 september 2023, ingekomen op 28 september 2023; het verweerschrift van de vrouw, tevens houdende een zelfstandig verzoek, ingekomen op 30 oktober 2023. 1.2. Het verzoek tot wijziging zorgregeling is, gelijktijdig met het verzoek tot ondertoezichtstelling (zaaknummer: C/02/414354 / JE RK 23-1716), behandeld tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 3 november 2023. 1.3. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: - de man met zijn advocaat; - de vrouw met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.4. De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening over het verzoek gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover op 23 oktober 2023 een gesprek gevoerd met een kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. 2De feiten 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn de volgende minderjarige kinderen geboren:- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2007 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2]geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] ; - [minderjarige 3]geboren op [geboortedag 3] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 3] . 2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door de man. 2.3. Partijen hebben gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 2.4. Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 11 januari 2023 is bepaald dat het hoofdverblijf van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de vrouw zal zijn. Tevens is overeenkomstig de afspraken van partijen bepaald dat de volgende zorgregeling zal gelden: - De man heeft de zorg voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende een steeds terugkerende cyclus van vier weken, te weten: - eenmaal op zondag van 09.00 uur tot 18.30 uur; - eenmaal op zaterdag van 09.00 uur tot 21.30 uur; - eenmaal op zondag van 09.00 uur tot 18.30 uur; - waarna de minderjarigen gedurende het vierde weekend van de cyclus bij de vrouw zijn.- de man heeft iedere donderdag van 16.00 uur tot na de voetbal (± 19.30 uur) de zorg voor [minderjarige 3] . De man haalt [minderjarige 3] dan op van school en brengt hem weer terug bij de vrouw; - in de schoolvakanties - met uitzondering van de kerstvakantie en de zomervakantie - loopt de reguliere regeling door, met dien verstande dat de man dan de zorg heeft voor [minderjarige 3] gedurende de donderdag van 09.00 uur tot 21.30 uur; - ter uitvoering van de zorgregeling brengt de vrouw de minderjarigen naar de man en de man brengt de minderjarigen weer terug bij de vrouw aan het einde van de zorgregeling; - de man heeft de zorg voor alle kinderen gedurende twee aaneengesloten weken van de eerste vier weken van de zomervakantie. Als duur van de zomervakantie wordt aangehouden de duur van de schoolvakantie voor de basisscholen, zoals gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid. De man geeft uiterlijk 1 mei van het desbetreffende jaar door welke twee van de vier weken hij de zorg voor de minderjarigen wil hebben. In de laatste twee weken van de zomervakantie heeft de vrouw de zorg voor de minderjarigen en vervalt de reguliere regeling. In de weken die overblijven, loopt de reguliere regeling door alsof de vakantieweken er niet tussen hebben gezeten;- voor wat betreft de kerstvakantie geldt een week voor de vrouw en een week voor de man, waarbij de volgorde van deze weken ieder jaar wordt gewisseld, met daarbij het wisselmoment op zaterdag om 09.00 uur, ongeacht hoe de feestdagen in die vakantie vallen. 2.5. Bij vonnis in kort geding van 27 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de vrouw de man tweewekelijks, op elke eerste en derde vrijdag van de maand, per emailbericht informeert omtrent het welzijn van en belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en waarbij in het geval zich omstandigheden voordoen waarover de vader geïnformeerd moet worden, bijv. bij ziekte van één van de kinderen, de vrouw de man buitenom deze informatieregeling per ommegaande zal informeren. Tevens heeft de voorzieningenrechter de Raad in voornoemd vonnis verzocht om - vooruitlopend op een nog aanhangig te maken bodemprocedure - onderzoek te verrichten naar en te rapporteren over de vraag welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders het meest tegemoet komt aan de belangen van de kinderen en de vraag of er een noodzaak voor een kinderbeschermende maatregel bestaat. 