RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-172840-24 en 02-202214-22 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 19 november 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [datum] 1987 te [plaats 1] wonende te [adres 1] gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Rotterdam raadsvrouw mr. N.M.E. Verpaalen, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 november 2024, waarbij de officier van justitie, mr. L.J. den Braber, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte - [slachtoffer 1] heeft verkracht, mishandeld en bedreigd, een telefoon van haar heeft gestolen en haar kast heeft vernield (feiten 1 tot en met 5); - [slachtoffer 2] heeft mishandeld en bedreigd en dat hij een tas met inhoud van hem heeft gestolen (feiten 6 tot en met 8). 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Feiten 1 tot en met 3 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Zij baseert zich daarbij op de (deels) bekennende verklaring van verdachte, de aangifte, de camerabeelden en het letsel dat is geconstateerd. Anders dan verdachte heeft verklaard, is de officier van justitie van mening dat ook het brengen van de penis in de anus van [slachtoffer 1] kan worden bewezen. De officier van justitie gaat uit van de juistheid van de gedetailleerde verklaring van [slachtoffer 1] die wordt ondersteund door de camerabeelden. Feit 4 De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen. Dat verdachte op een later tijdstip de telefoon in de brievenbus van [slachtoffer 1] heeft gedaan, laat onverlet dat verdachte op enig moment beschikkingsmacht over de telefoon had. Feiten 5 tot en met 7 De officier van justitie acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte. Feit 8 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tas met inhoud van [slachtoffer 2] heeft weggenomen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van [slachtoffer 1] en de in het dossier aanwezige camerabeelden. 4.2 Het standpunt van de verdediging Feiten 1 tot en met 3 De verdediging refereert zich aan een bewezenverklaring van deze feiten, behoudens de anale penetratie (feit 1). Verdachte ontkent dit gedeelte van de tenlastelegging. De verdediging verzoekt verdachte van dat deel vrij te spreken. Feit 4 De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken omdat er sprake is van vrijwillige terugtred. Feiten 5 tot en met 7 De verdediging refereert zich aan een bewezenverklaring van deze feiten. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van deze feiten. Feit 8 De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van dit feit kan komen. Verdachte heeft de tas weliswaar over de reling gegooid maar heeft de tas niet weggenomen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 4 en 8 zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. Ten aanzien van de overige feiten wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Feit 1 Verdachte heeft dit feit (grotendeels) bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat ook het brengen van de penis in de anus van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend kan worden bewezen. Aangeefster heeft gedetailleerd en consistent verklaard over alle handelingen die door verdachte zijn verricht, welke verklaring ten aanzien van het merendeel van die handelingen ter zitting bevestigd is door verdachte De rechtbank ziet aldus geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte ten aanzien van het brengen van de penis in de anus van [slachtoffer 1] . Feit 2 Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 1] . Feit 3 Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 1] . Feit 4 De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de telefoon van [slachtoffer 1] . Beslissend voor ‘wegneming’ is dat verdachte zich een zodanige feitelijke heerschappij over de telefoon heeft verschaft, dat die wegneming als voltooid kan gelden. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] zonder haar toestemming heeft meegenomen uit haar woning en voor korte tijd onder zich heeft gehad. Daarmee was de wegneming voltooid. Dat verdachte de telefoon op een later moment terug heeft gegeven door hem in de brievenbus te doen, doet hier niet aan af. Van vrijwillige terugtred is geen sprake. Feit 5 Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 1] . Feit 6 Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 2] . Feit 7 Verdachte heeft dit feit bekend, daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 november 2024; - de aangifte van [slachtoffer 2] . Feit 8 De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een tas met inhoud toebehorende aan [slachtoffer 2] . De rechtbank baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1] en het aanvullend verhoor van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte op het moment dat hij haar telefoon wegnam, ook een DailyPaper-schoudertas met inhoud heeft meegenomen. Een tas die [slachtoffer 2] , na zijn vertrek uit de woning van [slachtoffer 1] , niet meer heeft terug gezien. Dit betreft dus een andere tas dan de tas die verdachte over de balkonreling zou hebben gegooid. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1op 26 mei 2024 te [plaats 2] (in een woning aan [adres 2] in de woonkamer) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, te weten- het binnendringen van de woning van [slachtoffer 1] en - het meermalen slaan tegen het gezicht van [slachtoffer 1] en- het houden van een mes bij de keel van [slachtoffer 1] en- het dreigend toevoegen aan [slachtoffer 1] : "Ik ga je doodmaken" en- het schelden en schreeuwen tegen [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,te weten:- het zich laten pijpen door die [slachtoffer 1] en- het duwen van zijn penis in de anus van die [slachtoffer 1] en- het zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ; 2op 26 mei 2024 te [plaats 2] (in een woning aan [adres 2] in een slaapkamer) [slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] te slaan en de keel van die [slachtoffer 1] dicht te knijpen; 3op omstreeks 26 mei 