RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11284377 \ CV EXPL 24-4330 Vonnis van 4 december 2024 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. H. Akbaba, tegen [gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam], te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. D.P.M.G. van den Boom. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding;- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke incidentele vordering;- de conclusie van antwoord in het incident. 1.
- Daarna is vonnis bepaald. 2Het geschil In de hoofdzaak 2.
- [eiser] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat primair verklaring voor recht dat de door partijen gesloten koopovereenkomst door hem buitengerechtelijk is ontbonden, althans ontbinding van de koopovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van € 49.999,00, subsidiair [gedaagde] te veroordelen om binnen 14 dagen na vonnis tot nakoming van de overeenkomst, in die zin dat de gebreken aan het voertuig worden hersteld, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag na het verstrijken van de 14 dagen met een maximum van € 15.000,00; zowel primair als subsidiair veroordeling tot (terug)betaling van € 248,11 aan door hem gemaakte kosten voor de Audi, de huurkosten ad € 4.400,00, de sleepkosten ad € 726,00, en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.542,74, alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, veroordeling in de proceskosten. 2.
- [gedaagde] voert verweer en concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , subsidiair dient op de aanspraak van [eiser] een redelijke vergoeding voor het gebruik van de auto in mindering te worden gebracht, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. In het incident 2.
- [gedaagde] heeft in het petitum van de conclusie van antwoord geen voorwaardelijke incidentele vordering geformuleerd, maar heeft in het lichaam van de dagvaarding aangegeven dat hij verzoekt dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart indien de mogelijkheid van hoger beroep niet meer open zou staan. 2.
- [eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het incident, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 3De beoordeling In het incident en in de hoofdzaak 3.
- De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Tijdens deze mondelinge behandeling zal ook de voorwaardelijke exceptie van onbevoegdheid worden besproken. 3.
- De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 3.
- Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden. 3.
- Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan. 3.
- Tijdens of na de mondelinge behandeling kan de kantonrechter direct mondeling uitspraak doen. 3.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
- De beslissing De kantonrechter in het incident en in de hoofdzaak 4.
- beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door een nog aan te wijzen kantonrechter van deze rechtbank, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd, 4.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 18 december 2024 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden januari 2025 tot en met juli 2025, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald, 4.
- bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen, 4.
- bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd, 4.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2024.