2.6. De Raad heeft naar aanleiding van voornoemd vonnis onderzoek verricht en op 25 september 2023 gerapporteerd over de vraag welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders het meest tegemoet komt aan de belangen van de kinderen en de vraag of er een noodzaak voor een kinderbeschermende maatregel bestaat. De Raad heeft naar aanleiding van dit onderzoek verzocht om [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor een periode van 9 maanden onder toezicht te stellen van Stichting Jeugdbescherming West, regio Zeeland. 2.7. Bij beschikking van de kinderrechter van 3 november 2023, op schrift gesteld op 17 november 2023, (inzake zaaknummer: C/02/414354 / JE RK 23-1716) zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming West, regio Zeeland, met ingang van 3 november 2023 tot 3 augustus 2024. 3De verzoeken en het verweer 3.1. De man verzoekt de rechtbank - na vermindering van zijn verzoek tijdens de mondelinge behandeling - thans om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2023 voor wat betreft de zorgregeling als volgt te wijzigen:- primair in die zin dat de minderjarigen een weekend per veertien dagen van donderdag na school tot zondagavond bij de man zullen verblijven, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij ten aanzien van [minderjarige 3] geldt dat hij in de week waarin hij het weekend niet bij de man doorbrengt op donderdag na school tot na de voetbal ook bij de man verblijft; - subsidiair in die zin dat de minderjarigen een weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondagavond bij de man zullen verblijven, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij ten aanzien van [minderjarige 3] geldt dat hij in de week waarin hij het weekend niet bij de man doorbrengt op donderdag na school tot na de voetbal ook bij de man verblijft. 3.2. De vrouw voert verweer tegen het verzoek van de man. Zij verzoekt de rechtbank om de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel de verzoeken van de man af te wijzen. De vrouw verzoekt de rechtbank, bij wijze van zelfstandig verzoek, om de bij beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2023 vastgestelde zorgregeling als volgt te wijzigen: - te bepalen dat er tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen vastgestelde zorgregeling meer bestaat; - te bepalen dat er tussen de man en [minderjarige 3] een zorgregeling bestaat, inhoudende dat: - de man een weekend per veertien dagen de zorg heeft over [minderjarige 3] vanaf vrijdag na schooltijd tot en met zondag 18.30 uur, waarbij de man [minderjarige 3] ophaalt bij school en de vrouw [minderjarige 3] ophaalt bij de man; - de man de zorg heeft over [minderjarige 3] iedere donderdag nadat hij een weekend bij de man is geweest vanuit school/BSO tot 18.30 uur, waarbij de man [minderjarige 3] terug brengt naar de vrouw; - qua vakanties de bij beschikking van 11 januari 2023 vastgestelde vakantieregeling te handhaven, Dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling vast te stellen. 3.3. Op de standpunten van partijen wordt, voor zover voor de beoordeling van de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling van belang, hierna verder ingegaan. 4De standpunten 4.1. De Raad heeft naar aanleiding van het vonnis van 27 juni 2023 onderzoek verricht naar de vraag welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders het meest tegemoet komt aan de belangen van de kinderen en de vraag of er een noodzaak voor een kinderbeschermende maatregel bestaat. De Raad heeft hierover op 25 september 2023 gerapporteerd en geadviseerd. De Raad adviseert ten aanzien van de zorgregeling ten aanzien van [minderjarige 3] om de bij beschikking van 11 januari 2023 vastgestelde zorgregeling te wijzigen op de navolgende wijze: - [minderjarige 3] gaat om de week naar de man van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.30 uur (dan heeft [minderjarige 3] avondeten op), waarbij de man [minderjarige 3] op vrijdag ophaalt bij de vrouw en de vrouw [minderjarige 3] op zondag ophaalt bij de man. - [minderjarige 3] gaat, in de week nadat hij een weekend bij de man is geweest, op donderdag uit school/BSO naar de man tot 18.30 uur (dan heeft [minderjarige 3] avondeten op), waarbij de man [minderjarige 3] ophaalt op school/bij de BSO en de vrouw hem ophaalt bij de man. - Vakanties: * Zomervakantie: [minderjarige 3] is de eerste twee aaneengesloten weken van de vakantie bij de man en de laatste twee aaneengesloten weken bij de vrouw, waarbij de volgorde van deze weken ieder jaar wordt gewisseld. In de tussenliggende weken loopt