RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/2759 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2024 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende (gemachtigde: mr. M.W.M. Marée), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende die is gericht tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer].H.96.01 (hierna: aanslag IB/PVV). 1.1. De rechtbank heeft partijen bij brief en digitaal bericht van 24 oktober 2024 en 8 november 2024 laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank een zitting achterwege gelaten. Procesverloop 2. Met dagtekening 13 april 2021 is de definitieve aanslag IB/PVV aan belanghebbende toegezonden. Daarbij is het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld op € 10 en het verzamelinkomen op € 975. 2.1. Op 12 november 2021 heeft belanghebbende een beschikking ‘Niet in Nederland belastbaar inkomen’ (de zogenaamde NiNbi-beschikking) ontvangen. Daarin staat onder meer opgenomen ‘Voordeel uit sparen en beleggen € 0’ en ‘Toegepast in Nederland belastbaar inkomen € 975’. 2.2. Belanghebbende heeft naar aanleiding van de definitieve berekening over toeslagen van 8 januari 2022 op 26 januari 2022 een bezwaarschrift ingediend bij de afdeling toeslagen van de belastingdienst. In zijn bezwaarschrift verwijst belanghebbende naar de NiNbi-beschikking en de vaststelling van het voordeel uit sparen en beleggen daarin op € 0. 2.3. Naar aanleiding van het bezwaarschrift inzake de toeslagen is er telefonisch contact geweest tussen belanghebbende en de belastingdienst ten behoeve van de aanslag IB/PVV. 2.4. De inspecteur is vervolgens aan belanghebbende tegemoetgekomen bij verminderingsbeschikking van 25 februari 2022 en heeft het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verminderd naar nihil. Het verzamelinkomen is daardoor verlaagd van € 975 naar € 965. De wijziging heeft niet geleid tot teruggaaf van de voorheffingen omdat die reeds waren teruggegeven aan belanghebbende. Er is geen rechtsmiddelverwijzing opgenomen onderaan de verminderingsbeschikking en de inspecteur stelt dat dit had wel gemoeten. 2.5. De inspecteur voert aan dat het beroepschrift van belanghebbende aangemerkt dient te worden als een bezwaarschrift tegen de verminderingsbeschikking van 25 februari 2022, maar geeft de rechtbank in overweging om door middel van prorogatie de bezwaarfase over te slaan. De inspecteur is dan van mening dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Het belang zit met name in de toeslagensfeer en niet in de IB/PVV. Het geschil in de IB/PVV is hersteld bij de verminderingsbeschikking van 25 februari 2022. Belanghebbende kan met een beroepsprocedure niet in een betere positie komen. Belanghebbende heeft ook geen recht op een proceskostenvergoeding nu de beslissing ambtshalve is genomen. 2.6. Belanghebbende voert aan dat zijn brief van 4 april 2022 terecht is aangemerkt als een beroepschrift. Als zijn brief gezien dient te worden als bezwaarschrift stemt belanghebbende in met prorogatie. Belanghebbende is het eens met de hoogte van het verzamelinkomen zoals dat is vastgesteld bij de verminderingsbeschikking. Belanghebbende is echter van mening dat er wel een belang is bij de beroepsprocedure. In geschil is of welke rechtsmiddelverwijzing opgenomen had moeten worden in de verminderingsbeschikking van 25 februari 2022 en of recht bestaat op een kostenvergoeding. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 3.1. De rechtbank begrijpt dat de samenloop tussen toeslagen en IB/PVV voor belanghebbende de procedure onduidelijker maakt. In onderhavige procedure kan het enkel gaan om de aanslag IB/PVV met de volgende geschilpunten;
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.