← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9016

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 10943402 \ MB VERZ 24-109 CJIB-nummer : 7062 5422 5651 0140 uitspraakdatum : 1 oktober 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. B. de Jong (Skandara B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dit niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Bruggang te Middelburg op 11 maart 2023 om 00:09 uur. Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene betwist de E1-zonebebording te zijn gepasseerd. De rijroute is bij de officier van justitie voldoende kenbaar gemaakt en is voldoende concreet. Volgens gemachtigde dient het OM aan te tonen dat de bebording vóór en ná de vermeende gedraging deugdelijk was geplaatst en verwijst hiervoor naar jurisprudentie. Indien de schouwrapporten langer dan zes maanden van de pleegdatum afliggen, dan moet er blijken dat het bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat gemachtigde een volledige rijroute heeft opgegeven. De zittingsvertegenwoordiger heeft de bebording gecontroleerd. De bebording was aanwezig, maar de zittingsvertegenwoordiger heeft niet kunnen vaststellen dat de bebording binnen zes maanden voor en binnen zes maanden na de pleegdatum aanwezig was. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Betrokkene heeft de gevolgde route aangegeven, maar de door officier van justitie overgelegde (nadere) stukken over de aanwezigheid van de bebording voldoen niet aan de eisen die daaraan volgens vaste rechtspraak moeten worden gesteld. Hierdoor kan de kantonrechter niet vaststellen of er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de vermeende gedraging. Dit betekent dat niet met voldoende zekerheid vast staat dat de gedraging is verricht. Het beroep is dan ook gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Proceskostenvergoeding Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50 totaal € 749,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 749,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.