de reguliere regeling door. * Kerstvakantie: [minderjarige 3] is een week bij de man en een week bij de vrouw, waarbij de volgorde van deze weken ieder jaar wordt gewisseld, met daarbij het wisselmoment op zaterdag om 09.00 uur, ongeacht hoe de feestdagen in die vakantie vallen. * In de overige vakanties is [minderjarige 3] de helft van de tijd bij de man en de helft van de tijd bij de vrouw, waarbij de volgorde van de helft van de week ieder jaar wordt gewisseld. Op het moment dat de weekendregeling volgens afspraak verloopt, kan gekeken worden of deze uitgebreid kan worden door te starten op donderdag in plaats van vrijdag. De Raad adviseert de verdeling van de vakanties bij helfte, maar de zomervakantie conform de beschikking van de rechtbank van 11 januari 2023, ten behoeve van het contact tussen [minderjarige 3] en zijn broers in die periode. Ten aanzien van het halen en brengen adviseert de Raad dat een ouder haalt, de ander brengt. De Raad adviseert om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , gezien hun leeftijd en de omstandigheden, niet te dwingen tot contact met de man. Dwang is moeilijk uitvoerbaar en heeft mogelijk een averechts effect. Er moet eerst rust gecreëerd worden, door in het kader van de ondertoezichtstelling te werken aan de door de Raad gestelde doelen, zonder dat daar de voorwaarde aan gekoppeld is dat er contact tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de man moet zijn. Wellicht ontstaan er dan vanuit deze rust mogelijkheden om te werken aan contact(herstel) tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de man. De GI zal dit in kaart moeten brengen en onderzoeken. 4.2. De man voert ter onderbouwing van zijn verzoek, samengevat, het volgende aan.Er is sprake van een wijziging van omstandigheden op grond waarvan de bij beschikking van 11 januari 2023 vastgestelde zorgregeling aanpassing behoeft. Toen deze zorgregeling werd vastgesteld had de man namelijk nog geen woonruimte waar de kinderen konden overnachten. Daarom is er destijds een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen niet bij de man zouden overnachten, behoudens gedurende de vakanties waarvoor de man dan steeds een vakantiehuis zou huren. Inmiddels heeft de man de beschikking over de woning van zijn vader. Hij mag daar wonen en de kinderen kunnen daar bij hem overnachten. De man heeft geprobeerd om in overleg met de vrouw tot uitbreiding van de zorgregeling te komen, maar dit is niet gelukt. Er is sprake van grote spanningen en wantrouwen tussen partijen. De communicatie tussen partijen verloopt zeer moeizaam. De man wil graag meer tijd met de kinderen doorbrengen en vindt dit ook wenselijk in het belang van de kinderen. De man kan hen helpen met hun huiswerk en aanmoedigen bij voetbal. Daarnaast is het ook in het belang van de identiteitsontwikkeling van de kinderen en hun vaderbeeld dat de kinderen tijd met hun vader doorbrengen. De huidige zorgregeling is daarvoor nog te beperkt. De kinderen zijn verzand geraakt in een loyaliteitsconflict. Dit heeft er in geresulteerd dat de oudste twee kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , momenteel niet op vaste tijden naar de man komen. De man respecteert dit en zal ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen nakoming van de zorgregeling afdwingen, maar hij wil toch dat de zorgregeling ten aanzien van alle drie de kinderen wordt uitgebreid op de door hem verzochte wijze. Hij wil hiermee waarborgen dat de kinderen weten dat zij allemaal even welkom bij hem zijn en dat zij zich ook vrij voelen om naar de man te gaan. Als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer meer naar de man toe willen komen, is het helpend dat zij niet zelf met de vrouw moeten afstemmen of en zo ja, wanneer dat wat haar betreft kan, maar kunnen aanhaken bij een bestaande regeling. Hoewel zij ook buiten die regeling om welkom bij de man zijn. Op de donderdagen wil de man [minderjarige 3] naar voetbal blijven begeleiden. De vrouw werkt op donderdag en als [minderjarige 3] dan niet naar de man zou gaan, zou hij naar de BSO moeten, terwijl de man beschikbaar is en hem graag wil zien. [minderjarige 3] vindt het zelf ook fijn als de man iedere week met hem naar voetbal gaat. Ten aanzien van de zomervakantie geldt dat de omstandigheden zijn gewijzigd in die zin dat de man niet langer gebonden is aan de bouwvak en dus meer mogelijkheden heeft om ook de zomervakantie bij helfte met de vrouw te verdelen. 