RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5592 uitspraak van de meervoudige kamer van 16 december 2024 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. F.K. van den Akker), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, verweerder (gemachtigde: mr. J.A. Mohuddy). Procesverloop 1. Deze uitspraak is een vervolg op de tussenuitspraak van 5 juni 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:3712), over het huisvesten van arbeidsmigranten in een bestaande woning aan de [adres] in [plaats] . De rechtbank beoordeelt het besluit van 12 december 2022 (het bestreden besluit), waarbij het college de eerdere weigering heeft gehandhaafd om een omgevingsvergunning te verlenen. Voor een beschrijving van de achtergrond van het geschil en van de procedure tot aan de tussenuitspraak verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. De rechtbank heeft geconstateerd dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft en heeft het college in de tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek te herstellen. 2. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak op 8 juli 2024 een nieuw besluit bekendgemaakt (het herstelbesluit). Daarbij heeft het college het bezwaar van eiseres opnieuw ongegrond verklaard met een aangepaste motivering. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd. 3. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Overwegingen 4. De rechtbank mag alleen in bijzondere gevallen terugkomen op de oordelen die zij in de tussenuitspraak heeft gegeven. Zo’n bijzonder geval doet zich in deze zaak niet voor en de rechtbank blijft bij de tussenuitspraak. 5. In de tussenuitspraak is vastgesteld dat de huisvesting van arbeidsmigranten in de woning [adres] in [plaats] in strijd is met het Paraplubestemmingsplan Wonen. Het bestemmingsplan kent een regeling om in afwijking daarvan bij omgevingsvergunning kamerbewoning of meerdere huishoudens in een woning toe te staan. Daarvoor geldt onder meer de eis dat dit past binnen de geldende gemeentelijke beleidsregels. De rechtbank verwijst naar overweging 9 van de tussenuitspraak. In de tussenuitspraak oordeelde de rechtbank: dat het besluit van het college van 25 januari 2022 om in beginsel geen toestemming meer te geven aan huisvestingsprojecten voor arbeidsmigranten moet worden aangemerkt als beleidsregel in de zin van de regeling uit paraplubestemmingsplan Wonen; dat de motie van de gemeenteraad van 8 maart 2022 waarbij het college is opgedragen om bij de behandeling van bestaande initiatieven het belang van ondernemers uitdrukkelijk mee te wegen en om uitzonderingen van de tijdelijke vergunningenstop niet zonder meer uit te sluiten als de situatie daartoe aanleiding geeft, moet worden aangemerkt als een door het college toegepaste nuancering op deze beleidsregel; dat het project van eiseres om de woning geschikt te maken voor huisvesting van arbeidsmigranten moet worden aangemerkt als een ‘bestaand initiatief’ in de zin van deze motie; dat het college daarom ten onrechte geen afweging heeft gemaakt waarbij de belangen van eiseres zijn betrokken en dat de weigering om de omgevingsvergunning te verlenen in zoverre onzorgvuldig is voorbereid en ontoereikend is gemotiveerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college een nieuwe belangenafweging moet maken, waarin het belang van eiseres als ondernemer uitdrukkelijk wordt meegewogen. De rechtbank heeft daarbij ook aangegeven dat het college rekening moet houden met de inmiddels geldende ‘Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten gemeente Altena 2023’ (de Beleidsregel 2023). De relevante passages uit de Beleidsregel 2023 zijn vermeld in de bijlage bij deze uitspraak. 6. Het herstelbesluit is een vervanging van het bestreden besluit. Het beroep van eiseres heeft daarom van rechtswege ook betrekking op het herstelbesluit. Dit volgt uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet is gebleken dat eiseres nog belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit van 12 december 2022 zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank moet nu beoordelen of het college het motiveringsgebrek heeft hersteld. Dat doet zij aan de hand van het herstelbesluit en de reactie daarop van eiseres. 7. Het college heeft in het herstelbesluit in de eerste plaats (primair) overwogen dat de omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten ook bij de huidige stand van zaken moet worden geweigerd, omdat het project in strijd is met de Beleidsregel 2023. Het college wijst op artikel 3 van de Beleidsregel 2023. Uit dat artikel volgt dat omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten enkel kunnen worden verleend voor grootschalige huisvestingslocaties, kleinschalige huisvestingslocaties op eigen erf of huisvestingslocaties voor seizoenarbeiders op eigen erf. Daarvan is volgens het college geen sprake. In de tweede plaats (subsidiair) heeft het college overwogen dat het belang van eiseres onvoldoende zwaarwegend is om aan het project mee te werken, omdat zij inmiddels een vergunning heeft om op een nabijgelegen locatie 274 arbeidsmigranten te huisvesten. 8. Eiseres voert tegen het herstelbesluit aan dat het college hoe dan ook een belangenafweging moest maken en vindt dat op basis daarvan de omgevingsvergunning had moeten worden verleend. Met de verleende vergunning is slechts voorzien in huisvesting van de helft van het aantal arbeidsmigranten van haar totale plan op die locatie, terwijl het college al heeft laten weten niet mee te willen werken aan de door eiseres beoogde fase 2 op die locatie. Zij heeft dus nog steeds belang bij het kunnen huisvesten van arbeidsmigranten in de woning waar deze zaak over gaat. 9. De rechtbank stelt vast dat het college in het herstelbesluit een inhoudelijke belangenafweging heeft gemaakt en dat in die belangenafweging rekening is gehouden met wat in de Beleidsregel 2023 is bepaald. In zoverre is aan de opdracht van de rechtbank in de tussenuitspraak voldaan. De rechtbank zal hierna beoordelen of die belangenafweging zorgvuldig is geweest, en of het college de belangenafweging in redelijkheid in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen. De rechtbank dient in haar beoordeling ook rekening te houden met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 februari 2013. Immers, als het college het initiatief van eiseres ten tijde van de aanvraag als ‘bestaand initiatief’ zou hebben beschouwd, dan had het college nog niet kunnen toetsen aan de Beleidsregel 2023, maar had het een belangenafweging moeten maken waarbij – volgens de motie van de gemeenteraad van 8 maart 2022 – het belang van de ondernemer uitdrukkelijk zou zijn meegewogen. Het college heeft terecht vastgesteld dat de aangevraagde situatie niet valt onder de huisvestingslocaties die zijn omschreven in artikel 3, eerste lid, van Beleidsregel 2023. In lijn met wat er in het tweede lid van artikel 3 is bepaald, heeft het college vervolgens getoetst aan de artikelen in hoofdstuk 2 van de Beleidsregel 2023. Het college heeft overwogen dat het hier om een woning binnen de kern [plaats] gaat, en huisvesting van arbeidsmigranten in reguliere woningen in de kernen is in artikel 4 van Beleidsregel 2023 als ‘ongewenst’ aangemerkt. Vervolgens geeft artikel 5, tweede lid, van Beleidsregel 2023 het college nog wel de bevoegdheid om mee te werken aan de huisvesting van arbeidsmigranten in de kernen, als sprake is van hergebruik van bestaand vastgoed, mits er (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.