← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:8930

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie: Middelburg Zaak-/rekestnummer: C/02/426800 / KG ZA 24-460 vonnis in kort geding van 4 november 2024 in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat: mr. Ph. van Kampen te Goes, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat: mr. N.P.M. Planthof te Goes. Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord; - de brief van mr. Planthof van 1 november
  2. 1.
  3. De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste. 1.
  4. Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  6. Partijen hebben een affectieve relatie gehad. 2.
  7. Partijen hebben in gezamenlijk eigendom de woning staande en gelegen aan [het adres] te [woonplaats] . 3De vorderingen 3.
  8. De man vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. gedaagde te veroordelen tot betaling van alle aan de woning verbonden lasten woning met grond en toebehoren, staande en gelegen aan [het adres] te [woonplaats] , in het bijzonder de hypotheekrente en -aflossing ad € 1.825,56 per maand) en de premie van de opstalverzekering en de gemeentelijke en waterschapsbelastingen aan eiser, dan wel, indien eiser deze al aan de betreffende schuldeiser heeft voldaan, respectievelijk aan [B.V.] , de gemeente Kapelle (door tussenkomst van SABEWA) en de opstalverzekeraar, zo lang de vrouw de woning (met uitsluiting van eiser) bewoont en gebruikt, dan wel subsidiair, voor het geval de eiser wordt aangesproken tot betaling van deze lasten, de man terzake van deze betalingsverplichtingen te vrijwaren dan wel meer subsidiair, hetgeen de man ten titel van deze lasten, sedert 1 juli 2024 heeft voldaan aan eiser te betalen; II. danwel subsidiair de vrouw te veroordelen tot voldoening van de man van een gebruiksvergoeding welke gelijk is aan alle onder I bedoelde aan de woning verbonden lasten; alsmede III. gedaagde te veroordelen medewerking te verlenen aan verkoop van de partijen in mede-eigendom toebehorende woning met grond en toebehoren, staande en gelegen aan [het adres] te [woonplaats] waaronder begrepen het in behoorlijke staat openstellen van de woning voor bezichtigingen door potentiële kopers en hun, vergezeld door de makelaar, daartoe toegang tot de woning te verschaffen; IV. eiser te machtigen om namens gedaagde aan [de makelaar] te [plaats], als verkopend makelaar, verder: “de makelaar” opdracht tot verkoop te verstrekken en te bepalen dat de makelaar en de vraag- en laatprijs van voornoemde woning vaststelt en eiser te machtigen om, indien vereist, mede namens gedaagde akkoord te gaan met adviezen van de makelaar ten aanzien van de promotie van de woning alsook van de vraag- en laatprijs van de woning; V. gedaagde te veroordelen om, indien een kandidaat-koper naar het oordeel van de makelaar, op redelijk te achten voorwaarden, bereid is tot aankoop van de sub I en II genoemde woning over te gaan, binnen één week na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de hiervoor bedoelde makelaar of eiser de door de makelaar op te stellen koopovereenkomst te ondertekenen; op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat gedaagde na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke mocht blijven tot ondertekening over te gaan; VI. gedaagde te veroordelen om, in geval van verkoop van de sub I genoemde woning, binnen één week na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van eiser, haar volledige medewerking te verlenen aan de notariële eigendomsoverdracht van haar aandeel in de onroerende zaak – en voor zover rechtens noodzakelijk – te verschijnen voor de instrumenterende notaris, op een door de notaris te bepalen datum en plaats en haar medewerking te verlenen aan het doen verlijden van een (notariële) akte strekkende tot eigendomsoverdracht, dan wel daartoe volmacht te verlenen aan notariële medewerk(st)er werkzaam op het kantoor van deze notaris, één en ander op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft in de nakoming van deze verplichting; VII. te bepalen dat wanneer gedaagde in gebreke blijft aan de in het te wijzen vonnis uitgesproken veroordelingen te voldoen, het te dezen te wijzen vonnis in de plaats treedt van haar medewerking aan, toestemming voor of ondertekening van het koopcontract en/of de notariële leveringsakte; VIII. te bepalen dat gedaagde de sub I genoemde woning in geval van verkoop uiterlijk 48 uur vóór de door de notaris vast te stellen dag van eigendoms- overdracht onder afgifte van de sleutels aan de instrumenterende notaris ontruimd dient te hebben met alle daarin aanwezige personen en zaken; IX. te bepalen dat wanneer gedaagde in gebreke blijft aan in de onder VI genoemde veroordeling te voldoen, de kosten van nadere maatregelen tot ontruiming voor rekening komen van gedaagde; X. te bepalen dat iedere partij gehouden is de helft van de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten van de verkoop en levering te dragen; XI. te bepalen dat de (netto) verkoopopbrengst, onder aftrek van – onder meer - de hypotheekaflossing en verkoopkosten, op een derdenrekening van de notaris of van de derdenrekening van de advocaat van eiser zal blijven staan in afwachting van een uitspraak in de bodemprocedure dan wel toezending van een door partijen op te stellen gelijkluidend bericht waarin overeenstemming is vastgelegd omtrent de wijze van verdeling van de netto verkoopopbrengst. XII. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure aan de zijde van eiser, waaronder het salaris van diens advocaat, griffierecht, deurwaarderskosten en nakosten. 3.
  9. De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen. 4De beoordeling 4.
  10. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling zijn partijen tot overeenstemming gekomen over de vorderingen van de man. Partijen zijn het navolgende overeengekomen: - de vrouw verschaft de man binnen een week na heden toegang tot de woning van partijen aan [het adres] te [woonplaats] zodat de man de spullen van zijn kinderen [naam 1] en [naam 2], die nog in deze woning staan, daar op kan halen; - de man zal zich zo snel mogelijk in het BRP laten uitschrijven van het adres aan [het adres] te [woonplaats] ; - vanaf het moment dat de man is uitgeschreven van voornoemd adres zal de vrouw met een bedrag van € 750,- per maand bijdragen in de hypotheeklasten, tot het moment dat de woning is verkocht, en met een bedrag van € 100,- per maand in de gemeentelijke en waterschapsbelastingen (Sabewa), totdat de aanslag van Sabewa is betaald; - de vrouw verleent haar medewerking aan de verkoop en levering van de woning zoals geformuleerd in het petitum van de dagvaarding onder gedachtestreepjes 3 –
  11. 4.
  12. De voorzieningenrechter zal beide partijen veroordelen tot nakoming van de voornoemde afspraken en de vorderingen voor het overige afwijzen. De voorzieningenrechter verwacht dat partijen zich zullen houden aan de door hen gemaakte afspraken. 4.
  13. Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  14. veroordeelt partijen tot nakoming van de tussen hen gemaakte afspraken, zoals vermeld onder rechtsoverweging 4.1; 5.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  16. compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
  17. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Voorn, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.