RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg raadkamernummer : 24-018972 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], wonende op het [adres], hierna te noemen: de verzoeker. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het op 10 juli 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 720,00, voor vergoeding van kosten inkomstenderving; € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; de kennisgeving sepot van 22 april 2024; de schriftelijke reactie van de officier van justitie; de overige stukken in het raadkamerdossier. Het verzoek is behandeld op 9 december
- Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en verzoeker gehoord. Verzoeker heeft het verzoekschrift in raadkamer nader toegelicht. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek na de gegeven toelichting van verzoeker geheel kan worden toegewezen. 2De beoordeling De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd. Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd. Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker het verzoek om schadevergoeding genoegzaam heeft toegelicht en derhalve aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen. Het verzochte bedrag aan inkomstenderving ter hoogte van € 720,00 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 1400,00, bestaande uit: - € 720,00 aan inkomstenderving; en - € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer; bepaalt dat een bedrag van € 1.400,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [verzoeker], onder vermelding van “vergoeding proceskosten”. Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december
- INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.