RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02/148470-24, 02/055891-24, 02/088874-24, 02/090920-24, 02/216241-24, 02/122301-24, 02/126291-24, 02/131409-24, 02/140129-24, 02/214697-24 en 02/143624-24 (ter terechtzitting gevoegd) vonnis van de meervoudige kamer van 15 november 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te P.I. Zwolle, Huub van Doornestraat 15, 8013 NR Zwolle, raadsman mr. G. Demir, advocaat te Breda, tevens waarnemend raadsman voor mr. B.J.P. van Gils in de zaken 02/055891-24, 02/088874-24, 02/090920-24 en 02/112301-24. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 november 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M.A.M. Dekker, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan 02/055891-24 onder 1: vernieling van lamellen; 02/055891-24 onder 2: lokaalvredebreuk; 02/055891-24 onder 3: belediging van een politieambtenaar; 02/088874-24: lokaalvredebreuk; 02/090920-24: lokaalvredebreuk; 02/216241-24: lokaalvredebreuk; 02/122301-24 onder 1: lokaalvredebreuk; 02/122301-24 onder 2: vernieling van een afvalbak; 02/126291-24: overtreden van een gebiedsverbod; 02/131409-24: overtreden van een gebiedsverbod; 02/140129-24: overtreden van een gebiedsverbod; 02/214697-24: overtreden van een gebiedsverbod; 02/148470-24 onder 1: bedreiging van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ; 02/148470-24 onder 2: vernieling van een afzuigkap; 02/148470-24 onder 3: bedreiging van [benadeelde 3] ; 02/148470-24 onder 4: lokaalvredebreuk; 02/143624-24: lokaalvredebreuk. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Bewezenverklaring zonder nadere motivering De onder 02/055891-24 onder 2, 02/088874-24, 02/090920-24, 02/216241-24,02/122301-24 onder 1 en 2, 02/148470-24 onder 4 en 02/143624-24 ten laste gelegde feiten zijn door verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2 Bewijswaardering (02/055891-24 onder 1 en 3: vernieling lamellen en belediging van een politieambtenaar ) 4.2.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde vernieling en belediging. 4.2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1 en 3. Ten aanzien van feit 1 heeft verdachte verklaard dat de lamellen weer terug zijn gehangen en dus niet door hem zijn vernield. Ten aanzien van feit 3 ontbrak bij verdachte het opzet, ook in voorwaardelijke zin, om de politieambtenaar te bespugen. Ten aanzien van de overige feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.2.3 Het oordeel van de rechtbank Feit 1 Gelet op de aangifte van [benadeelde 4] , de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en de verklaring van verdachte, acht de rechtbank bewezen dat verdachte feit 1, de vernieling van de lamellen, heeft begaan. Verdachte heeft verklaard dat hij de lamellen wel heeft aangeraakt, maar dat hij ze niet heeft vernield. De lamellen waren volgens hem wel verbogen maar konden weer gewoon opgehangen en gebruikt worden. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig nu zowel aangever [benadeelde 4] als de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verklaren dat de lamellen kapot zijn gegaan. Feit 3 Het derde ten laste gelegde feit, de belediging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Aangever [benadeelde 5] heeft verklaard dat verdachte boos was, zich omdraaide en in de richting van aangever spuugde. Door gericht naar een verbalisant in functie te spugen, kan het niet anders dan dat verdachte door zijn handelen opzet had hem te beledigen. Het verweer, dat verdachte het gedrag niet had voorzien en dus geen opzet had, volgt de rechtbank niet. 4.3 Bewijswaardering (02/126291-24, 02/131409-24, 02/140129-24 en 02/214697-24: overtreden gebiedsverbod ): 4.3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde overtredingen van het gebiedsverbod. 4.3.2 Het oordeel van de rechtbank Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat hij een verblijfsontzegging had gekregen. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk, gelet op het proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2024 waarin de verbalisant beschrijft dat verdachte de schriftelijke verblijfsontzegging uit zijn zak haalde. De rechtbank acht deze feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen. 4.4 Bewijswaardering (02/148470-24 onder 1, 2 en 3: bedreiging van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en vernieling afzuigkap ) 4.4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde bedreigingen en de vernieling van de afzuigkap. Ten aanzien van de bedreiging van aangever [benadeelde 3] heeft de officier van justitie verzocht om verdachte partieel vrij te spreken van de zin “Doe iets aan de onrust boven anders gooi ik deze fles naar je hoofd” omdat alleen aangever hierover heeft verklaard. 