RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 11024748 \ MB VERZ 24-423 CJIB-nummer : 2062 5422 5517 5536 uitspraakdatum : 11 oktober 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 11 oktober
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A27 te Hank op 8 januari 2023 om 16:49 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene ontkent de vermeende gedraging te hebben verricht en stelt dat de medepassagier het mobiel elektronisch apparaat vasthad om de navigatie te laten zien aan betrokkene. Gemachtigde heeft aanvullend aangevoerd dat niet is voldaan aan de bestanddelen van artikel 61a RVV. Er is geen merk, type of vorm van het mobiel elektronisch apparaat genoteerd. Gemachtigde verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en geeft aan dat er ook geen sprake was van vasthouden. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging is door de verbalisant duidelijk omschreven en twee verbalisanten hebben de gedraging waargenomen. De zittingsvertegenwoordiger vindt het verweer van betrokkene tijdens de staandehouding niet aannemelijk. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat de verbalisanten duidelijk en concreet hebben beschreven dat betrokkene een telefoon vasthield en met zijn vingers het scherm aanraakte, alsmede dat de telefoon bij de staandehouding werd herkend als het apparaat dat betrokkene rijdend vasthield. Een enkele verklaring de gedraging niet te hebben verricht is te summier om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant die ook nog eens getraind is om een dergelijke gedraging te herkennen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober
- De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: