← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9168

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 10943571 \ MB VERZ 24-115 CJIB-nummer : 4062 5422 5725 4405 uitspraakdatum : 14 november 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 14 november

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 5 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N290 (Gentsevaart ter hoogte van [huisnummer]) op de Kapellebrug (gemeente Hulst) op 14 april 2023 om 21:50 uur. Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Volgens gemachtigde ontbreekt er een proces-verbaal van bevinding in het dossier waaruit blijkt dat de verbalisant de snelheidscamera heeft gecontroleerd, deze goed afgesteld en geplaatst is, alsmede de datum en tijdstip van het in gebruik stellen. Gemachtigde verwijst hiervoor naar de instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers. Aangezien de officier van justitie het bezwaar van betrokkene niet volledig heeft behandeld, blijkt niet dat er aan de bovengenoemde punten is voldaan en verzoekt gemachtigde deze beschikking te seponeren. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft ter zitting een NMI-verklaring overhandigd. Uit de NMI-verklaring blijkt dat deze geldig was ten tijde van de gedraging. Op de NMI-verklaring staat namelijk een datum tot wanneer de verklaring geldig is. De datum van de gedraging valt binnen die periode. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting een recente NMI-verklaring overhandigd die de periode beslaat waarin de boete is opgelegd. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Beslissing De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 14 november
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.