← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:8833

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-121436-24 vonnis van de meervoudige kamer van 19 december 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] ([geboorteland]) wonende te [woonadres] raadsvrouw mr. A.C.M. Tönis, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 december 2024, waarbij de officier van justitie, mr. G. Smid, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feit 1: omstreeks 4 juli 2023 samen met anderen geld heeft gestolen van [benadeelde], met gebruik van een door bankpasfraude verkregen bankpas; feit 2: in de periode van 3 juli 2024 tot en met 4 juli 2024 samen met anderen [benadeelde] heeft opgelicht door middel van bankpasfraude. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft ten aanzien van beide feiten vrijspraak bepleit. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de feiten of daar wetenschap van had. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op grond van het dossier en wat tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, oordeelt de rechtbank als volgt. Hoewel uit het dossier diverse aanwijzingen, waaronder Snapchatberichten, naar voren zijn gekomen dat verdachte zich bezighield met bankpasfraude en hij op camerabeelden van het Casino ook te zien is samen met [medeverdachte], terwijl deze met een van de ontvreemde passen aan het pinnen is, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten. De Snapchatberichten die aan verdachte kunnen worden gekoppeld dateren immers van de weken voorafgaand aan de aan hem ten laste gelegde feiten. Bovendien wordt verdachte enkel op de plaats delict geplaatst door [medeverdachte], die zijn verklaring heeft ingekleurd met twijfels. Nu er geen ander bewijs voorhanden is dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, spreekt de rechtbank hem vrij. 5De benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde] vordert (naar de rechtbank begrijpt) een schadevergoeding van € 1.950,- voor feiten 1 en

  1. Verdachte is vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 6De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten; Benadeelde partij - verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Breeman, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 december
  2. De griffier, mr. Hamburger en mr. Wijffels zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage De tenlastelegging 1 hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel een valse sleutel door gebruikmaking van een middels oplichting verkregen bankpas en/of zonder toestemming van voornoemde persoon; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 3 juli 2023 tot en met 4 juli 2023 te Middelburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten: - [benadeelde] tot afgifte van een pinpas en/of pincode en/of sieraden, door: - voornoemde persoon op te bellen, en/of - zich voor te doen als bankmedewerker, en/of - aan te geven dat er geld was afgeschreven van haar rekening, en/of - aan te geven dat er fraudeurs in de buurt actief waren, en/of - aan te geven dat de bankpas(sen) en/of pincodes en/of sieraden opgehaald zouden worden om veilig te bewaren in een kluis, en/of - aan te geven dat een medewerker de bankpas en/of pincode en/of sieraden zou komen ophalen en/of de volgende dag terug gebracht zou worden, en/of - vervolgens voornoemde goederen zijn opgehaald en/of - met de meegenomen bankpas te pinnen; ( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.