RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/077221-24 vonnis van de meervoudige kamer van 15 november 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 2002 te [plaats 1] wonende [adres 1] raadsman mr. A. Ch. Osté, advocaat te Dongen 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 november 2024, waarbij de officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 15 februari 2024 samen met anderen [aangever] heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het medeplegen van de oplichting van [aangever] door middel van bankhelpdeskfraude wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit vrijspraak van het tenlastegelegde feit. Verdachte ontkent in [plaats 2] te zijn geweest. Alleen zijn telefoon is in [plaats 2] geweest. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Verdachte wordt verweten dat hij zich op 15 februari 2024 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [aangever] door middel van bankhelpdeskfraude. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op 15 februari 2024 in de avond samen zijn geweest. Verdachte heeft op 15 februari 2024 tussen 18:09 uur en 18:41 uur contact gehad met [medeverdachte] via Snapchat. Verdachte gaf aan dat hij ‘bonker en rakker’ gaat bellen. Het is de rechtbank bekend dat in het criminele circuit met ‘bonker’ en ‘rakker’ personen worden bedoeld die zich bezig houden met helpdeskfraude. Ook zei verdachte tegen [medeverdachte] dat ze om 19:15 ‘daar’ moeten zijn. Het laatste bericht is: “Oke ik ben er nog. Baar me als ik buiten moet”. Uit het feit dat de berichten daarna stoppen leidt de rechtbank af dat verdachte – zoals hij en [medeverdachte] ook hebben verklaard – vlak daarna door [medeverdachte] is opgehaald bij de coffeeshop in [plaats 1] . Zij zijn samen in eerste instantie naar het (naar later is gebleken: verkeerde) [adres 2] gegaan, waar ook een persoon genaamd [aangever] woonachtig is. Op de ringdeurbelbeelden van dit adres is te zien dat [medeverdachte] voor de deur staat. De telefoon van [medeverdachte] bevat een filmpje van kort hiervoor, waarop te horen is dat verdachte om 19:09 uur een gesprek voert met de bewoner en daarin aangeeft dat hij is gebeld om te komen helpen. Vervolgens is om 19:13 uur in de telefoon van verdachte de app Flitsmeister opgestart en is genavigeerd naar de locatie [adres 3] . Dit betreft het adres van [aangever] . Om 19:30 uur worden verdachte en [medeverdachte] aangehouden in [plaats 1] . In het voertuig waarin verdachte en [medeverdachte] ten tijde van hun aanhouding zaten, is in de bestuurdersportier de pinpas van [aangever] aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat uit het voornoemde handelen van verdachte en [medeverdachte] volgt dat sprake was van een gezamenlijk plan en een onderlinge taakverdeling. Er was dan ook een nauwe en bewuste samenwerking. De verklaring van verdachte dat hij enkel zijn telefoon had uitgeleend aan [medeverdachte] en dat hij zelf niet bij de oplichting betrokken is geweest, acht de rechtbank ongeloofwaardig op grond van de hiervoor beschreven gang van zaken. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de oplichting van [aangever] . 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 15 februari 2024 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid een persoon heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten [aangever] tot het ter beschikking stellen van een bankpas behorende bij zijn betaalrekening door:- telefonisch contact op te nemen met die [aangever] en zich daarbij valselijk voor te doen als een medewerker van de Rabobank en vervolgens- die [aangever] thuis te bezoeken en zich hierbij valselijk voor te doen als een medewerker van de Rabobank en vervolgens- de bankpas in ontvangst te nemen. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op te leggen. Aan het voorwaardelijk deel dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden verbonden met een proeftijd van 2 jaar. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt om bij een bewezenverklaring aan verdachte een lagere taakstraf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Bij deze lagere werkstraf kan de verdediging akkoord gaan met de geëiste voorwaardelijk gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De aard en de ernst van de feiten Deze zaak maakt onderdeel uit van een dossier over (bank)helpdeskfraude met meerdere verdachten. Verdachte heeft samen met anderen een bejaarde man opgelicht. Door middel van helpdeskfraude hebben verdachte en zijn mededaders op geraffineerde wijze de bankpas van het slachtoffer bemachtigd. Verdachte is – nadat het slachtoffer telefonisch door een mededader die zich voordeed als bankmedewerker was benaderd – samen met een andere mededader naar de woning van het slachtoffer gegaan en heeft zich voorgedaan als een bankmedewerker die de bankpas kwam ophalen. Met de belofte om de bankpas veilig te stellen. Verdachte en zijn mededader [medeverdachte] zijn, door een melding bij de politie van een alerte buurtbewoner, kort hierna aangehouden in het bezit van de bankpas van het slachtoffer. Dat is de reden dat er met deze bankpas geen bedragen van de rekening van het slachtoffer zijn gehaald. Verdachte is door zijn handelen onderdeel geweest van helpdeskfraude. Daders van helpdeskfraude brengen met hun handelen slachtoffers grote financiële schade toe en schaden hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de reclassering van 25 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.