2024 te [plaats 2] (in een woning aan [adres 2] in een slaapkamer) [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door een mes op de keel van die [slachtoffer 1] te zettenen die [slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd: "ik maak je dood", ; 4op 26 mei 2024 te [plaats 2] een telefoondie aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5op 26 mei 2024 te [plaats 2] opzettelijk en wederrechtelijk een kledingkast die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft vernield; 6op 26 mei 2024 te [plaats 2] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen in zijn gezicht te stompen; 7 op 26 mei 2024 te [plaats 2] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een mes aan die [slachtoffer 2] te tonen en die [slachtoffer 2] dreigend toe te voegen: Ik ga10.000 op je kop zetten" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking; 8op 26 mei 2024 te [plaats 2] een (schouder)tas (merk Daily Paper, inhoudende een rijbewijs en een betaalpas en een ov kaart en een legitimatie),die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt een straf op leggen gelijk aan de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten en daarnaast een flinke voorwaardelijke werkstraf met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden zoals door de reclassering is geadviseerd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich op 26 mei 2024 schuldig gemaakt aan 8 strafbare feiten. Hij is die avond de woning van zijn ex-partner en moeder van zijn zoon, [slachtoffer 1] , binnengedrongen. Nadat [slachtoffer 2] door verdachte is bedreigd en mishandeld, heeft verdachte [slachtoffer 1] bedreigd, mishandeld en vervolgens verkracht. Daarnaast heeft verdachte ook een kast vernield en enkele goederen weggenomen. [slachtoffer 1] is in haar eigen woning overvallen door haar ex-partner en heeft daar onder bedreiging van een mes gruwelijkheden moeten doorstaan. Gruwelijkheden die ook nog eens door verdachte zijn gefilmd. De gedragingen van verdachte kan de rechtbank niet anders duiden dan als zeer ernstig en vernederend. Verdachte heeft zelf ter zitting ook verklaard dat hij [slachtoffer 1] wilde vernederen door het geheel op camera vast te leggen. [slachtoffer 1] heeft ter zitting deze dag omschreven als een verschrikkelijke dag. Ze voelde zich machteloos en dacht oprecht dat haar leven op dat moment zou eindigen. Nog steeds ervaart zij de gevolgen ervan. Ze zoekt een weg om het te kunnen verwerken maar zal het nooit kunnen vergeten. Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij echt het idee had dat verdachte hem die avond zou vermoorden. Hij slaapt hiervan slecht en is nog steeds bang dat hem iets ergs zal overkomen. Wat een gezellige avond had moeten worden, eindigt voor [slachtoffer 1] , maar ook voor [slachtoffer 2] , in een nachtmerrie. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan. De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een verkrachting waarbij sprake is geweest van ernstig geweld of daarmee vergelijkbare mate van dwang is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden. Naast de verkrachting heeft verdachte zich ook nog aan andere strafbare feiten schuldig gemaakt. Alles in samenhang bezien en kijkend naar de setting waarin dit alles heeft plaatsgevonden waarbij verdachte de verkrachting heeft gefilmd, is de rechtbank van oordeel dat alleen een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank legt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 5 jaren. De rechtbank realiseert zich dat bij deze strafoplegging geen deel voorwaardelijk kan worden opgelegd en de benodigde behandeling niet kan worden geboden, doch ziet gelet op de ernst van het geheel, geen mogelijkheid de hoogte van de onvoorwaardelijke straf te verlagen. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 7De benadeelde partijen 7.1 Benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 8.306,70, bestaande uit € 8.000,- aan immateriële schade en € 306,70 aan materiële schade. Ook vordert zij vergoeding van de proceskosten toe te kennen naar liquidatietarief, op basis van 1 punt voor het opstellen van het voegingsformulier en 1 punt voor de (nadere) toelichting ter zitting. De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar. De verdediging acht enkel de immateriële schadevergoeding en de materiële schadevergoeding voor de kledingkast en de reiskosten (als proceskosten) toewijsbaar. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Immateriële schade Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde voldoende met concrete gegevens onderbouwd dat zij ernstige nadelige geestelijke gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Het gevorderde bedrag van € 8.000,- is billijk gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Ter zitting is gebleken dat verdachte reeds € 5.000,- aan de benadeelde partij heeft betaald. Dit betekent dat de immateriële schade nog tot een bedrag van € 3.000,- voor vergoeding in aanmerking komt. Materiële schade De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 31,70 voor de gemaakte reiskosten. De reiskosten vallen onder de proceskosten. Aangezien de benadeelde partij een raadsvrouw heeft, komen de kosten ook niet als proceskosten voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank wijst de vordering voor dit gedeelte aldus af. De bedragen van € 250,- voor de kledingkast en € 25,- voor de telefoonkosten komen de rechtbank niet onredelijk voor. Voor dit gedeelte zal zij de vordering daarom toewijzen. Conclusie De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 3.275,- waarvan € 275,- materiële schade en € 3.000,- immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. Proceskosten De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat de proceskosten van de benadeelde partij worden vastgesteld overeenkomstig het toepasselijke liquidatietarief en ziet in deze zaak geen aanleiding om hiervan af te wijken. De rechtbank hanteert om die reden het liquidatietarief van 1 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.