4.3. De vrouw betwist de door de man gestelde wijziging van omstandigheden. Zij stelt dat de man net als ten tijde van de vaststelling van de zorgregeling feitelijk nog steeds geen eigen woning heeft. Hij mag slechts de woning van zijn vader gebruiken om te bewonen en de kinderen te ontvangen. Nu de Raad in het kader van het onderzoek echter heeft geconstateerd dat de huisvesting van de man geschikt is om de kinderen te ontvangen, is de vrouw evenwel bereid om mee te gaan in een gedeeltelijke wijziging van de zorgregeling, maar dan op de door haar bij wijze van zelfstandig verzoek verzochte wijze. Ten aanzien van [minderjarige 3] sluit de vrouw aan bij de door de Raad geadviseerde regeling, met dien verstande dat de vrouw het wenselijk vindt dat deze regeling aanvangt op vrijdag na school, waarbij de man [minderjarige 3] van school haalt, zodat de vader een contactmoment met school kan hebben en de ouders onderling een contactmoment minder hebben. Ten aanzien van het contact op donderdagmiddag vindt de vrouw het wenselijk dat de man [minderjarige 3] om 18.30 uur terug brengt naar haar. De vrouw werkt op donderdag namelijk tot 18.00 uur en moet op tijd naar huis, zodat [minderjarige 1] tijdig kan eten voordat hij naar voetbal gaat. Daarbij zitten [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan ook al enige tijd alleen thuis en is het voor hen ook prettig dat de vrouw na haar werk naar huis komt. De door de man verzochte vakantieregeling vindt de vrouw niet gepast, omdat [minderjarige 3] er belang bij heeft dat hij opgroeit met zijn broers, die bij de vrouw blijven en omdat de communicatie tussen de ouders te slecht is voor een regeling die neer komt op een co-ouderschap. Ook heeft de man niet aangetoond dat hij dit praktisch kan regelen met zijn werk. Dat laatste geldt ook voor de door de man verzochte vakantieregeling. In de beschikking van 11 januari 2023 is, door de opstelling van de man, moeizaam een vakantieregeling tot stand gekomen. Het is niet wenselijk om hier nieuwe wijzigingen in aan te brengen. Bovendien gaf de man eerder aan dat hij alleen in de bouwvakvakantie beschikbaar was. Als het traject van de ondertoezichtstelling goed loopt, kunnen er wellicht wel afspraken worden gemaakt over een meer uitgebreide vakantieregeling. Ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet, gelet op het advies van de Raad, geen zorgregeling worden vastgesteld, omdat zij geen contact met de man willen. 5De beoordeling 5.1. Op dit geschil zijn de artikelen 1:253a juncto 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. In artikel 1:377e BW staat dat de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een bestaande zorgregeling kan veranderen als de omstandigheden zijn veranderd of als de rechtbank die regeling heeft vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. In dat geval beproeft de rechtbank gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a eerst een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt. Als dit vergelijk niet tot overeenstemming tussen partijen leidt, neemt de rechtbank een beslissing die zij in het belang van het kind vindt. 5.2 De rechtbank is van oordeel dat de man kan worden ontvangen in zijn verzoek en de vrouw in haar zelfstandig verzoek, omdat de omstandigheden zijn gewijzigd. Anders dan ten tijde van de vaststelling van de zorgregeling bij beschikking van 11 januari 2023, beschikt de man nu over woonruimte waar de kinderen bij hem kunnen overnachten. De vrouw heeft de door de man gestelde wijziging van omstandigheden weliswaar formeel betwist, omdat de man geen eigenaar is van deze woning, maar zij betwist niet dat de man inmiddels over nieuwe huisvesting beschikt die geschikt is om de kinderen te ontvangen en waar zij kunnen overnachten. Daarbij geldt dat de vrouw zelf, bij wijze van zelfstandig verzoek, ook om wijziging van de bij beschikking van 11 januari 2023 vastgestelde zorgregeling heeft verzocht en er in haar eigen verzoek ook vanuit gaat dat [minderjarige 3] bij de man overnacht nu dat mogelijk is. De rechtbank stelt daarom vast dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat de bij beschikking van 11 januari 2023 vastgestelde zorgregeling kan worden gewijzigd in die zin dat de weekendregeling kan worden uitgebreid met een of enkele overnachtingen. 5.3. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling een vergelijk tussen de ouders beproefd. Dit heeft niet tot overeenstemming over de (wijziging van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.