RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team jeugd Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-158645-24 vonnis van de meervoudige kamer van 12 november 2024 in de strafzaak tegen de minderjarige [verdachte] geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] raadsvrouw mr. A. Huseinovic, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 29 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feit 1 primair zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk en in ernstige mate schenden van de verkeersregels, waardoor levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel kon worden veroorzaakt; feit 1 subsidiair gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt; feit 2 zonder rijbewijs op een crossmotor heeft gereden. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen gelet op de processen-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]. Naar de mening van de officier van justitie is er sprake geweest van gevaar voor zwaar lichamelijk letsel doordat verdachte tweemaal met hoge snelheid rakelings langs voetgangers is gereden. Ook feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 primair. Ten eerste kan niet worden vastgesteld dat verdachte met een te hoge snelheid heeft gereden, nu de verklaringen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] schattingen betreffen en objectieve meetgegevens ontbreken. Verdachte heeft wel verkeersregels overtreden door zonder rijbewijs te rijden, niet onmiddellijk te stoppen op het eerste teken van de politie en te rijden in de wijk over het trottoir, door brandgangen en over grasvelden. Er was echter geen sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Ook waren de gedragingen van verdachte niet gericht op een opzettelijke en ernstige schending van de verkeersregels en kan niet worden bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was. Wat betreft feit 1 subsidiair en feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 14 maart 2024 in Tilburg met een crossmotor op de weg heeft gereden terwijl hij geen rijbewijs had. Gelet op de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] is verdachte daarbij ook over groenstroken en grasvelden gereden en is hij door brandgangen gereden. Dit laatste heeft verdachte ook bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook worden vastgesteld dat verdachte met 50 kilometer per uur over het trottoir heeft gereden, nu [verbalisant 2] op dat moment op een vaste afstand achter verdachte is blijven rijden terwijl hij de snelheid van verdachte aflas op de geijkte boordsnelheidsmeter van zijn dienstmotorfiets. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte een stopteken heeft genegeerd, nu verdachte het mondeling door [verbalisant 2] gegeven bevel om te stoppen gelet op het geluid van de crossmotor mogelijk niet heeft kunnen horen, te meer nu verbalisant [verbalisant 1] heeft omschreven dat dit geluid zodanig hard was dat het boven het overige verkeersgeluid uitkwam. Voor een bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde overtreding van artikel 5a WVW moet verdachte de verkeersregels in ernstige mate hebben geschonden en dit opzettelijk hebben gedaan. Bovendien dient daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich met bovenstaande gedragingen schuldig gemaakt aan het opzettelijk in ernstige mate schenden van meerdere verkeersregels. Om vast te kunnen stellen dat er levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, moet er zich een daadwerkelijke concrete situatie hebben voorgedaan waarbij voorzienbaar was dat er levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachte zeer gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond. Uit het dossier blijkt echter onvoldoende concreet dat er door de gedragingen van verdachte en de feiten en omstandigheden die daarmee gepaard gingen situaties zijn ontstaan waardoor er daadwerkelijk levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Verbalisanten hebben wel omschreven dat er veel personen op straat aanwezig waren en verdachte twee keer rakelings langs voetgangers reed, maar daaruit volgt niet zonder meer dat dit heeft geleid tot een concrete situatie waarbij een aanrijding met een voetganger en dus zwaar letsel of levensgevaar voor die persoon voorzienbaar was. Ook blijkt uit het dossier niet hoeveel deuren uitkwamen op de brandgangen waar verdachte met de crossmotor doorheen reed. Gelet daarop kan de rechtbank ook ten aanzien daarvan niet vaststellen of er sprake is geweest van een daadwerkelijke concrete situatie waarbij een aanrijding met een persoon (met ernstige gevolgen) voorzienbaar was. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn rijgedrag wel gevaar op de weg heeft veroorzaakt waardoor het subsidiair ten laste gelegde feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] acht de rechtbank ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 subsidiair op 14 maart 2024 te Tilburg, als bestuurder van een voertuig (crossmotor), daarmee rijdende op de wegen, de Stokhasseltlaan en/ofde Puccinistraat en/ofde Mascagnistraat en/ofde Tartinistraat en/ofde Dirigentenlaan,terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs om een crossmotor te mogen besturen, meermalen een brandgang in te rijden en met een hogere snelheid, te weten 50 kilometer per uur, over een trottoir te rijden en meermalen over een grasveld en groenstrook te rijden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg kon worden gehinderd; feit 2 op 14 maart 2024 te Tilburg, als bestuurder van een motorrijtuig (crossmotor) heeft gereden op de wegen, de Stokhasseltlaan en/ofde Puccinistraat en/ofde Mascagnistraat en/ofde Tartinistraat en/ofde Dirigentenlaan,zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte alleen een taakstraf op te leggen en daarbij gewezen op de positieve ontwikkeling en de meewerkende houding van verdachte. Gezien de huidige inspanningen en verplichtingen van verdachte is een hoge taakstraf niet proportioneel en passend. Gelet op de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte en de gevolgen die hij al van deze zaak heeft ondervonden, heeft de raadsvrouw verzocht om geen voorwaardelijke rijontzegging aan verdachte op te leggen. Verdachte is jong en heeft laten zien dat hij de juiste stappen zet om recidive te voorkomen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Aard en ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag door zonder rijbewijs met een crossmotor door een woonwijk te rijden en daarbij niet alleen over de weg, maar ook door brandgangen, over groenstroken en, met een snelheid van 50 kilometer, over het trottoir te rijden. Verdachte reed daarbij rakelings langs voetgangers. Het was op dat moment druk op straat, omdat de scholen net uit waren. Door zo te handelen heeft verdachte gevaarlijke situaties gecreëerd en de veiligheid van andere verkeersdeelnemers, waaronder voetgangers, en van zichzelf in gevaar gebracht. Verdachte mag van geluk spreken dat er niets ernstigs is gebeurd. Verkeersdeelnemers zijn voor hun veiligheid niet alleen afhankelijk van hun eigen gedrag, maar ook van het gedrag van anderen. Verdachte heeft met zijn gevaarlijke rijgedrag zijn verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn buurtgenoten onvoldoende in acht genomen. Bovendien had hij helemaal niet op die crossmotor mogen rijden, niet alleen omdat hij geen rijbewijs heeft, maar ook omdat hij op een onverzekerde motor zonder kenteken reed. Voor het rijden op een onverzekerde motor zonder kenteken lijkt hij al een boete te hebben gehad. Verdachte heeft zich echter die dag schuldig gemaakt aan meer strafbare feiten, waarvoor hij ook straf verdient. Persoonlijke omstandigheden Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder overtreding van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.