RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11314206 \ CV EXPL 24-4745 Vonnis van 18 december 2024 in de zaak van BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V., te Gouda, eisende partij, hierna te noemen: Billink , gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties- de akte van [gedaagde]- de akte van Billink met producties- de akte van [gedaagde] met productie. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1 Billink vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 309,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 255,50 en de proceskosten. 2.2 Billink stelt dat er sprake is van een koopovereenkomst tussen de webwinkel To Be Dressed.NL (hierna: ‘TBD’) en [gedaagde] . Op grond van die koopovereenkomst is [gedaagde] gehouden om de koopprijs te betalen voor de door hem geplaatste bestelling. [gedaagde] heeft bij het plaatsen van de bestelling gekozen om achteraf te betalen via Billink waardoor de vordering op [gedaagde] tot betaling van de koopprijs direct door TBD in eigendom is overgedragen aan Billink middels cessie. Op 23 oktober 2023 heeft Billink een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor de bestelling bij TBD met een betaaltermijn van 14 dagen. [gedaagde] heeft deze factuur niet binnen de betalingstermijn voldaan. 2.3 [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat hij een bestelling heeft geplaatst bij TBD, maar betwist dat hij deze bestelling heeft ontvangen. Hij is voor zijn werk veel in het buitenland, dus hij weet ook niet of er wel geprobeerd is om de bestelling te bezorgen. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Billink, met veroordeling van Billink in de kosten van deze procedure. 2.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieverplichtingen 3.1 De overeenkomst is gesloten tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230m Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. 3.2 De kantonrechter is van oordeel dat Billink voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat aan voornoemde informatieplichten is voldaan, zodat in beginsel sprake is van een rechtsgeldige koopovereenkomst. Beoordeling van bestelling en ontvangst 3.3 [gedaagde] heeft erkend dat hij bij TBD een bestelling heeft geplaatst. Hij voert aan dat hij deze bestelling nooit heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat hij niet hoeft te betalen voor iets wat hij niet geleverd heeft gekregen. 3.4 Billink betwist het verweer van [gedaagde] en stelt hier tegenover dat [gedaagde] dan eerder contact had dienen te zoeken met TBD, dan wel Billink. Billink betwist dat [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure Billink al op de hoogte heeft gebracht dat hij de bestelling niet zou hebben ontvangen. 3.5 Omdat [gedaagde] aanvoert dat hij de bestelling niet heeft ontvangen, zou hij op grond van de hoofdregels van artikel 150 Rv hiervan de bewijslast dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Billink rust daarom de bewijslast dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen, betwist hij tevens de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Billink om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. De enkele stelling van Billink dat de producten naar het opgegeven adres zijn verzonden, zonder enige vorm van onderbouwing en bevestiging van aflevering van de bestelling, is daartoe onvoldoende. Zij laat na te stellen en onderbouwen wanneer aflevering heeft plaatsgevonden, op welke wijze en of zij [gedaagde] daarvan op de hoogte heeft gebracht. Dit had wel op haar weg gelegen, temeer omdat [gedaagde] stelt dat hij wel contact heeft gezocht met Billink en gebleken is dat geen afleverbewijs beschikbaar is. De vordering van Billink wordt gelet op voorgaande afgewezen. Proceskosten 3.6 Billink zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter ziet geen reden om tot een ander oordeel te komen. Nu [gedaagde] zich niet heeft laten bijstaan door een professioneel gemachtigde, en gesteld noch gebleken is 3.7 dat hij anderszins kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden vastgesteld op nihil. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vorderingen van Billink af, 4.
- veroordeelt Billink in de proceskosten van [gedaagde] , vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.