4.4.2 Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van de bedreiging van aangeefsters [benadeelde 1] en [benadeelde 2] verklaard dat hij uit angst het stanleymes heeft gepakt. Hij ontkent de aangeefsters te hebben bedreigd. De verdediging is ten aanzien van de bedreiging van aangever [benadeelde 3] met de officier van justitie van mening dat verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van de zin “Doe iets aan de onrust boven anders gooi ik deze fles naar je hoofd”. Verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 3 verklaard dat de afzuigkap van de muur is gevallen toen hij de afzuigkap op een eerder moment probeerde te maken. Hij verklaart dat hij de afzuigkap op 12 februari 2024 uit het raam heeft gegooid, maar ontkent de vernieling, omdat de afzuigkap volgens hem toen al kapot was. 4.4.3 Het oordeel van de rechtbank Feit 1 De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 27 april 2024 aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft bedreigd, door een stanleymes uit te schuiven en vervolgens met gestrekte arm met het mes op de aangevers af te lopen en tegen [benadeelde 1] te zeggen dat hij haar vingers eraf zou snijden. De verdachte ontkent ook dit feit, maar het dossier bevat voldoende wettig bewijs in de vorm van de verklaringen van aangeefsters. Door of namens verdachte is niets aangevoerd dat maakt dat aan hun verklaringen moet worden getwijfeld. Feit 2 De rechtbank stelt op basis van de verklaring van verdachte, de aangifte van [benadeelde 7] en de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [benadeelde 3] vast, dat verdachte op 12 februari 2024 de afzuigkap uit het raam van zijn kamer heeft gegooid. Dit levert een vernieling op. Of de afzuigkap op dat moment niet goed functioneerde is daarbij niet van belang. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten vernieling. Feit 3 Nu de verklaring van aangever [benadeelde 3] op essentiële punten wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2] , ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaring. De rechtbank gaat derhalve van die verklaring uit en acht – anders dan de officier van justitie en de verdediging – de gehele ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen. 4.5 De bewijsmiddelen In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 02/148470-24 onder 1, 2 en 3, 02/055891-24 onder 1 en 3, 02/126291-24, 02/131409-24, 02/140129-24 en 02/214697-24 ten laste gelegde heeft begaan. In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 02/148470-24 onder 4, 02/055891-24 onder 2, 02/088874-24, 02/090920-24, 02/216241-24, 02/122301-24 onder 1 en 2 en 02/143624-24 ten laste gelegde heeft begaan. 4.6 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02/055891-24: 1 op 17 februari 2024 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk lamellen, die geheel aan [benadeelde 8] toebehoorden, heeft vernield; 2 op 17 februari 2024 te Tilburg in het besloten lokaal, de winkel gelegen aan het [straat] bij [benadeelde 8] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 2 februari 2024 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 24 maanden; 3 op 17 februari 2024 te Tilburg opzettelijk een politieambtenaar, te weten [benadeelde 5] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in zijn tegenwoordigheid door feitelijkheden heeft beledigd door te spugen naar die [benadeelde 5] ; 02/088874-24: op 14 maart 2024 te Tilburg in het besloten lokaal, een hotel bij [hotelketen] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 8 maart 2024 schriftelijk de toegang tot dat hotel ontzegd voor de duur van 24 maanden; 02/090920-24: op 17 maart 2024 te Tilburg in een besloten lokaal, gelegen aan de [adres] bij [benadeelde 6] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 13 maart 2024 schriftelijk de toegang tot die locatie ontzegd tot en met 25 maart 2024; 02/216241-24: op 21 maart 2024 te Tilburg in een aldaar gelegen besloten lokaal, zijnde het terrein van [hotel] te Tilburg, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was aan hem, verdachte, op 8 maart 2024 schriftelijk de toegang tot dat besloten lokaal ontzegd voor de duur van twee jaar; 02/122301-24: 1 op 10 april 2024, op een tijdstip gelegen tussen 02.13 uur en 03.11 uur, te Tilburg ( [adres] ), in het aldaar gelegen besloten lokaal (zorglocatie van [benadeelde 6] , perceelnummers [nummer 1] tot en met [nummer 2] ) bij [benadeelde 6] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 8 april 2024 schriftelijk de toegang tot dat besloten lokaal (die zorglocatie, waaronder mede begrepen de terrassen en andere aanhorigheden) ontzegd voor de periode van 8 april 2024 tot en met 10 april 2024 09.00 uur; 2 op 8 april 2024 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een afvalbak die geheel aan [benadeelde 6] toebehoorde, heeft beschadigd; 02/126291-24: op 14 april 2024 te Tilburg opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk VEW/LK/2240096 krachtens een wettelijk voorschrift, (te weten artikel 172a van de Gemeentewet), gedaan door de burgemeester van Tilburg, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 11 april 2024 tot (en met) 25 april 2024 niet mocht bevinden in het Horeca Concentratie Gebied te Tilburg (het gebied inclusief en begrensd door: Spoorlaan, Interpolistuin, Tivolistraat, Heuvel, Damstraat, Piusplein, Paleisring, Stadhuisplein, Oude Markt, Heuvelstraat, Willem II straat, Telegraafstraat en Heuvelring), door zich op voornoemde datum om 11.56 op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden; 02/131409-24: op 17 april 2024 te Tilburg opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk VEW/LK/2240096, krachtens een wettelijk voorschrift (te weten artikel 172a van de Gemeentewet en/of artikel 70 van de Algemene Plaatselijke Verordening van gemeente Tilburg), gedaan door de burgemeester van de gemeente Tilburg, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 11 april 2024 (00.00 uur) tot en met 25 april 2024 (23.59 uur) niet mocht bevinden in het Horeca Concentratie Gebied te Tilburg (het gebied begrensd door en inclusief: Spoorlaan, Interpolistuin, Tivolistraat, Heuvel, Damstraat, Piusplein, Paleisring, Stadhuisplein, Oude Markt, Heuvelstraat, Willem II straat, Telegraafstraat en Heuvelring), door zich op 17 april 2024 op het Pieter Vreedeplein te Tilburg, in elk geval in voornoemd gebied, te bevinden; 02/140129-24: op 24 april 2024 te Tilburg opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk VEW/LK/2240096 krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 70 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, gedaan door de burgemeester van Tilburg, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 11 april 2024 tot en met 25 april 2024 niet mocht bevinden in het horeca Concentratie Gebied, door zich op voornoemde datum om 08.10 uur op een openbare weg (het Pieter Vreedeplein) of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden; 02/214697-24: op 25 april 2024 te Tilburg opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk VEW/LK/2240096 krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a Gemeentewet, gedaan door de burgemeester van Tilburg, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 11 april 2024 tot en met 25 april 2024 niet mocht bevinden in het Horeca Concentratie Gebied te Tilburg (het gebied inclusief en begrensd door: Spoorlaan, Interpolistuin, Tivolistraat, Heuvel, Damstraat, Piusplein, Paleisring, Stadhuisplein, Oude Markt, Heuvelstraat, Willem II straat, Telegraafstraat en Heuvelring), door zich op voornoemde datum tussen 14:15 en 14:35 uur op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden; 02/148470-24: 1 op 27 april 2024 te Tilburg [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft bedreigd met zware mishandeling door - die [benadeelde 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik snijd je vingers eraf met een stanleymes want die heb ik" en - vervolgens een stanleymes uit zijn, verdachtes, jas te pakken en - vervolgens het stanleymes uit te schuiven en - vervolgens met het uitgeschoven stanleymes met gestrekte arm op die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] af te lopen; 2 op 12 februari 2024 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een afzuigkap, die geheel aan [benadeelde 6] toebehoorde, heeft vernield; 3 op 12 februari 2024 te Tilburg [benadeelde 3] heeft bedreigd met zware mishandeling door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen "anders steek ik hier heel de boel in de fik" en "Doe iets aan de onrust boven anders gooi ik deze fles naar je hoofd"; 4 op 2 april 2024 te Tilburg in het besloten lokaal, een winkel bij [benadeelde 8] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 2 februari 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 2 jaar; 02/143624-24: op 28 april 2024 te Tilburg in het besloten lokaal, bij de [benadeelde 6] aan de [adres] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 27 april 2024 schriftelijk de toegang tot die locatie van de [benadeelde 6] ontzegd voor de duur van 2 dagen (tot en met 29 april 2024 om 09:00 uur). Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij haar strafeis rekening gehouden met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van de gepleegde feiten. 6.2 Het standpunt van de verdediging Verzocht wordt om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich in een periode van drie maanden schuldig gemaakt aan zeventien strafbare feiten. Ten eerste heeft verdachte een politieagent beledigd en drie medewerkers van een zorginstelling bedreigd. Hiermee heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt en inbreuk gemaakt op het gezag van de politie. Bij diezelfde zorginstelling heeft verdachte bovendien een afzuigkap vernield en een afvalbak beschadigd. Daarnaast heeft verdachte bij [benadeelde 8] lamellen vernield. Door zo te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. Verder heeft verdachte zich in totaal zeven keer schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk en vier keer aan het overtreden van een gebiedsverbod. Hieruit blijkt wederom dat verdachte bij herhaling overlast heeft veroorzaakt en zich niet laat corrigeren in dat gedrag. Persoonlijke omstandigheden van verdachte Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte van 12 september 2024, waaruit blijkt dat verdachte eerder veelvuldig een strafbeschikking heeft ontvangen voor onder andere hinderlijk gedrag en lokaalvredebreuk. De rechtbank weegt dit in voor verdachte nadelige zin mee. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Ook daarmee heeft de rechtbank rekening gehouden in de strafmaat. Rapportages Psychiater [naam] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juli 2024(vul de feitaanduidingen in). Uit het psychiatrisch rapport is – kort samengevat – gebleken dat er bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, schizofrenie, een stoornis in het alcoholgebruik, een neurocognitieve stoornis en een gedragsstoornis. Door zijn beperkingen als gevolg van zijn licht verstandelijke beperking en zijn neurocognitieve stoornis is verdachte niet goed in staat de gevolgen te overzien van zijn gedrag en heeft hij nauwelijks adequate coping. Vanuit de situatie van chronische overvraging was er daarnaast sprake van een geagiteerd en geprikkeld beeld. Verdachte leeft in het moment en is gericht op directe behoeftebevrediging. Wanneer hij hierin wordt gehinderd en de ander niet gelijk doet wat hij zegt is de drempel tot agitatie en agressie laag. De psychiater schat het risico op recidive in als hoog. Er is sprake van een patroon met veelvuldig agressief gedrag. Het recidiverisico wordt met name bepaald door de combinatie van zijn cognitieve, intellectuele en gedragsmatige beperkingen waarbij zijn alcoholverslaving potentieel versterkend werkt door een toename van impulsiviteit op de korte termijn en verdere vermindering van cognitief functioneren op de langere termijn. De onderliggende beperkingen zijn chronisch aanwezig en verdachte is zelf niet goed in staat zich hiervoor te laten helpen. Hij heeft geen ziektebesef en vindt dat hij alles zelf kan bepalen en regelen. Hiermee overvraagt hij zichzelf en lopen de zaken mis. Hij raakt dan toenemend gefrustreerd en geagiteerd van waaruit hij weer snel overgaat tot agressie, met of zonder het versterkende effect van alcohol. Hij overziet daarbij niet de gevolgen op de langere termijn en is ook niet in staat zich te verplaatsen in anderen waardoor hij hier ook zijn gedrag niet op aan kan passen. Daarbij is hij nu ook nog zijn woonplek verloren en heeft hij nog geen zicht op een nieuwe plek. Hiermee is er nog minder structuur en begeleiding wat het recidiverisico verder zal verhogen. De psychiater heeft geadviseerd om de feiten in (sterk) verminderde mate aan verdachte toe rekenen. [zorgorganisatie] sluit zich in het advies van 18 oktober 2024(vul de feitaanduidingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.